De wetgever gaat ervan uit dat er tegenover de bewaarder van een dier een 'vermoeden van fout' bestaat. Zelfs als de bewaarder geen enkele schuld heeft aan het voorval, is hij in principe dus toch aansprakelijk.
...

De wetgever gaat ervan uit dat er tegenover de bewaarder van een dier een 'vermoeden van fout' bestaat. Zelfs als de bewaarder geen enkele schuld heeft aan het voorval, is hij in principe dus toch aansprakelijk. Die regel geldt alleen voor dieren die een bewaker kunnen hebben, zoals huisdieren, paarden en koeien. Wilde dieren vallen er niet onder. Voor een slachtoffer kan het soms moeilijk zijn aan te tonen wie de bewaarder van het dier is, zeker als het niet geregistreerd is of wegloopt. Bovendien moet hij de schade bewijzen en kunnen aantonen dat ze werd veroorzaakt door het dier. De bewaarder van het dier is meestal ook de eigenaar. Maar een dier kan ook schade veroorzaken op een moment dat het elders verblijft, bijvoorbeeld bij een familielid, in een honden- of kattenpension of bij de dierenarts. In zo'n geval rijst de vraag of de persoon bij wie het dier verblijft daardoor ook de bewaarder is en dus opdraait voor een eventueel schadegeval. Voor de rechtbanken worden geregeld discussies over die vraag gevoerd. Meestal wordt de partij die het dier korte tijd bij zich heeft -- bijvoorbeeld een vriend die af en toe met een hond gaat wandelen -- niet als de bewaarder aangezien, maar blijft de eigenaar aansprakelijk. De uitbater van een professioneel hondenpension daarentegen wordt doorgaans wel aansprakelijk gesteld als een hond tijdens zijn verblijf schade aan anderen toebrengt. De eigenaar van het dier gaat dan vrijuit. De bewaarder van het dieris niet aansprakelijk als hij een vreemde oorzaak of overmacht kan bewijzen. Zo kan hij proberen aan te tonen dat de schade te wijten was aan een fout van het slachtoffer. Dat is het geval als het de hond had bedreigd met een stok en daarna werd gebeten. Ook als een vreemde een knauw krijgt van een hond, nadat hij die zonder toestemming van zijn baasje had gestreeld of nadat hij een bordje 'gevaarlijke hond' had genegeerd en zomaar de tuin was binnengestapt, kan dat als een fout worden beschouwd. Het slachtoffer loopt dan het risico dat het gedeeltelijk aansprakelijk wordt gesteld of zelfs helemaal opdraait voor de schade. Soms kan een eigenaar zich beroepen op overmacht, bijvoorbeeld als een hond door een brand in paniek raakte. Maar de gevallen waarin overmacht wordt aanvaard, zijn heel beperkt. Hebben meerdere huisdieren van meerdere eigenaars de schade aangericht, zonder dat met zekerheid kan worden bepaald welke dieren verantwoordelijk zijn, dan worden alle eigenaars aansprakelijk gesteld. Een slachtoffer kan aan een hondenbeet tijdelijke en zelfs blijvende letsels overhouden en dieren kunnen verkeersongevallen veroorzaken, met grote stoffelijke en lichamelijke schade tot gevolg. Heeft de eigenaar een familiale verzekering -- zo'n polis is niet verplicht, maar wel een aanrader -- dan wordt de schade normaal gesproken vergoed door de verzekeraar. Dat is niet het geval als de eigenaar een opzettelijke of ernstige fout heeft gemaakt, bijvoorbeeld als hij de hond het bevel gaf te bijten. Wie een huisdier koopt, doet er verstandig aan eerst even contact op te nemen met zijn verzekeraar, vooral als het gaat om een hond of een ander dier waarvan het ras een negatieve reputatie heeft. Houd er rekening mee dat een familiale verzekering doorgaans geen contractuele schade dekt. Stel dat de eigenaar van een hond een gemeubileerd appartement aan zee huurt en het dier daar een zetel aan flarden bijt. Het baasje moet dan zelf voor de kosten opdraaien. Ook eigen schade -- een hond die thuis meubels beschadigt -- vergoedt de familiale verzekering niet. Soms kan de bewaarder van een dier anderen aansprakelijk stellen, zoals de verkoper van de hond of de organisator van een manifestatie, als hij meent dat de schade door hun schuld werd veroorzaakt. In dat geval is het belangrijk dat de bewaarder hen meteen aansprakelijk stelt zodra hij wordt aangesproken.JAN ROODHOOFTDe bewaarder van het dier is niet aansprakelijk als hij een vreemde oorzaak of overmacht kan bewijzen.