Een Belgische tragedie: de glazen dorpen Hoeilaart, Huldenberg en Overijse zijn verdwenen. Ze liggen weliswaar nog op de kaart, maar waar ooit lage serres schouder aan schouder stonden, wonen vandaag eurocraten, accountants en pendelaars met poenige leasewagens. Sporadisch staat er nog een donkere serre, niet zelden hangt ze meer dan ze staat, klaar om definitief ineen te zakken. Aan de zuidoostzoom van het Zoniënwoud en in de vallei van de IJse ontrolden zich de grootste triomf en de meest dramatische te-loorgang van de Belgische tuinbouwgeschiedenis. Uiteraard h...

Een Belgische tragedie: de glazen dorpen Hoeilaart, Huldenberg en Overijse zijn verdwenen. Ze liggen weliswaar nog op de kaart, maar waar ooit lage serres schouder aan schouder stonden, wonen vandaag eurocraten, accountants en pendelaars met poenige leasewagens. Sporadisch staat er nog een donkere serre, niet zelden hangt ze meer dan ze staat, klaar om definitief ineen te zakken. Aan de zuidoostzoom van het Zoniënwoud en in de vallei van de IJse ontrolden zich de grootste triomf en de meest dramatische te-loorgang van de Belgische tuinbouwgeschiedenis. Uiteraard hebben we het over de Royal, Muscat en andere druiven. Op het toppunt van de teelt, in 1961, telde de streek 35.000 serres, samen goed voor een druivenareaal van 500 hectare. Vandaag vinden we er nog zowat 200 telers met in totaal nagenoeg twintig hectare druivenareaal. Connaisseurs en driesterrenrestaurants appreciëren de Belgische druiven nog altijd, maar de doorsnee consument graait zijn tros Italiaanse druiven mee in de supermarkt. Goedkope import en hoge energieprijzen deden de Brabantse druiventeelt krimpen tot een select kransje van dure topkwaliteit. Dergelijke histories kunt u opduikelen in Smaken van het land - Groenten en fruit vroeger en nu. Communicatiewetenschapper Eddie Nielsen en historicus Yves Segers belichten de ontwikkelingen in de Belgische groente- en fruitsector van 1750 tot vandaag. Dat blijkt vooral een Vlaams economisch verhaal. Wallonië heeft vrijwel geen glasteelt en zelfs de fruitteelt in het Luikse stelt niet bijster meer voor. Zowat 90 % van het Belgische fruit rijpt in Vlaanderen. Alleen in de groenteteelt in open lucht kan Wallonië nog een wagonnetje aanhaken, zij het met niet veel overtuiging: 10.525 hectare tegenover 27.600 hectare op Vlaamse bodem. In de twintigste eeuw voltrokken zich wel enkele opmerkelijke verplaatsingen van productieregio's. De groenten hebben altijd stand gehouden in het centrum van het land, maar de kern vernauwt zich rond de veilingen in Sint-Katelijne-Waver. Daar hebben heel wat telers het aangedurfd om zwaar te investeren in glasbouw en dan vooral in tomatenteelt. Via nieuwe technische snufjes en betere planten houden ze stand. Professionalisering en specialisatie vormen hun motto. Het meest opvallende tuinbouwverhaal komt uit de omgeving van Roeselare en Ardooie. Heel wat landbouwers schakelden er over op groenteteelt voor de verwerkende industrie. In amper drie decennia groeide er een cluster van diepvriesgroenteverwerkers, die meer dan een kwart van de diepvriesgroenten in de Europese Unie voor zijn rekening neemt. Terwijl de druiven bijna verdwenen en de sappige Hagelandse perziken weggevaagd werden, beleefde West-Vlaanderen een groentesprookje. Eddie Niesten & Yves Segers, Smaken van het land - Groenten en fruit vroeger en nu. Davidsfonds, 179 blz., 27,50 euro.Luc De Decker