Zeggen dat Dark geen klassieke verlichtingszaak is, is een understatement. Met zware ringen aan de vingers, een losse grijze sweater en een levendige kwajongensblik ziet Marnick Smessaert er al niet uit als een doorsneezaakvoerder, maar opmerkelijk is vooral het parkoers dat hij aflegde: Smessaert studeerde geografie in Leuven, belandde daarna in de verkoop (hij is een spraakwaterval zonder weerga) en verzeilde via die weg in de lichtsector.
...

Zeggen dat Dark geen klassieke verlichtingszaak is, is een understatement. Met zware ringen aan de vingers, een losse grijze sweater en een levendige kwajongensblik ziet Marnick Smessaert er al niet uit als een doorsneezaakvoerder, maar opmerkelijk is vooral het parkoers dat hij aflegde: Smessaert studeerde geografie in Leuven, belandde daarna in de verkoop (hij is een spraakwaterval zonder weerga) en verzeilde via die weg in de lichtsector. In 2000 kreeg hij het idee om een eigen lichtzaak op te starten: Dark. "Hoe ik bij die naam kwam? Ongetwijfeld na heel wat flessen wodka," lacht hij. "Ik wou vooral tonen dat we iets anders wilden zijn dan de andere lichtbedrijven, die allemaal 'licht', 'light' of 'lux' in hun naam hadden. Het was een beginselverklaring: we gaan in tegen de bestaande verlichtingsindustrie."Amper vijf jaar later heeft Dark achttien awards in de wacht gesleept, waaronder de prestigieuze 'Henry Van de Velde'-prijs (2004). Een beloning voor de vernieuwende wind die het door het (inter)nationale designlandschap laat waaien. "Toen ik startte, had je bij ons drie soorten verlichting: louter technische verlichting, decoratieve verlichting, en ten slotte een tussenvorm die mossel noch vis is. Ik heb geprobeerd het beste uit twee werelden te halen: lichtproducten die technisch heel goed in elkaar zitten, maar ook mooi zijn. Bij dat laatste maken we heel duidelijk keuzes: je vindt onze ontwerpen ofwel lelijk ofwel heel mooi. Geen flauwe middelmaat, dat haat ik. Ik heb problemen met producten die niet duidelijk zijn," vertelt Smessaert. "Als architecten door onze catalogus bladeren, krijg ik extreme reacties. Veel enthousiasme, maar ook diep afgrijzen. 'Waarom zit dít in godsnaam in jullie catalogus?' vragen ze zich dan vol vertwijfeling af. Daar hou ik van. You love it or you hate it." Originaliteit is al even belangrijk voor Dark. Ter illustratie: wie naar de site van Dark surft en er producten wil bekijken, krijgt eerst de boodschap: 'Elke reproductie van Dark-ontwerpen is verboden en kan uw gezondheid schaden en uw bankrekening in gevaar brengen.' Smessaert heeft een bloedhekel aan copycats, uitgerekend in een industrie waarin kopiëren en imiteren de gewoonste zaak van de wereld lijkt. "Dat is intussen veranderd. 'Kopiëren' is een vies woord geworden in de Belgische verlichtingssector. Daar ben ik trots op, want daar zit Dark voor veel tussen. Voor mij is die mentaliteitsverandering mijn belangrijkste verwezenlijking van de voorbije vijf jaar. We willen producten maken die niets te maken hebben met andere. Dat is een hele opdracht. Kijk naar de portfolio's van de grote ontwerpers: je zal nooit zeventien originele stoelen zien bij een en dezelfde designer. Sommigen hebben enkele goede ideeën, zoals Anthony Duffeleer, die voor ons onder meer Ice, Tsjoepy en No Fruit ontwierp. Drie totaal verschillende ontwerpen. Maar om herhaling te vermijden, moet je met zoveel mogelijk mensen samenwerken. Om die reden werkt Dark alleen samen met externe ontwerpers. Bedrijven met één of twee vaste productontwikkelaars vallen vroeg of laat in herhaling. Dat wil ik te allen prijze vermijden. Mijn grote voordeel daarbij is dat ik zelf geen ontwerper ben. Mocht dat wel zo zijn, zou iedereen met een goed idee mijn vijand zijn. Nu zit ik in de tegenovergestelde situatie: ik trek iedereen met een goed idee aan. Zonder verdere verplichtingen. Ontwerpers waar ik al eerder mee samenwerkte, kunnen later met een ontwerp komen aandraven waar ik 'nee' op zeg. Omdat ik er niets bij voel. Het enige criterium is dat ik het de moeite waard vind. Ik beslis wat goed is en wat niet. En ik kan je verzekeren: in België is er meer dan genoeg designtalent. We hebben verschillende hogescholen die schitterend werk leveren." Eigenzinnigheid en originaliteit is volgens Smessaert niet het enige dat Dark de Belgische verlichtingssector heeft bijgebracht. "We zijn ook begonnen met het gebruik van kleur. Vijf jaar geleden zag je dat bijna niet, nu doet iedereen het. De meeste bedrijven beperkten zich voorheen braafjes tot grijs aluminium. Kan het nog saaier? Kleur is belangrijk, vooral om sfeer te scheppen. Met een blauwe lamp creëer je een heel andere sfeer dan met een rode of een gele. We waren daarnaast ook de eerste die nieuwe, afwijkende materialen gebruikten. d-Cow van Ivan Missine is bekleed met koeienvel, andere zijn bekleed met konijnenvellen. Het was een gimmick, maar het sloeg in. Ik ben niet gebonden aan materialen, dus kan ik experimenteren. Ik heb geen machines staan in mijn hangar die koste wat het wil moeten renderen. Daardoor ben ik niet aan handen en voeten gebonden. Andere bedrijven kunnen zich zoveel vrijheid niet permitteren." Niet alleen de verlichtingsindustrie keek op van de rebelse nieuwkomers, ook architecten moesten zich aanpassen aan de nieuwe benadering van Dark. Het bureau breekt namelijk met het idee dat verlichting ondergeschikt moet zijn aan de architectuur. Licht voegt volgens Smessaert iets essentieels toe aan een ruimte en is dus niet ondergeschikt aan architectuur. "Dat is een manier van denken die veel architecten niet gewoon zijn. We zijn sowieso niet de makkelijkste mensen om mee samen te werken. We passen ons niet zomaar in in wat architecten ons voorschotelen. We stellen enorm veel vragen aan de klanten: 'Welk restaurant wordt het? Wat staat er op het menu? Wat voor publiek hebben jullie voor ogen?' Ik vermoed dat ze soms veel zin hebben om ons ter plekke te wurgen ( lacht). Maar we willen grondig te werk gaan voor we aan een project beginnen. We zijn niet zomaar een verlichtingsbedrijf dat lampkes hangt." Dominique Soenens"Het geheim van Dark is dat we alleen met externe ontwerpers samenwerken. Het is de enige manier om herhaling en routine te vermijden."