Minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) maakt wellicht deze week haar voorstellen voor een pensioenhervorming bekend, een van de najaarswerven van de regering-De Croo. Volgens bronnen dicht bij het dossier zal dat plan "ambitieus" zijn.
...

Minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) maakt wellicht deze week haar voorstellen voor een pensioenhervorming bekend, een van de najaarswerven van de regering-De Croo. Volgens bronnen dicht bij het dossier zal dat plan "ambitieus" zijn. Dat zou verbazen. Er zijn redenen om te verwachten dat van een grondige pensioenhervorming niets in huis komt. Eerst en vooral is duidelijk dat logische voorstellen, zoals een sterkere band tussen werken en de pensioenuitkering, weinig kans maken. Het pleidooi van Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert om de toegang tot het minimumpensioen pas mogelijk te maken na twintig jaar te hebben gewerkt, viel bij de PS op een koude steen. Het systeem van de gelijkgestelde periodes (periodes van inactiviteit of ziekte die worden meegeteld als gewerkte jaren voor de berekening van het pensioen) moet worden herzien, staat in het regeerakkoord. Het is nu al duidelijk dat die hervorming een mager beestje wordt. Er is nog een tweede reden waarom een groot pensioenplan taboe is: de linkerflank van Vivaldi heeft zijn trofee al binnen: het minimumpensioen van 1500 euro voor wie een volledige loopbaan achter de rug heeft. Waarom dan nog op andere dossiers toegeven? Ten derde is er de druk van de PTB/PVDA, aan Franstalige kant de grootste oppositiepartij. Wie naar hun website gaat, botst op de slogan 'Op 67 jaar is elk beroep te zwaar'. Daarmee wordt de PS herinnerd aan een oude verkiezingsbelofte om de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030, een beslissing van de regering-Michel, terug te draaien. De PVDA/PTB zet zo vanuit de oppositie druk op het pensioendebat.