Clamadieu heeft er net zijn eerste jaar opzitten als voorzitter van Cefic, dat eind vorige week in Brussel zijn jaarlijkse congres hield. Die rol van toponderhandelaar voor de Europese chemiesector is hem op het lijf geschreven. Maar zelfs een geboren communicator als Clamadieu moet het onderste uit de kan halen om de Europese autoriteiten in te peperen dat de chemie onherroepelijk erodeert en dat de aftakeling zal worden versneld als de sector nog extra energielasten wordt opgelegd. En dat is lang niet alles. "We leven in een uiterst complexe en volatiele omgeving waarin crisissen elkaar opvolgen", zegt Clamadieu. "Er is Brazilië, Rusland, de onzekerheden in China, de Europese economie die nauwelijks nog groeit. Dat zijn allemaal zaken die een impact hebben op de investeringsbeslissingen van industriele bedrijven en zorgen voor onzekerheid. En nu is er ook nog Volkswagen. Al is dat ook een uitstekende gelegenheid om onze teams eraan te herinneren dat vals spelen niet de juiste oplossing is voor een probleem."

Hoe doet uw sector het?

JEAN-PIERRE CLAMADIEU. "Wereldwijd groeit die sterker dan het bruto binnenlands product. BASF verwacht voor de volgende vijf jaren een wereldwijde productiegroei van 3,7 à 3,8 procent. Voor de Europese chemie daarentegen zijn de groeivooruitzichten verlaagd van 1,5 tot 1 procent, en 2016 zal niet veel beter zijn. En in 2013 investeerde de chemie in Europa 19 miljard dollar, in China 67 miljard dollar en in de Verenigde Staten 24 miljard. Tien jaar eerder, in 2003, was dat voor Europa al 18 miljard dollar, tegen 7 miljard in China en 6 in de Verenigde Staten. Een enorm verschil dus. In 2003 was Europa echt de leider. Nu is er nog amper groei. Dat zo weinig wordt geïnvesteerd, toont aan dat Europa verzwakt. Grote bedrijven zoals het onze blijven niet passief, maar maken keuzes. En de keuze die Solvay heeft gemaakt, is investeren in de Verenigde Staten met de overname van Cytec. Ook BASF investeert vandaag meer in de Verenigde Staten dan in Europa.

"Onze sector wordt almaar brozer in Europa. En dat terwijl die staat voor 1,2 miljoen directe jobs en inclusief de indirecte banen zelfs voor grofweg 4 miljoen jobs, en tussen 40 en 50 miljard euro bijdraagt aan de handelsbalans. Ook een studie van het adviesbureau Oxford Economics toont aan dat de concurrentiekracht van onze sector is aangetast."

De managementconsultant AT Kearney stelde enkele jaren geleden al dat tegen 2030 ruim 30 procent van de jobs in de Europese chemiesector verloren zal gaan en dat Europa het brandpunt wordt voor fabriekssluitingen.

CLAMADIEU. "Alle cijfers wijzen inderdaad in die richting wegens de gedaalde concurrentiekracht tegenover de Verenigde Staten en de Golflanden. Het enige dat je daar tegenover kan stellen, is innovatie. Het budget voor O&O is hier nog altijd een beetje hoger dan elders en de kwaliteit van onze universiteiten en onderzoeksinstellingen laat Europa toe verder te innoveren."

Wat is de impact van de lagere prijs van olie, die naast een bron van energie ook een grondstof is voor de chemie?

CLAMADIEU. "Er is een enorm verschil in concurrentiekracht met de Verenigde Staten, te wijten aan de energieprijs. De kloof is gelukkig verkleind door de lagere olieprijs, zodat de druk op de chemiesector is afgenomen. Maar niet in die mate dat het een nieuwe dynamiek creëert of ons toelaat op significante wijze opnieuw te investeren in Europa. En zeggen dat de Amerikaanse chemische industrie zich vijf jaar geleden aan het voorbereiden was om te verkassen naar de Golf. Er zijn nog wel enkele projecten, zoals dat van Dow Chemical in Saoedi-Arabië dat begin volgend jaar wordt geopend en waarvan ook Solvay een afnemer zal zijn. Maar plots was er dan die massale herinvestering in de chemie in de Verenigde Staten dankzij schaliegas, terwijl hier eerder herstructureringen worden voorbereid. Enkele zullen er ook komen, terwijl andere gewoon wat worden uitgesteld omdat de olieprijs is gezakt. Maar de vooruitzichten voor productie en investeringen in Europa blijven eerder somber."

Wat wordt de topprioriteit voor uw tweede jaar als Cefic-voorzitter?

CLAMADIEU. "Die is helaas niet erg verschillend van die van het eerste jaar. Ik zal steeds maar dezelfde boodschap herhalen, uitleggen aan onze politieke leiders dat wat in die studies staat aan het gebeuren is. Als we in Europa een dynamische chemie-industrie willen behouden, moeten ze ons de middelen geven, en dat vergt aandacht voor onderwerpen zoals energie en concurrentiekracht. Het Europese handelssysteem voor CO2-uitstootrechten van bedrijven is zeer belangrijk, maar ook hervormd mag het niet leiden tot extra kosten voor bedrijven en installaties die al de beste van de klas zijn in de wereld. Wij zijn ervan overtuigd dat de doelstelling voor de CO2-reductie kan worden behaald zonder de factuur voor de ondernemingen te verhogen. Alle landen zoeken uiteraard nieuwe bronnen van inkomsten. Maar ze moeten beseffen dat sterke sectoren die zorgen voor emissies ook een grote bijdrage leveren aan het verlagen ervan. Het mag er niet toe leiden dat dit een bedreiging vormt voor hun voortbestaan, (herpakt zich snel) ik bedoel concurrentiekracht."

U moet wel heel vaak diezelfde boodschap brengen.

CLAMADIEU. "Het gaat traag, te traag, maar het gaat wel vooruit sinds de Commissie-Juncker er is. De discussie met EU-commissarissen als Miguel Canete (Klimaatactie en Energie) en Maros Sefcovic (Energie-unie) is gemakkelijker en productiever dan met hun voorgangers. Maar opgelet, want bedrijven moeten snel beslissen over langetermijninvesteringen omdat we ons moeten herpositioneren in een snel evoluerende omgeving."

Wat stoort u het meest? Het gebrek aan 'sense of urgency'?

CLAMADIEU. "Het verschil tussen het heel voluntaristische discours over het belang van de industriële activiteit in Europa en het behalen van de zogenaamde Lissabon-doelstelling om 20 procent van het bbp te halen uit industriële activiteit, en de manier waarop andere onderwerpen zoals het energiebeleid worden behandeld. Al is er nu dus wel vooruitgang. De nieuwe Europese Commissie heeft uitdrukkelijk gesteld dat energie een prioriteit is."

Maar dat zijn alleen maar woorden.

CLAMADIEU. "Dat is zo. Ik stel ook vast dat je in het discours van de Commissie het woord concurrentiekracht niet terugvindt. Kijk, in het kader van de strijd tegen de klimaatverandering wordt een grote klimaatconferentie in Parijs voorbereid, de zogenaamde COP21 die eind november start. De strijd tegen CO2 is absoluut een prioriteit. Maar we moeten dat wel allemaal samen doen. Europa heeft al een heel grote stap gezet en de anderen hinken ver achterop. Ik denk wel dat er vooruitgang zal worden geboekt in Parijs, maar eerder bescheiden."

Welk advies geeft u aan de Europese chemiebedrijven?

CLAMADIEU. "Probeer een echt mondiale positie te verwerven, en focus op innovatie. Er is veel mogelijk in Europa. We kunnen de beste labo's hebben. Maar je mag dat niet zomaar als verworven beschouwen."

Om nog even terug te komen op de studie van AT Kearney. Banenverlies en sluitingen zijn dus onvermijdelijk?

CLAMADIEU. "Ik zou het liefst voorzichtig zijn over dit onderwerp, maar ja, ik denk dat de herstructureringen in de Europese chemie zullen voortgaan. Het verlies van concurrentiekracht in sommige segmenten zal zich onvermijdelijk vertalen in herstructureringen en de sluiting van fabrieken of van delen ervan. Een sector die groeit met hooguit 1 procent per jaar is een sector waarin de tewerkstelling zal krimpen. Maar fataal is dat allemaal niet. Hetzelfde werd tien jaar geleden gezegd over de Verenigde Staten, en zie hoe de zaken daar totaal veranderd zijn. (snel) Al weet ik niet of wij ook de middelen zullen hebben om het tij hier te keren. Maar we vechten ervoor. We hebben gelukkig nog genoeg grote groepen met mondiale ambities die hun hoofdkwartier in Europa hebben."

Maar hoelang nog?

CLAMADIEU. "Europa verlaten maakt in elk geval geen deel uit van de strategie van Solvay. Solvay zal hier nog lang blijven. On aime bien."

Bert Lauwers

"Als we in Europa een dynamische chemieindustrie willen behouden, moeten ze ons de middelen geven"

"Wij zijn ervan overtuigd dat de doelstelling voor de CO2-reductie kan worden behaald zonder de factuur voor de ondernemingen te verhogen"