Het besef dat "er iets moet gebeuren" tegen versnippering, overcapaciteit en een moordende prijzenslag tussen familiale textielbedrijven in een markt waarin geen rek meer zit, sleept al vele jaren aan. Filip Balcaen heeft die noodzakelijke consolidatiebeweging mogelijk in gang gezet: hij breekt de sector open voor vreemd kapitaal.
...

Het besef dat "er iets moet gebeuren" tegen versnippering, overcapaciteit en een moordende prijzenslag tussen familiale textielbedrijven in een markt waarin geen rek meer zit, sleept al vele jaren aan. Filip Balcaen heeft die noodzakelijke consolidatiebeweging mogelijk in gang gezet: hij breekt de sector open voor vreemd kapitaal. Na de overname van Balta Industries door het Britse investeringsfonds Doughty Han- son zullen nog meer Angelsaksische durfkapitalisten kroonjuwelen uit de Vlaamse tapijt- en textielcluster aan financiering helpen. En op termijn via de beurs naar buitenlandse hoofdaandeelhouders sluizen. Dat was onvermijdelijk, omdat het grootkapitaal bij ons op een dergelijke schaalgrootte ontbreekt. Het komt er nu op aan dat de Vlaamse tapijtproductie - onder controle van niet Belgische, maar Europese, Amerikaanse, Turkse, Saudische of Chinese hoofdaandeelhouders - toch op de as Gent-Kortrijk verankerd blijft . De cluster van marktleiders en wereldspelers, goed voor de helft van de Europese tapijtproductie, stut immers de Vlaamse kenniseconomie en dat geldt evenzeer voor de textielcluster in zijn totaliteit, goed voor bijna 40 % van de Europese textielproductie. Bemoedigend is dat Balcaen zijn bedrijf niet zomaar verkoopt, maar dat familie en management financieel betrokken blijven. Het Balta-scenario is echter vooral weggelegd voor de allergrootsten: om in Europa de dans te leiden en tapijt door middel van technologische innovaties uit zijn banaliteit te halen, hebben ze een sterke kapitaalbasis nodig. Externe financiering is daarbij noodzakelijk. Enerzijds om, naar het voorbeeld van hun Amerikaanse concurrenten Shaw, Mohawk en Beaulieu of America op overnamepad te trekken, in Zuidwest-Vlaanderen en Europa. Anderzijds om door het inbouwen van allerlei hoogtechnologische functies in de tapijten aan permanente productvernieuwing te doen. Innovatie, consolidatie en the struggle for life gelden trouwens evengoed voor de familiale middenmoters en kleine nichespelers. Ook zij kunnen, net zoals hun Amerikaanse collega's, alleen overleven door creativiteit en flexibiliteit. Hier staat het Desclee/ Clama-scenario model: samen werden de twee familiale producenten van matrastijk onlangs de op één na grootste in Europa. Een andere mogelijkheid is dat gediversifieerde bedrijven, mét behoud van hun eigenheid, samen onder één financiële koepel schuilen. Allianties sluiten met of verkopen aan collega's lag tot voor kort moeilijk in West-Vlaanderen; gelukkig is de jongere generatie zakelijker. Punt is dat de Vlaamse tapijt- en textielsector aanbeland is in de "fase waarin het voordeel van sterke concurrenten in de lokale markt omslaat in een nadeel wanneer die spelers internationaal moeten concurreren" (de waarschuwing stond al te lezen in het Strategisch Plan voor West-Vlaanderen 1989!). Hopelijk port de zet van Filip Bal- caen ook kleinere familiale spelers aan tot meer deugdelijk bestuur, meer openheid voor cijfers en de inbreng van extern kapitaal. De lange weg van natuurlijke eliminatie is geen alternatief. Erik Bruyland