Heldergrijze toekomst

Danny Reweghs
Danny Reweghs Directeur strategie Trends Beleggen

We staan aan de vooravond van een nieuw millennium. Een uniek gebeuren voor de menselijke populatie. Voldoende om voor heel wat extra knallende champagnekurken te zorgen. En toch zal niet iedereen aan champagne kunnen nippen wanneer we de overgang van 31 december 1999 naar 1 januari 2000 maken. De vrees voor het toeslaan van de millenniumbom houdt, bijvoorbeeld, al het overgrote deel van het informaticapersoneel in ondernemingen van de feestdis weg.

Wellicht zal die millenniumbom echter geen al te grote schade aanrichten. En mocht dat toch het geval zijn, dan blijft het een tijdelijk fenomeen. Wel willen we even blijven stilstaan bij die andere tijdbom, de demografische. Want die is niet tijdelijk, maar van structurele aard en tikt in Europa nog jáaaren genadeloos door.

Toen Kofi Annan – topman van de Verenigde Naties (VN) – ruim een maand geleden een pasgeborene in ex-oorlogsgebied Bosnië tot 6 miljardste bewoner van moeder Aarde uitriep, ging het uiteraard om een puur symbolische handeling. Maar eigenlijk stelde hij toen een intellectueel gezien oneerlijke daad. Hij miskende immers de realiteit dat 99% van de bevolkingsgroei wordt gedragen door de zogenaamde ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika, Afrika en vooral Azië. In Europa is van een bevolkingsaangroei geen sprake meer. Integendeel zelfs, de Europese bevolking zal de komende decennia afnemen.

Dat zal echter niet verhinderen dat de aardpopulatie zal blijven “exploderen”, tot in de buurt van 9.000.000.000 tegen het jaar 2050. Van die 3 miljard bijkomende aardbewoners zullen er volgens VN-schattingen 1,7 miljard Aziaten zijn, ongeveer 1 miljard Afrikanen en 300 miljoen Zuid-Amerikanen. In Europa, daarentegen, zullen we over 50 jaar met 100 miljoen MINDER zijn. Procentueel zal 60% van de wereldbevolking in 2050 Aziaat zijn, 20% Afrikaan en amper 6% Europeaan. Voor elke Europeaan zullen er, met andere woorden, tien Aziaten zijn.

Niet alleen zullen we in Europa in 2050 met zo’n 15 % minder zijn dan vandaag, we zullen ook gemiddeld een stuk ouder zijn. In 1950 was de gemiddelde Europeaan 29 jaar “jong”. Vorig jaar was dat gemiddeld 37 jaar en als we de VN-voorspellers weer eens geloven, zal dat midden volgende eeuw gemiddelde 47 jaar zijn. Van de bevolkingspiramide die “normaal” een stevige basis en een smalle top heeft, zal in Europa de basis steeds smaller en de top steeds breder worden zodat die in 2050 haast een even brede basis als top zal hebben.

Dat heeft alles te maken met een “dubbel” effect (“schaareffect”): de alsmaar krimpende vruchtbaarheidsgraad en de steeds hogere levensverwachting. Het gemiddeld aantal kinderen per gezin daalde van 2,4 in 1970 tot een dieptepunt op 1,4 in 1996, terwijl een Europeaan in 1970 gemiddeld 67 jaar werd en in ’96 74 jaar. In 2050 zou dat gemiddelde wel eens boven 80 jaar kunnen liggen.

Het pensioenstelsel zoals het in Europa nu bestaat – waarbij 89% van alle pensioenuitkeringen wordt betaald met bijdragen van de nu nog werkende bevolking, bestuurd vanuit de overheid -, dreigt dan ook door de demografische tijdbom tot ontploffing te worden gebracht. Duitsland telde in 1960 nog zes werkenden voor elke gepensioneerde. Volgens berekeningen van de Wereldbank zullen er tegen 2040 nog twee werkenden voor elke gepensioneerde zijn. Vooral als de “baby boomers” vanaf 2005 volop de arbeidsmarkt zullen beginnen verlaten, zal het probleem van de financiering van de pensioenen snel nijpender worden. Het feit dat de gemiddelde jongere steeds langer studeert en dus steeds later op de arbeidsmarkt komt en vele oudere werknemers steeds vroeger uit het arbeidsproces stappen (al zal die tendens weer worden omgebogen), verhoogt de ouderenafhankelijkheidsratio alleen maar.

De vergrijzing van de West-Europese bevolking zal de gemiddelde Europeaan er steeds meer toe brengen om voor het eigen pensioen te gaan sparen. En omdat aandelen bewezen hebben dat ze op langere termijn een hoger gemiddeld rendement geven dan vastrentende producten, verwachten specialisten dat de komende decennia nog heel wat extra geld richting beurs zal stromen. Morgan Stanley Dean Witter plakt daarop zelfs concrete cijfers. Het Amerikaanse effectenhuis rekende voor dat tussen medio ’98 en 2010 13.000 miljard dollar bijkomend op de Europese beurzen zou belegd worden. Dat is meer dan de totale marktkapitalisatie van de Europese beurzen vandaag.

Dus terwijl de millenniumbom ons op korte termijn wat angst inboezemt, stemt de demografische tijdbom ons optimistisch. Grijs is voor beleggers dus niet gelijk aan grauw in de 21ste eeuw. Specialisten die voor de lange termijn (komende decennia) positief gestemd zijn voor de beurzen, steunen hun zienswijze vooral op deze structurele ondersteuningsfactor: het sparen voor het eigen pensioen. Laten we dus maar het glas heffen op het nieuwe millennium! Gezondheid!

Danny Reweghs

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content