De wereld verandert snel. De wereldwijde verdeling van de rijkdom verandert, waarbij een aantal landen naar voren treden als nieuwe kernen van economische en sociale ontwikkeling. Brazilië is een van die kernen. Tegen 2030 wordt het 's we-relds vierde economie, na China, de Verenigde Staten en India. Belangrijker is dat we in de voorbije acht jaar meer dan 40 miljoen Brazilianen uit de armoede getrokken hebben en opgetild hebben naar de middenklasse.
...

De wereld verandert snel. De wereldwijde verdeling van de rijkdom verandert, waarbij een aantal landen naar voren treden als nieuwe kernen van economische en sociale ontwikkeling. Brazilië is een van die kernen. Tegen 2030 wordt het 's we-relds vierde economie, na China, de Verenigde Staten en India. Belangrijker is dat we in de voorbije acht jaar meer dan 40 miljoen Brazilianen uit de armoede getrokken hebben en opgetild hebben naar de middenklasse. De ontwikkelde economieën zitten in een crisis. De rijke wereld is op zoek naar een meer evenwichtig economisch model. Er zijn een aantal gemeenschappelijke beleidslijnen die we in 2012 allemaal zouden moeten volgen om duurzame democratieën uit te bouwen. Ten eerste moeten we een meer evenwichtige relatie vinden tussen de staat en de markt. De overheid moet de markten toelaten om te doen wat ze het best kunnen: innoveren en de productiviteit verhogen. De overheid moet ook alles doen om instabiliteit en te grote inkomensverschillen te vermijden. Ten tweede moeten we allemaal een groeibevorderend beleid voeren. In plaats van energie te steken in munt- en handelsoorlogen, moeten we ons toespitsen op de expansie van onze eigen economieën en het in balans brengen van de handelsstromen. Dat moet een snel herstel in de ontwikkelde economieën en aanhoudende ontwikkeling in de opkomende economieën mogelijk maken. Ten derde moeten we er naar streven om de lonen samen met de productiviteit te laten toenemen, zodat het herstel in de rijke economieën de middenklasse ten goede komt en in de ontwikkelingslanden miljoenen mensen uit de armoede geraken. We moeten ook allemaal evolueren naar een duurzamer economisch model. De wereld moet zijn productie- en consumptiepatroon aanpassen om de uitstoot van koolstof te verminderen op een ogenblik dat miljarden nieuwe consumenten de markt betreden. De wereldconferentie Rio+20, die in juni 2012 gehouden wordt, geeft de wereldleiders de kans om over de gemeenschappelijke uitdagingen van de 21ste eeuw te discussiëren. Brazilië en andere ontwikkelingslanden hebben heel wat te vertellen en voor te stellen als het gaat over groene en duurzame ontwikkeling. Samen met onze Zuid-Amerikaanse buren hebben we al een lange weg afgelegd uit een verleden dat geteisterd werd door slavernij en de uitbuiting van het land en zijn autochtone bevolking. De recente verbetering van de Braziliaanse levensstandaard en inkomensverdeling was het resultaat van een politieke beslissing om armere gezinnen te hulp te schieten. Een stabiel macro-economisch beleid en de uitbreiding van onze programma's voor sociale bescherming hebben een deugddoende ontwikkelingsspiraal in gang gezet, aangedreven door de binnenlandse markt. Het Braziliaanse model is zelfversterkend. Grotere overheidstransfers naar de armen hebben de consumptie gestimuleerd en nieuwe investeringskansen geschapen. Financiële incentives voor privé-investeringen en verhoogde openbare investeringen hebben de Braziliaanse outputcapaciteit en productiviteit opgetild, zodat de economie sneller kan groeien zonder gevaar voor overdreven inflatie. Het arbeidsbeleid heeft ervoor gezorgd dat de productiviteitswinst naar de lonen gaat. Vandaag ondersteunt de snel groeiende Braziliaanse consumptiemarkt een zichzelf onderhoudende ontwikkeling. De uitbreiding van de Braziliaanse middenklasse hield ook in dat diegenen die historisch uitgesloten waren van de ontwikkeling, actief betrokken werden. Het beleid van de regering is opmerkelijk vrouwvriendelijk. Het wil ook kinderarbeid en schoolverzuim uitroeien. Het beschermt de ouderen en strijdt tegen rassendiscriminatie. In de toekomst willen we ons nationaal project verder uitdiepen en ons lot verbinden met dat van onze Latijns-Amerikaanse vrienden. We hebben het geluk te kunnen leven in een deel van de wereld waar conflicten zeldzaam zijn, dat kernwapenvrij is en een uiterst veelbelovend potentieel heeft in de productie van energie, mineralen en industriële en voedingsproducten. We geloven vast in brede regionale integratie en vergelijkbare betrekkingen met de rest van de wereld. De internationale systemen moeten worden aangepast aan deze nieuwe realiteit, vooral in de Veiligheidsraad, het IMF en de Wereldbank. Ontwikkelingslanden moeten hun stem kunnen laten horen en er moet rekening mee gehouden worden. De auteur is president van Brazilië.DILMA ROUSSEFFSamen met onze buren hebben we een lange weg afgelegd uit een verleden dat geteisterd werd door slavernij en de uitbuiting van het land en zijn autochtone bevolking.