De Alfa Romeo Giulia kwam in mei 2016 op de markt. Eerst werd de sportiefste versie, de Quadrifoglio, gelanceerd. Een bewuste keuze. De Italianen wilden het sportieve karakter van hun nieuwkomer onderstrepen. Om de Giulia ook een sportief rijgedrag mee te geven, kozen ze voor het eerst sinds lang voor achterwielaandrijving.

Ondertussen zijn er verscheidene versies. Zoals een gewone turbodiesel, maar ook de Veloce 2.2 d: de krachtigste diesel in het gamma. Hier is de viercilinder van 2,2 liter goed voor maar liefst 210 paarden en een maximaal koppel van 470 Nm. Om zo veel geweld in goede banen te leiden koos Alfa Romeo voor vierwielaandrijving. In normale omstandigheden gaat de aandrijving volledig langs de achterwielen, maar zodra die grip verliezen, springt de voortrein bij, die in extreme rijsituaties tot maximaal 60 procent van de aandrijving kan overnemen. Die vierwielaandrijving doet in de praktijk niets af van de speelse aard van de Giulia, een auto met een van de beste chassis in zijn klasse.

Neem daarbij het directe en precieze stuur, en de automatische versnellingsbak met acht gangen die op het juiste moment schakelt, en je krijgt een heerlijk rijgedrag. Eigenlijk zoals we ons herinnerden van de gewone turbodiesel waarmee we een poosje geleden hebben gereden: zoals we hadden verwacht, bevestigde de test dat de Giulia met zijn stuurgevoel een van onze favoriete berlines is. Temeer omdat de ingenieurs er, ondanks de grotere wielen, in zijn geslaagd dat sportieve karakter te combineren met een behoorlijk comfortabel gevoel voor de inzittenden. Kortom: dit is echt een machine voor wie kan genieten van autorijden.

Aan de minkant vermelden we dezelfde lacunes als bij de basisversie van de Giulia: de afwerking van het interieur is niet altijd even goed. Het was eigenlijk nooit anders bij Alfa Romeo. Het zijn heerlijke mechaniekjes om mee te rijden, maar hier en daar kan er iets los zitten. Zoals deze keer de knop voor de hoogteregeling van de bestuurdersstoel in de Quadrifoglio. We drukten erop en voelden hoe onze vinger plots in een grote leegte tastte, want de knop was ergens in het binnenwerk van de stoel verdwenen. Dat hadden we ons beter voorgesteld

JO BOSSUYT