Audi is uitdrukkelijk aanwezig op de markt van de luxueuze SUV's. Eerst was er de grote Q7 en sinds kort is er ook de iets kleinere Q5. Op-en-top Audi, zo zie je meteen als hij in het straatbeeld verschijnt. Al bijna even imposant als zijn grote broer, met die brede Audi-snoet. Datzelfde Audi-DNA proef je ook meteen in het interieur, dat alweer hoog scoort met de kwaliteit van de afwerking.
...

Audi is uitdrukkelijk aanwezig op de markt van de luxueuze SUV's. Eerst was er de grote Q7 en sinds kort is er ook de iets kleinere Q5. Op-en-top Audi, zo zie je meteen als hij in het straatbeeld verschijnt. Al bijna even imposant als zijn grote broer, met die brede Audi-snoet. Datzelfde Audi-DNA proef je ook meteen in het interieur, dat alweer hoog scoort met de kwaliteit van de afwerking. Audi posteert zijn Q5 in het segment van de compacte SUV's, maar eigenlijk is hij toch wel groter dan zijn rivalen. Zoals zeven centimeter langer dan de BMW X3, tegelijk weinig en veel, maar duidelijk merkbaar als je beide ziet voorbijschuifelen. Natuurlijk komt dat de binnenruimte ten goede. U kunt gerust met vijf volwassenen op pad, in deze Q5. En omdat er geen derde stoelenrij in de koffer zit, is er een toch wel stevige 540 liter bergruimte achterin. Dat is een goede honderd meter dan in de Mercedes GLK, die andere concurrent. Een SUV voor dit segment bouwen, is geen kleine opgave. Van auto's als de X3, GLK of Q5 wordt immers verwacht dat ze een sportief rijgevoel bieden. Een deugd die princi-pieel in strijd is met de hoogbouw die typisch is voor een SUV. Een auto voelt immers sportief aan als hij door de bocht gaat zonder een spier te vertrekken, of liever, zonder door te wiegen. Terwijl een SUV op hoge poten staat en daardoor een natuurlijke aanleg tot doorwiegen heeft. De basisoplossing is: de vering strakker afstellen. Maar dat gaat dan weer ten koste van het comfort op minder goede wegen. Terwijl een auto als de Audi Q5 ook en vooral dient om comfortabel mee te reizen. En daar luidt de basisoplossing: het onderstel zachter afveren. Kortom: het eeuwige compromis waar een autobouwer naar op zoek moet, en dat in dit geval bijna perfect is. Bijna, want naar ons gevoel doet Mercedes beter met de GLK. We reden met de vernieuwde, rechtstreeks ingespoten tweeliter turbo benzinemotor (TFSI) van 211 pk. Een heel aangename krachtbron die in de lage toeren een koppel haalt dat amper een paar jaar geleden ondenkbaar was voor een benzinemotor. Voorts in het gamma: een tweeliter turbodiesel (van 163 of 170 pk) vanaf 39.600 euro, en een drieliter turbodiesel van 211 of 240 paarden. De diesels met 163 en 211 pk zijn uiteraard speciaal voor de Belgische markt, want vallen met dat vermogen in een fiscaal gunstiger categorie.(T) Kwaliteit afwerking, koppel benzinemotor Wanhopig dure optiesMotor: 2.0 benzine turbo (1984 cc), rechtstreekse inspuiting; maximaal vermogen: 211 pk (155 kW); maximaal koppel: 350 Nm van 1500 tot 4200 toeren Topsnelheid: 222 km/u Acceleratie: 0 tot 100 km/u in 7,2 s Gemiddeld testverbruik: 9,6 liter/100 km CO2-uitstoot: 197 g/km Instapprijs: 43.150 euro Jo Bossuyt