TIEN GEBODEN.
...

TIEN GEBODEN.N. Gregory Mankiw gelooft in de economische wetenschap. "Er bestaan uiteraard meningsverschillen tussen economen, maar in welke wetenschapstak is dat niet het geval? De buitenwereld vertoont voortdurend de neiging om, primo, die onenigheden buitenmatig in de verf te zetten en, secundo, te weinig oog te hebben voor de vele essentiële elementen waarover de meeste economen het wél eens zijn," aldus de Harvard-econoom. Zoals ook aangeduid in zijn " Principles of Economics" ziet Mankiw tien stellingen waarover nagenoeg alle economen het eens zijn. We zetten ze even op een rijtje. Eén: Mensen moeten voortdurend keuzes maken. Deze regel geldt voor de hele maatschappij: van de huismoeder die haar budget moet beheren tot de toppoliticus die een regeerprogramma uitwerkt. Twee: De kost van iets is datgene wat men opgeeft om het te bekomen. Vaak vertegenwoordigt de kost van iets méér dan de prijs. De kost van een onproductieve werknemer bestaat niet alleen uit zijn salaris, maar ook uit wat je als bedrijf aan omzet en winst zou winnen indien je hem/haar vervangt door een productievere werknemer. Drie: Rationele mensen denken en beslissen aan de marge. Een onderneming werft mensen aan tot op het punt waar de laatst bijgekomen medewerker minstens zijn kost dekt. Koppels beslissen tot een bijkomend kind wanneer de voordelen daarvan de nadelen méér dan compenseren. Vier: Mensen reageren op prikkels. Ze tonen een grotere werkbereidheid wanneer het verschil tussen nettoloon en werkloosheidsvergoeding 5000 frank bedraagt dan wanneer dat verschil slechts 2000 frank is. Vijf: Vrijhandel is beter voor iedereen. Het feit dat economen er tot nu toe onvoldoende in slaagden om iedereen van deze wetmatigheid te overtuigen, vormt allicht de belangrijkste smet op hun pedagogisch blazoen. Zes: Vrije markten zijn meestal de beste manier om de economische activiteit te organiseren. De evidentie zelve na 75 jaar van experimenteren met socialistische planeconomie. Zeven: Soms kan de overheid verbetering aanbrengen op marktuitkomsten. Let toch op: al te vaak is het gevolg van overheidsinterventie nog erger dan de consequenties van een falende markt. Acht: De levensstandaard - gedefinieerd in de breedst mogelijke zin - van een land, hangt rechtstreeks af van de mogelijkheden die dat land bezit om goederen en diensten te produceren. Negen: Prijzen stijgen als de overheid te veel geld in circulatie brengt. Zonder monetaire overexpansie is een volgehouden inflatie niet mogelijk. Tien: Op korte termijn ziet elke maatschappij zich geconfronteerd met een trade-off tussen inflatie en werkloosheid. De nadruk ligt hier op het element korte termijn. Op langere termijn gaan hogere inflatie en hogere werkloosheid hand in hand. Johan Van Overtveldt