Ik ben een fervente lezer en schrijver van managementboeken. Ik heb er op het ogenblik zo'n vijf nieuwe op stapel staan, maar dat betekent nog niet dat ik ze ook effectief ga voltooien en op zoek zal gaan naar een uitgever. Het genre is immers na 2001 gecrasht. Managementboeken over strategie, marketing of kernbekwaamheden geraakte je aan de straatstenen niet meer kwijt. Het gemiddelde managementboek was dood. Wegens gebrek aan geloofwaardigheid, wegens gebrek aan vernieuwing en wegens oersaai.
...

Ik ben een fervente lezer en schrijver van managementboeken. Ik heb er op het ogenblik zo'n vijf nieuwe op stapel staan, maar dat betekent nog niet dat ik ze ook effectief ga voltooien en op zoek zal gaan naar een uitgever. Het genre is immers na 2001 gecrasht. Managementboeken over strategie, marketing of kernbekwaamheden geraakte je aan de straatstenen niet meer kwijt. Het gemiddelde managementboek was dood. Wegens gebrek aan geloofwaardigheid, wegens gebrek aan vernieuwing en wegens oersaai. Maar de revival is ingezet, het slapende beest is tot leven gewekt. Alleszins volgens Publishers Weekly van 24 april 2006, dat er een hoofdartikel aan wijdde. Er is opnieuw hoop voor managementauteurs zoals ik. Of neem ik mijn wensen voor werkelijkheid? Als ik daar nu eens een boek zou over schrijven... Donald Trump en Rob Heyvaert. Publishers Weekly is doodernstig. We beleven de grote comeback van het businessboek. Een eerste verklaring is een klassiek fenomeen: het ene medium ondersteunt het andere. Donald Trump heeft met het tv-programma The Apprentice zoveel keer you're fired uitgesproken en zoveel kijkers gehad, dat iedereen nu over dergelijke zaken wil lezen. Slecht nieuws voor mijn op stapel staande boeken: in Vlaanderen heeft Rob Heyvaert barslechte kijkcijfers gehaald met De topmanager. Dat soort programma's heeft gelukkig slechts zijdelings met management te maken, maar vooral met verkopen, aanpakken, ondernemen, verdedigen tegen sluwheid, verleiding, teamwork. Allemaal zaken die vroeger eerder bij jeugdbewegingen werden aangeleerd, maar die nu onder de noemer (top)management worden verkocht. Vooral omdat geld verdienen er wel erg centraal staat. Iedereen kan winnen, iedereen moet presteren en scoren. Dat taaltje spreekt sterk aan. Iedereen voelt zich dan wat (top)manager. Management is zeer laagdrempelig geworden. Iedereen manager, iedereen ondernemer, iedereen zakenman! Hier is geen ruimte voor het saaiere werk zoals plannen, voorraden berekenen, geduldig luisteren naar ontevreden en oersaaie klanten of superieuren. Het gaat allemaal razendsnel. En blijkbaar hoopt men in de managementboeken hetzelfde aan te treffen. Een simpele manier om snel en met veel actie rijk te worden. Zoals Donald Trump of Rob Heyvaert. Op het scherm tenminste. Tipping point. Een tweede verklaring is dat vele boeken een eenvoudig recept aanreiken. Het zijn éénideeboeken. Dat idee wordt dan wel van alle mogelijke kanten bekeken. Het mooiste voorbeeld is The Tipping Point van Malcolm Gladwell, een boek over kantel- en keerpunten. Soms is er maar een kleinigheid nodig om een systeem te doen kantelen. Iedereen weet wel dat de kruik zolang te water gaat tot ze barst, maar in The Tipping Point wordt dat keurig uit de doeken gedaan. Honderdduizenden lezers hebben ervan genoten. Als je zo'n boek hebt gelezen, heb je het gevoel iets te hebben geleerd. En de toepassingen van je nieuwe kennis laten niet lang op zich wachten. Club Brugge moest wel verliezen. Die match tegen Beveren was een tipping point. De dollar moest wel stijgen/zakken. Dat was een tipping point. Achteraf ontdek je honderden tipping points. Maar je ontdekt ze pas als je eerst het boek hebt gelezen. Verhalen over mensen. Publisher Weekly schuift een derde verklaring naar voren, die ik ook wel herken. Het moderne businessboek is een verhalenboek geworden. Het gaat niet meer over economie, structuren of systemen, het nieuwe boek brengt verhalen over mensen. De grootste prestatie wordt geleverd door een boek over economie - Freakonomics van Steven Levitt en Stephen Dubner - dat de ingewikkeldste theorieën ophangt aan eenvoudige verhaaltjes, zoals de vraag waarom de (zogenaamd schatrijke) drugsdealers nog bij hun moeder wonen. Het antwoord is eenvoudig. Voor de meest drugsdealers is de job nauwelijks winstgevend. Als ze al winst maken, blowen ze die winst toch op. Simpel, maar in een levensecht verhaaltje gegoten over gekraakte panden, simpele jongens en brave moeders, wordt het boeiende lectuur. Alles is ge-VTM-iseerd, ook het businessboek. In de wereld der uitgevers is het bekend: per formule die in een boek staat, wordt de verkoop gehalveerd. Men kan dat eenvoudig in een wiskundige formule vatten: RV = MV/2n. Waarbij RV staat voor de reële verkoop, MV voor maximale verkoop en n staat voor het aantal formules. Wanneer n = 0, wordt de noemer 1, dan word je niet gepenaliseerd. Maar bij drie formules of n = 3, moet je al delen door 8. Wiskundigen zullen opmerken dat als je n negatief krijgt, je verkoop zelfs boven MV zou kunnen stijgen, en dat is wat verhaaltjes precies doen, iets ingewikkelds voorstellen als simpel, waarbij je niet moet nadenken. Mijn eindredacteur heeft opgemerkt dat het aantal lezers van deze column nu gehalveerd is, want ik heb een formule gebruikt, zelfs eentje met een exponent. Toch heb ik koppig volgehouden: bij Trends primeert de kwaliteit nog steeds boven het populaire. De formule zal en moet blijven staan. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens