Met de cijfers van Alcoa (lees p. 4) komt traditioneel het Amerikaanse resultatenseizoen op gang. Na de resultaten over het tweede kwartaal leefde de overtuiging dat de winstrecessie, die al vijf kwartalen aanhield, met het derde kwartaal achter de rug zou zijn. Maar op basis van de prognoses van de analisten zouden de bedrijven in de Standard&Poor's500-index hun winst over het derde kwartaal toch voor de zesde keer op rij zien zakken. Gemiddeld zou de achteruitgang 1,6 procent bedragen.
...

Met de cijfers van Alcoa (lees p. 4) komt traditioneel het Amerikaanse resultatenseizoen op gang. Na de resultaten over het tweede kwartaal leefde de overtuiging dat de winstrecessie, die al vijf kwartalen aanhield, met het derde kwartaal achter de rug zou zijn. Maar op basis van de prognoses van de analisten zouden de bedrijven in de Standard&Poor's500-index hun winst over het derde kwartaal toch voor de zesde keer op rij zien zakken. Gemiddeld zou de achteruitgang 1,6 procent bedragen. Dat is vervelend, want sinds 1936 is het nog maar negen keer gebeurd dat een winstrecessie vijf kwartalen of meer heeft geduurd. Twee op de drie keer ging dat gepaard met een economische recessie, waarvan voorlopig absoluut geen sprake is. Ook ongeveer twee op de drie keer viel zo'n lange winstrecessie samen met een dalende beurstrend. Dat is nu ook niet het geval: de huidige hausse- of stierenmarkt loopt al negentig maanden. Zevenenhalf jaar was er geen correctie van meer dan 20 procent vanaf de top meer. Het is dus wel uitkijken geblazen. Maar er zijn evengoed hoopvolle signalen. Vlak voordat de resultaten worden bekendgemaakt, waren de analisten de afgelopen vijf jaar bijna altijd te pessimistisch, zodat de ondernemingen uiteindelijk beter bleken te presteren dan de analisten hadden voorspeld. Sinds 2010 waren er maar twee trimesters waarin de bedrijven het niet minstens 1,6 procent beter deden dan de analistenconsensus. De kans is dus nog altijd reëel dat er na vijf trimesters toch een einde komt aan de winstrecessie. En als een lange periode van lagere winsten voorbij is, beleeft Wall Street doorgaans een sterkere periode. De voorbije tachtig jaar was er het daaropvolgende jaar een gemiddelde stijging van 12 procent, tegenover de gemiddelde jaarlijkse beursklim van 8 à 9 procent op lange termijn. We kunnen niet anders dan ook commentaar leveren op het denkspoor van een meerwaardebelasting op aandelen, als de opvolger van de hatelijke 'speculatietaks', die volgens de jongste berekeningen de overheid veeleer 50 miljoen euro gaat kosten, en geen 34 miljoen euro opbrengt, zoals in de begroting van 2016 is voorzien. Louter om een trofee bij de achterban binnen te halen, willen sommige politici het beleggen in aandelen zwaar aanpakken. Zo hard dat ze het beleggen voor de kleine, particuliere spaarder zowat ten grave dragen. Uiteraard kunnen we ons daar niet mee verzoenen. Het komt neer op een extreme discriminatie van de aandelenbelegger tegenover beleggers in fondsen, goud, kunst, oldtimers of vastgoed. Het is ook in een dubbel opzicht een totaal ongeschikte maatregel om het begrotingstekort te helpen dichten. Kijk naar de speculatiebelasting: de opbrengst zal tegenvallen door ontwijkgedrag. Daarnaast is de jaarlijkse opbrengst voor de begroting totaal onvoorspelbaar, omdat de beursprestaties zelf vooraf onbekend zijn. We hopen vurig dat het uitstel om studiewerk te verrichten, tot afstel zal leiden. www.insidebeleggen.be NA EEN LANGE PERIODE VAN LAGERE WINSTEN PRESTEERT WALL STREET DOORGAANS STERKER.