Nooit eerder hebben vijftigplussers zich zo lustig gewenteld in overdreven luxe, dure reizen en bizarre liefhebberijen. Zodra ze met pensioen zijn, wordt hun uitgavenpatroon alleen maar aangezwengeld. De babyboomers hebben zich vrij gevochten, al zijn de alternatieve kreten van de jaren zestig al lang gesmoord in losbandig consumentisme. Vlaamse vlijt hebben de babyboomers nog wel gepraktiseerd, maar Vlaamse spaarzaamheid zijn ze ontgroeid. Vrank en vrij jagen ze de erfenis van hun kinderen erdoor, terwijl die generatie babybusters (stammend uit de periode 1965-1990) met lede ogen toekijkt hoe de prijzen de pan uit rijzen, terwijl h...

Nooit eerder hebben vijftigplussers zich zo lustig gewenteld in overdreven luxe, dure reizen en bizarre liefhebberijen. Zodra ze met pensioen zijn, wordt hun uitgavenpatroon alleen maar aangezwengeld. De babyboomers hebben zich vrij gevochten, al zijn de alternatieve kreten van de jaren zestig al lang gesmoord in losbandig consumentisme. Vlaamse vlijt hebben de babyboomers nog wel gepraktiseerd, maar Vlaamse spaarzaamheid zijn ze ontgroeid. Vrank en vrij jagen ze de erfenis van hun kinderen erdoor, terwijl die generatie babybusters (stammend uit de periode 1965-1990) met lede ogen toekijkt hoe de prijzen de pan uit rijzen, terwijl hun looncurve geen gelijke tred houdt. Vergeet dat eigen huis als de ouders cruises blijven boeken. Bovendien moeten de babybusters met almaar minder het werk opknappen én de zorg van de massa (vroeg)gepensioneerden financieren, nota bene in het besef dat er henzelf straks minder welvaartsstaat en nog minder pensioen wacht. "De tweede naoorlogse generatie zal dus dieper in de portemonnee moeten tasten om niet alleen de solidariteitskas ten voordele van de aanzwellende groep gepensioneerden (mee) te spijzen, ze moet ook zelf - dus op relatief jonge leeftijd - voor de eigen pensioenreserves instaan", schrijft trendwatcher Herman Konings in Sub rosa. Hoe babyboomers en babybusters afstevenen op een generatieoorlog is maar een van de vele observaties in de marge van Sub rosa. Het typeert Konings, die de evoluties vangt in enkele hoofdstromen, maar ook de bruisende zijrivieren in kaart brengt. Hij bakent vier trends af, gebundeld in het acroniem rosa: radicaal, openhartig, samenhorig en aanstekelijk. Het radicale staat voor de brandende behoefte aan het banale te ontsnappen, maar ook terug te keren naar de basis, naar de roots. Dat is méér dan retrogedrag, Konings heeft het over revivalisme. Die zelfverkenning en zucht naar het authentieke (denk maar aan het succes van trappistenbier) is leuk en waardevol, maar er schuilt ook gevaar in. Die rivier kan immers uitmonden in een onbehaaglijke delta van overdreven protectionisme, nationalisme en conservatisme als reactie tegen de voortdenderende globalisering. De tweede trend, openhartig, verwijst naar de nieuwe mondigheid. Als dat al niet tegen de baas of burgemeester is, gebeurt het wel via Twitter. Daarbij hoort de eis om transparantie. Zo komen we naadloos terecht bij het samenhorige. De sociale media hebben een communicatierevolutie ontketend, maar meteen ontstaat ook de behoefte om ons af en toe te onttrekken aan de gekte. Sporadisch ruilen we de hotspots in voor een coldspot, waar de smartphones uit gaan. Al zijn de coldspots slechts cool bij gratie van de hot-spots. De vlucht is tijdelijk, maar geeft wel een signaal dat we vat willen krijgen op de permanente informatiestorm. Die dubbele beweging vinden we ook in de vierde trend, het aanstekelijke, die we omhelzen als we voldoende weerbaarheid krijgen tegen de veranderingstornado en de altijd-aan-cultuur. Konings lardeert met inspirerende voorbeelden en doordenkers. Laat u niet misleiden door de snoepkleuren of de zeemzoete vormgeving, want die blijkt juist uiterst geraffineerd en efficiënt. De vorm is als de inhoud: enkele trends lijken déjà-vu, maar finaal blijkt Konings' discours intelligent, prikkelend en onthullend. Herman Konings, Sub rosa, Lannoo, 2011, 256 blz., 29,99 euroDAAN DUMOULIN