Sla je een handboek over bedrijfsfinanciering open, dan lees je dat durfkapitaal gezien wordt als dé oplossing voor alle financieringsproblemen. De ondernemer die van zijn bankier geen centen krijgt, moet maar een beroep doen op durfkapitaal. Tenminste, dat was tot een paar jaar geleden het geval. We zaten middenin de internethype, de economie groeide sterk, de bomen groeiden tot in de hemel. Een bedrijf - en zeker een startende ondernemer - had niet de minste moeite om aan lefgeld te geraken.
...

Sla je een handboek over bedrijfsfinanciering open, dan lees je dat durfkapitaal gezien wordt als dé oplossing voor alle financieringsproblemen. De ondernemer die van zijn bankier geen centen krijgt, moet maar een beroep doen op durfkapitaal. Tenminste, dat was tot een paar jaar geleden het geval. We zaten middenin de internethype, de economie groeide sterk, de bomen groeiden tot in de hemel. Een bedrijf - en zeker een startende ondernemer - had niet de minste moeite om aan lefgeld te geraken. Massaal participaties nemen in groeibedrijven én er snel op een lucratieve manier uitstappen, dat was het credo van de durfkapitalist. Snel poen pakken, kon bijvoorbeeld door een beursgang. Maar na het openbarsten van de internetballon kwam de ontnuchtering. Tal van participaties verloren hun waarde en de durfkapitalisten beschikten niet langer over voldoende middelen om nog verder te investeren. En als ze het toch kunnen doen, zijn ze voorzichtig. Té voorzichtig, want ze dreigen het principe van het durfkapitaal aan te tasten. Dat principe houdt in dat het rendement dat de durfkapitaalverschaffer voor zijn investering krijgt, rechtstreeks afhangt van de resultaten die de onderneming haalt. Een negatieve return is even plausibel als een return van 30% of meer.Daartegen probeert de risicokapitalist zich echter meer en meer in te dekken via allerlei garantiesystemen. Zoals de zogenaamde liquidatiepreferenties. Daarmee kunnen durfkapitalisten het geïnvesteerde bedrag zeer snel recupereren wanneer ze merken dat het de verkeerde richting uitgaat met een onderneming waarin ze geparticipeerd hebben. De bedrijfsleiders die zelf ook geld in het project gestoken hebben, blijven dan in de kou staan. Risicokapitalisten maken er bijna een sport van: ze scheppen tegen elkaar op dat ze de meest interessante garantieclausule hebben kunnen onderhandelen. Eigenlijk zijn het verzekeringspolissen die ze hebben afgesloten, terwijl risicogedrag tot hun handelsmerk moet behoren. Absurd. Valt zoiets nog onder de noemer van durfkapitaal? Waar is dan nog het verschil met de klassieke kredieten die ter beschikking worden gesteld van een ondernemer en de ontlener zeker is van een vooraf bepaald rendement en van een - in de meeste gevallen - gegarandeerde terugbetaling van het ontleende bedrag?Optimisten zeggen dat dit de kinderziekten van een branche zijn die al bij al nog zeer jong is. Best mogelijk, maar wie kinderziekten doormaakt, moet er normaal gezien sterker uitkomen. Zal dat wel gebeuren met de Belgische durfkapitaalsector? Eerst en vooral zitten veel spelers financieel aan de grond. Samengaan met andere fondsen lijkt voor hen op termijn de enige oplossing. Ten tweede kan je je afvragen of ze de nodige lessen zullen trekken uit het verleden. Misschien moeten de fondsen na deze catharsis zichzelf een deontologische code opleggen: niet te veel op korte termijn denken en zich engageren om samen met de ondernemers een valorisatiestrategie op poten te zetten om de waarde van het bedrijf zoveel mogelijk te verhogen. Dat neemt natuurlijk tijd in beslag, maar iedereen zal erbij winnen: de durfkapitalist, want hij zal een interessante exit realiseren. En de ondernemer, want die beschikt dan over een bedrijf met een stevige financiële onderbouw.Alain Mouton [{ssquf}]