Een duurzaamheidsverslag wordt niet langer alleen door de grote industriële ondernemingen opgesteld. "Dat is een opvallende evolutie en een goede zaak", benadrukt de juryvoorzitter Harry Everaerts. "Er zijn steeds meer organisaties die een duurzaamheidsverslag publiceren. Dat gaat van grote ondernemingen over kmo's en ngo's tot ziekenhuizen en zelfs politiezones." Om op die diversiteit te kunnen inspelen, beslisten de organisatoren dit jaar twee nieuwe categorieën toe te laten tot de wedstrijd: 'kmo's' en 'andere organisaties'.
...

Een duurzaamheidsverslag wordt niet langer alleen door de grote industriële ondernemingen opgesteld. "Dat is een opvallende evolutie en een goede zaak", benadrukt de juryvoorzitter Harry Everaerts. "Er zijn steeds meer organisaties die een duurzaamheidsverslag publiceren. Dat gaat van grote ondernemingen over kmo's en ngo's tot ziekenhuizen en zelfs politiezones." Om op die diversiteit te kunnen inspelen, beslisten de organisatoren dit jaar twee nieuwe categorieën toe te laten tot de wedstrijd: 'kmo's' en 'andere organisaties'. Die nieuwe kandidaten hebben een minder grote impact op het maatschappelijk welzijn en op het milieu en dus ook minder redenen om een duurzaamheidsverslag te publiceren. De organisatoren zien dat anders. "Ook kmo's kunnen zich ermee van hun sectorgenoten onderscheiden", zegt Everaerts. Het referentiekader is gewoonlijk het Global Reporting Initiative (GRI), de standaard voor duurzaamheidsverslagen. Ondernemingen die hem toepassen, mogen het logo van het GRI gebruiken, waarbij ze het toepassingsniveau (A, B of C) aangeven. Naast elke letter kan een '+' komen, wat betekent dat het verslag extern werd gecontroleerd. Binnen de GRI-normen staat het begrip 'materialiteit' centraal. "Er moet worden vermeld welke de doelstellingen zijn, hoe het engagement werd nagekomen en indien dat niet is gelukt, moet er worden verklaard waarom. Ten slotte moet het verslag toegankelijk zijn: iedereen moet het kunnen lezen en begrijpen", zegt Wouter Vermeulen, voorzitter van Kauri. Een goed verslag hoeft niet uitgebreid te zijn. Michel De Wolf (IBR-voorzitter) is zelfs van het tegendeel overtuigd: "Als er te veel informatie wordt gegeven, wordt het moeilijk om de informatie te vinden die je zoekt. Een verslag moet toegankelijk blijven, ook voor leken." Aan die criteria voegt De Wolf nog een dimensie toe: verificatie. "Een goed verslag is voor het IBR een betrouwbaar, eerlijk verslag, met andere woorden, een gecertificeerd verslag. De kritische visie van een derde maakt het verschil tussen een informatief instrument en een propagandadocument." Dit jaar waren er 53 kandidaten voor de Award, 9 meer dan vorig jaar. "Dat is weinig in verhouding tot het aantal ondernemingen", geeft Everaerts toe. "We moeten het vergelijken met de rest van de wereld: vandaag stelt ongeveer 80 procent van de ondernemingen uit de Fortune 500 een duurzaamheidsverslag op. De grote ondernemingen zijn ermee gestart en de praktijk breidt zich stilaan uit naar de andere bedrijven." Moet de publicatie van niet-financiële gegevens verplicht worden? "Wij zijn daar geen voorstander van. Wij overtuigen liever", antwoordt De Wolf. Maar Harry Everaerts stelt dat die verplichting er ongetwijfeld komt. "Op middellange of lange termijn zullen we evolueren naar een verslag van alle prestaties van een onderneming of organisatie. Ook op Europees niveau wordt daarover nagedacht. Wij verwachten dat een duurzaamheidsverslag voor sommige bedrijven verplicht wordt." EMMANUEL ROBERT