Vanaf 1 september worden de familierechtbanken bevoegd om familiale discussies te beslechten. Het kan gaan om echtscheidingen, betwistingen over wie het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefent, verzoeken van grootouders om hun kinderen meer te zien of de toekenning van onderhoudsgelden. De familierechtbank wordt ook bevoegd voor erfeniskwesties, zoals geschillen over de geldigheid van een testament en de aanstelling van een notaris voor de vereffening-verdeling van een nalatenschap.
...

Vanaf 1 september worden de familierechtbanken bevoegd om familiale discussies te beslechten. Het kan gaan om echtscheidingen, betwistingen over wie het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefent, verzoeken van grootouders om hun kinderen meer te zien of de toekenning van onderhoudsgelden. De familierechtbank wordt ook bevoegd voor erfeniskwesties, zoals geschillen over de geldigheid van een testament en de aanstelling van een notaris voor de vereffening-verdeling van een nalatenschap. Voor partners die feitelijk samenwonen, geldt een bijzondere regeling. Gaan ze uiteen en zijn ze het niet eens over wie welke goederen mag behouden, dan kunnen ze zich daarvoor niet wenden tot de familiale rechtbank. Gaat de onenigheid over hun kinderen, dan is de familierechter wel bevoegd. Bij elke nieuwe zaak wordt een familiedossier geopend. Daarin worden later alle geschillen bijgehouden die de betrokkenen hebben over hun kinderen en hun partner. Ook zaken over het contact van de grootouders met hun kleinkinderen komen erin. Zo kan de rechter zich een goed beeld vormen van de voorgeschiedenis van de familieleden. De wet wil de burgers stimuleren om hun familiale geschillen onderling te regelen.Binnen elke familierechtbank worden daarvoor een of meer kamers voor minnelijke schikkingen opgericht. Een rechter die in zo'n kamer zetelt, mag daarna niet in een andere kamer een uitspraak doen. Wat in een kamer voor minnelijke schikking wordt gezegd, is vertrouwelijk en kan in een verdere procedure niet tussen beide partijen worden gebruikt. Dat moet de onderhandelingen vergemakkelijken. De rechter wijst op de inleidende zitting op de mogelijkheid om een minnelijke regeling te treffen. Hij kan de procedure opschorten bij een bemiddeling, of hij kan de partijen doorverwijzen naar een kamer voor minnelijke schikking. Zelfs wie een advocaat heeft, moet geregeld zelf aanwezig zijn op de zitting van de rechtbank.Het volstaat niet dat zijn advocaat naar de rechtbank stapt en hem daar vertegenwoordigt. Dat is het geval als de discussie betrekking heeft op het ouderlijk gezag, het verblijf van de kinderen en de betaling van onderhoudsgeld. Soms moet de betrokkene aanwezig zijn op de inleidende zitting, op de zitting waarop vragen over de kinderen worden behandeld en op de pleitzittingen. Voor een echtscheiding met onderlinge toestemming gelden bijzondere regels. Wie niet komt opdagen, krijgt een sanctie. Geeft de eiser verstek, dan kan de rechter de zaak naar de rol verwijzen of de eis zelfs als vervallen verklaren. Komt de verweerder niet naar de rechtbank, dan kan de rechter een verstekvonnis uitspreken of de zaak uitstellen naar een latere zitting en daar een vonnis doen. Werknemers die naar de familierechtbank moeten komen, kunnen zich niet beroepen op het klein verlet om betaald afwezig te zijn van hun werk; dat is alleen het geval voor wie voor de arbeidsrechtbank of het arbeidshof moet verschijnen. Het is wel mogelijk aan de werkgever verlof om een dwingende reden te vragen. Dat wordt niet betaald, tenzij in een cao of in het arbeidsreglement een andere regeling staat. Wie al meer dan tien dagen op jaarbasis verlof om een dwingende reden heeft genomen, moet gewoon onbetaald verlof nemen. De griffier van de rechtbank bezorgt op verzoek een attest om de aanwezigheid op de rechtbank te bevestigen. Door de nieuwe wet komen er andere regels over het horen van minderjarige kinderen in procedures die over hen gaan, zoals discussies over hun verblijf bij de ouders of de grootouders. Kinderen vanaf twaalf jaar worden door de rechter ingelicht dat ze het recht hebben gehoord te worden of dat te weigeren. Zij krijgen daarover schriftelijke informatie met een antwoordformulier. Een minderjarige onder twaalf jaar krijgt geen informatieformulier. Toch kan ook hij worden gehoord op zijn verzoek, of op dat van de partijen, het openbaar ministerie of de rechter. Als de minderjarige of het openbaar ministerie willen dat het kind wordt gehoord, kan de rechter dat niet weigeren. Gaat het verzoek uit van een van de partijen, dan kan hij dat wel weigeren. Bij het nemen van een beslissing hecht de rechter een 'passend belang' aan de mening van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. Hoe ouder het kind, hoe meer zijn mening weegt. Beslissen doet het kind nooit zelf. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming hoeven beide partners niet meer zelf voor de rechtbank te verschijnen; soms kan zelfs een schriftelijke procedure voor de rechtbank worden gevoerd. Dat is het geval als de echtgenoten al meer dan zes maanden feitelijk gescheiden leven. Tot nu toe moesten de echtgenoten dan één keer voor de rechtbank verschijnen. JAN ROODHOOFTDe familiale rechtbanken maken scheiden door onderlinge toestemming eenvoudiger.