Na meer dan vijf decennia van ontwikkelingshulp gaat de meeste informatie over de impact van specifieke projecten geïmplementeerd door individuele donoren in welbepaalde landen," schrijft Roger Riddell. "Studies die een algemeen antwoord zoeken op de vraag of ontwikkelingshulp werkt, verschaffen geen betrouwbare antwoorden. En zullen dat nooit doen." Een provocerende én gevaarlijke stelling. In het lijvige boek ontbreekt alvast een recente IMF-studie waarin we lezen dat er geen bewijs is dat méér ontwikkelingshulp ook...

Na meer dan vijf decennia van ontwikkelingshulp gaat de meeste informatie over de impact van specifieke projecten geïmplementeerd door individuele donoren in welbepaalde landen," schrijft Roger Riddell. "Studies die een algemeen antwoord zoeken op de vraag of ontwikkelingshulp werkt, verschaffen geen betrouwbare antwoorden. En zullen dat nooit doen." Een provocerende én gevaarlijke stelling. In het lijvige boek ontbreekt alvast een recente IMF-studie waarin we lezen dat er geen bewijs is dat méér ontwikkelingshulp ook tot welvaartsgroei leidt in de ontvangende landen. Zelfs niet in landen met een behoorlijk bestuur. Het maakt zelfs niet uit welke donor de hulp geeft, waarvoor de hulp wordt ingezet of welk klimaat er heerst. Het IMF toont aan dat de positieve effecten van hulp tenietgedaan worden door de negatieve invloed op de concurrentiepositie van het land en de verschuiving van de inzet van geschoolde mensen en middelen van de productieve sector naar de publieke sector, waar ontwikkelingsprojecten zich veelal concentreren. Dat laatste fenomeen is gekend als de Dutch disease, omdat Nederland de gevolgen ervan eind jaren vijftig en begin jaren zestig meemaakte. Door de ontdekking en exploitatie van reusachtige hoeveelheden gas in de streek van Groningen steeg de koers van de Nederlandse gulden ten opzichte van de munten in de buurlanden. Maar daardoor kwam de export van industrieproducten in het gedrang. Volgens topeconoom Raghuram Rajan van het IMF is een verhoging van de ontwikkelingshulp dus niet noodzakelijk een goede zaak voor de ontvangende landen. In een recent interview stelt hij onomwonden dat een voorzichtige aanpak, met oog voor het vermogen van landen om meer hulp te absorberen, beter is. "Nu de wereld zich opmaakt voor een massale nieuwe hulpinspanning en hulp politiek in de mode is, bestaat de neiging om de mislukkingen uit het verleden te wijten aan een gebrek aan middelen of goede bedoelingen." Rajan wijst die these af. Volgens Riddell mag dat geen argument zijn om de armen te laten zakken. Hij argumenteert om de hulp efficiënter te maken. Zo pleit hij er sterk voor om cash geld rechtstreeks uit te delen aan de allerarmsten. Riddell weet waarover hij schrijft. Hij deed onderzoek naar ontwikkelingshulp en werkte als directeur bij de Britse ngo Christian Aid. Wellicht dat dit laatste zijn boek toch een beetje kleurt: hij heeft een neiging om toch iets te doen, zelfs als er weinig of geen valabele argumenten zijn om effectief in te grijpen. Riddell is iets te veel doener en iets te weinig denker. Toch is Does Foreign Aid Really Work? een absolute aanrader voor iedereen die zich over ontwikkelingshulp buigt. Al zal niet iedereen het eens zijn met de conclusies. Maar dat is nu eenmaal onvermijdelijk met deze complexe problematiek. Roger Riddell, Does Foreign Aid Really Work? Oxford University Press, 448 blz.Thierry Debels