JOHN DEJAEGER
...

JOHN DEJAEGEREr ging de afgelopen maanden haast geen dag voorbij of de media openden hun nieuws met een aanklacht over exorbitante managerslonen of bonussen of aandelenopties of vermeend oneigenlijk gebruik van managementvennootschappen, notionele intresten en staatswaarborgen aan coöperanten. Managers met naam en faam vallen daarbij prompt van hun sokkel. Sociale bewegingen en vakorganisaties met decennia staat van dienst sneuvelen op de barricades van hun klassenstrijd. Links of rechts, het is blijkbaar graaien in de kassa van de anderen en dan nog liefst in de geldbeugel van de belastingbetaler. De malaise wordt gevoed door het algemene en wijdverspreide aanvoelen dat onze welvaart afbrokkelt en dat we het morgen met minder moeten doen. Met als direct gevolg dat allerlei soms weinig transparante solidariteitsmechanismen toenemend ter discussie worden gesteld. De druk verhoogt om transfers en subsidies in Europa en in eigen land versneld af te bouwen. Wie het morgen minder goed heeft, wil minder delen met wie hij verdenkt van een gebrek aan verantwoordelijkheidszin. De overheden die hun schulden waanzinnig lieten aangroeien, stoten op onbegrip en onwil bij de meer performante landen en regio's die passen als de facturen nog maar eens worden doorgeschoven. Noodzakelijke hervormingen, die jaren geleden in een economische groeifase hadden moeten gebeuren, worden met het mes op de keel aangevat, maar dreigen een neerwaartse spiraal op gang te brengen. Daarbij komt de vraag wie dat debacle veroorzaakt heeft en wie er moet voor opdraaien. De banken zitten al jaren op de beklaagdenbank, evenals de weinig efficiënte en geldverslindende overheden. Een overheid die haar belastingen niet correct int, is die naam niet waardig. Maar ook een overheid zoals de onze, die haar burgers opzadelt met torenhoge belastingen, verliest elke geloofwaardigheid. Toch zit de schuld niet alleen bij de banken of bij de overheden, maar in eerste instantie bij de ongebreidelde hebzucht van mensen, van individuen die deel uitmaken van organisaties en belangengroepen. Wie volgde zijn bank als zij een intrest aanbood die heel wat lager lag dan andere CDO-gedreven banken? Welke raad van bestuur wees zulke praktijken radicaal af, ook als het kortetermijngewin erbij inschoot? De ongebreidelde hebzucht van individuen is door de jaren van zeer snelle groei losgeslagen van enige moraal of ethiek en ligt aan de basis van de huidige miserie. Net zoals de als sociaal rechtvaardig verpakte cocktail van afgunst, nijd en jaloezie die mensengroepen ertoe aanzetten het geld te gaan halen waar het zou zijn, bij 'de rijken'. Op die manier krijgen we een samenleving op de dool die heel wat negatieve energie steekt in het permanent beloeren en aanklagen van elkaar en in het afwegen van ieders eigen geluk aan de sportwagen van de overbuur. Zouden we er vandaag beter voorstaan met managers die exorbitant presteren, maar zichzelf vrijwillig goed, maar decent en dus matig verlonen? Of met ondernemers die goed geld verdienen, maar ook vrijwillig investeren in sociale bewogenheid en liefdadigheid? Of met vakbonden die actie voeren zonder de voortdurende reflex van afgunst naar al wie met eigen initiatief welstellend werd? Of met ziekenfondsen die afstand durven te nemen van sommige wijdverspreide sociale misbruiken? Hebzucht en afgunst zijn in oorsprong individuele mankementen. Organisaties kunnen daarop inspelen. Maar zij kunnen er ook voor kiezen hun energie en inzet af te stemmen op het ontwikkelen van de talenten van hun leden. Is het al niet zo dat heel wat ondernemers en bedrijfsleiders, maar ook heel wat mensen die het zelf minder breed hebben zich sociaal en maatschappelijk engageren en delen met noodlijdenden? Is het vandaag al niet zo dat er heel wat competente mensen zijn die hun talenten benutten om innovatief te ondernemen en zodoende een massa werk te verschaffen en een hele samenleving mee vooruit te trekken? Afgunst en hebzucht maken elk individu tot norm en maat der dingen. Het nare gevoel van die beperktheid alleen al kan ons wellicht aanzetten tot enige bescheidenheid, tot enige zelf-relativering en tot het aanvaarden dat de overbuur zijn sportwagen echt wel verdiend heeft. De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven. Wie het morgen zelf minder goed heeft, wil minder delen met wie hij verdenkt van een gebrek aan verantwoordelijkheidszin.