De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School.
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beExact honderd jaar geleden schreef Albert Einstein niet minder dan vijf baanbrekende artikels die werden gepubliceerd in Annalen der Physik. Einstein was uiteraard zeer verstandig, maar hij was vooral visionair. Als geen ander kon hij nieuwe perspectieven zien, de samenhang tussen de dingen, ook al waren ze contra-intuïtief. Kunnen we iets leren uit de successen van Einstein? Ja en neen. We kunnen er niets uit leren, want fundamentele fysica is fundamentele fysica en management is management. We kunnen veel van de man leren, want hij is bijzonder succesvol geweest. En management gaat over (georganiseerd) succes. Bovendien is de nieuwe fysica erg populair bij sommige managementdenkers. Ze gaan graag lenen bij de moderne fysica en herhalen eindeloos dat we nu in flux leven, in chaos, in permanente verandering. Het onzekerheidsprincipe overheerst alles. Leuk en soms inspirerend. Maar fundamenteel anti-Einstein. Hij vertrok immers van een centrale constante: de lichtsnelheid. Zolang hij de lichtsnelheid constant hield, kon hij vrij denken over andere gegevens. Zelfs tijd werd relatief. Hij hield immers vooral één grootheid constant. We laten aan u, in uw concrete situatie, de keuze, maar in het verleden hebben de belangrijkste managers meestal een van de volgende factoren constant gehouden: medewerkers (Richard Branson van Virgin), resultaten (Jack Welch van General Electric), klanten (Amazon one-click), waarden (Anita Roddick van The Body Shop), markdominantie (Microsoft), technologische paranoia (Intel), lage prijs (Colruyt), design (Armani), exclusief zijn (Ferrari), kwaliteit (Toyota). Management is praktijk, wetenschap én kunst. Einstein was geen practicus, maar een geleerde. Als we van hem iets kunnen leren, is het waarschijnlijk dat als we nadenken over ons bedrijf, als we een filosofie willen ontwikkelen, we vooral één factor constant moeten houden. Dát zal onze meest fundamentele keuze zijn, onze ultieme strategische positionering. Dit is geen vrijblijvende bespiegeling. Dat betekent immers dat vooraleer u begint aan oefeningen van het type balanced scorecard (waar uiteraard het omgekeerde centraal staat, namelijk vele parameters) u best eerst de grote Einstein-vraag hebt beantwoord: wat is uw Grote Constante? Strategische oefeningen zijn belangrijk, maar als de consultant van dienst van u niet heeft gehoord wat uw Grote Constante is, dan stuurt u hem naar Hoboken, zonder te zeggen of u Hoboken in België bedoelt of in de Verenigde Staten. En u zult toch niet toelaten dat anderen in uw plaats de Eeuwige Constanten bepalen? Zelfs leken zoals u (de meesten toch) en ik, zullen van Einstein weten dat hij de lichtsnelheid als constante beschouwde. Weten al uw medewerkers, uw klanten, uw leveranciers, uw sollicitanten wat uw Grote Constante is? Als u morgen aan Colruyt wil leveren of er wilt werken, moet u dan raden waar u gaat terechtkomen? Zult u daar ontvangen worden in statuskantoren met badkamers van 15.000 euro? Zult u scoren door uw Colruyt-gesprekspartner uit te nodigen in het Ritz-Carlton? Natuurlijk niet, want Colruyt is er na tientallen jaren wel degelijk in geslaagd duidelijk te maken wat zijn Grote Constante is. Net zoals niemand bij Jack Welch moest komen met een nieuwe, kleine, maar zeer rendabele niche of bij Anita Roddick met een 'leuke deal op kosten van de leveranciers'. Binnen deze constante was Einstein visionair. Leiders moeten visie hebben en visie geven. Maar wat moeten we daar in hemelsnaam onder verstaan? Ook hier kan Einstein wel wat voor inspiratie zorgen. Visie is blijkbaar de bestaande werkelijkheid (niet een fantasie) vanuit een andere hoek bekijken. Einstein was een degelijk geschoolde wetenschapper, die zijn vak zeer goed beheerste. Geen fantasierijke dromer. Maar dromen en fantaseren deed hij wel, wat in zijn jeugd bij de klassieke leerkrachten wel enkele opmerkingen uitlokte. Naar managementtermen vertaald: zijn visie was geen wensgedreven strategie, waar droombeelden, onbereikbare idealen en de wens-is-de-vader-van-de-gedachte centraal stonden, maar de problemen van de fysica, de onverklaarde fenomenen, de realiteit. Hij benaderde de realiteit vanuit een andere invalshoek en kon op die manier verklaringen, theorieën, inzichten, hypothesen naar voren schuiven die een ander nog niet had gezien. Dat zou wel eens de essentie van visie kunnen zijn: vertrek vanuit de realiteit, maar bekijk ze anders. Wat we ook van Einstein kunnen leren, is de manier waarop hij zijn visie doorgaf. Einstein is de belangrijkste pr-man geweest die de theoretische fysica zich ooit heeft durven dromen. Hij gebruikte metaforen, beelden, verhalen om de meest complexe inzichten uit te leggen. We moesten ons voorstellen dat we op een lichtstraal zitten, dat we ruimtereizen maken en terugkeren. Maar zijn meest sprekende voorbeeld kwam toch toen een journalist hem voor de zoveelste keer vroeg hoe het nu kon dat tijd relatief was. Wel, antwoordde Einstein, als u in de armen van een mooie vrouw ligt, duurt een minuut maar een seconde, maar als u met uw bloot achterwerk op een gloeiende plaat zit, duurt elke seconde wel een minuut. Marc Buelens