Voor het eerst in bijna anderhalf jaar hebben de grondstoffenmarkten af te rekenen met een serieuze prijscorrectie. Vooral de energiemarkten en de (industriële) metalen kregen het zwaar te verduren, terwijl andere grondstoffen dan weer relatief ongeschonden uit de strijd lijken te komen. De vraag die op de beleggers hun lippen brandt, is of de correctie zich zal doorzetten of de herstelbeweging zal hernemen. Die vraag valt niet gemakkelijk te beantwoorden, want er zijn tegengestelde krachten die op elkaar inwerken. We bekijken de verschillende argumenten pro en contra beide stellingen.
...

Voor het eerst in bijna anderhalf jaar hebben de grondstoffenmarkten af te rekenen met een serieuze prijscorrectie. Vooral de energiemarkten en de (industriële) metalen kregen het zwaar te verduren, terwijl andere grondstoffen dan weer relatief ongeschonden uit de strijd lijken te komen. De vraag die op de beleggers hun lippen brandt, is of de correctie zich zal doorzetten of de herstelbeweging zal hernemen. Die vraag valt niet gemakkelijk te beantwoorden, want er zijn tegengestelde krachten die op elkaar inwerken. We bekijken de verschillende argumenten pro en contra beide stellingen. Er zijn volgens pessimisten verschillende redenen om aan te nemen dat het beste van de hausse achter de rug is. Ze verwijzen daarbij naar de impact die de Griekse schuldencrisis zal hebben op de economische groei. De crisis heeft zich ook verspreid naar andere landen en in ruil voor de hulp van het IMF en de ECB worden overheden verplicht om zwaar te bezuinigen. Maar net de overheidsinvesteringen waren een belangrijke motor achter de groei van de voorbije kwartalen. Een ander punt van twijfel is China. Dat land lag vorig jaar aan de basis van de heropstanding van de grondstoffenmarkten doordat het massaal investeerde in infrastructuur en zijn strategische voorraden aanvulde. De meest recente economische data wijzen erop dat de Chinese economie stilaan oververhittingverschijnselen begint te vertonen. Zo steeg de kredietgroei (toegekende leningen) vorige maand meer dan verwacht, terwijl ook het inflatiepercentage met 2,8 % boven de prognoses uitkwam. Ook de evolutie van de huizenprijzen en de producentenprijzen wijzen op een oplopende inflatie. Die cijfers voeden de speculatie dat China bijkomende maatregelen zal moeten nemen om een ontsporing van de inflatie te vermijden. De Chinese overheid verhoogde al een aantal keer de reservevereisten waaraan banken moeten voldoen, maar dat had nog niet de verhoopte impact, want de kredietgroei blijft toenemen. Nieuwe maatregelen onder de vorm van renteverhogingen en strengere kredietvoorwaarden kunnen soelaas brengen, maar zijn negatief voor de vraag naar grondstoffen. Verschillende economen vrezen dat China in de tweede jaarhelft geen andere keuze zal hebben dan op de economische rem te gaan staan. Los van de Chinese economie bestaat er bij veel economen nog steeds heel wat scepticisme over de duurzaamheid van het economische herstel en dus van de extra vraag naar grondstoffen. Zij schrijven die extra vraag vooral toe aan het opnieuw aanvullen van de voorraden die in het najaar van 2008 en 2009 fors werden afgebouwd. Bij een double dip-scenario (waarbij we de komende kwartalen een economische terugval zouden krijgen) zou de extra vraag opnieuw wegvallen. De huidige grondstoffenprijzen verrekenen met andere woorden al een optimistisch economisch scenario en houden geen rekening met een terugval. Een ander argument is dat door de politiek van goedkoop geld (lage rentestanden) heel wat speculatief geld opnieuw de weg naar de financiële markten heeft gevonden en de grondstoffenprijzen kunstmatig heeft opgeblazen. Ook wie het iets rooskleuriger ziet, kan argumenten aanbrengen waarom het herstel van de grondstoffenprijzen nog niet ten einde is. Zo tonen de cijfers van het eerste kwartaal aan dat er in China absoluut nog geen sprake is van een economische terugval en dat de eindvraag nog steeds erg sterk is. De invoer van grondstoffen zal dan ook nog niet zo snel terugvallen. De voorraden bij de basismetalen zijn relatief laag en er worden premies betaald voor onmiddellijke levering, wat op fysieke schaarste wijst. Ook in de industrielanden zijn de voorraden van halfafgewerkte producten en eindproducten historisch gezien erg laag. Dat ontkracht de theorie dat het herstel vooral voorraadgedreven was. Integendeel, de voorraadcyclus bevindt zich nog maar in een vroege fase en de eigenlijke opbouw moet nog beginnen. De optimisten wijzen er ook op dat de Chinese inflatiecijfers nog niet de spuigaten uitlopen en het land er alle belang bij heeft om de economie niet te snel af te remmen, omdat anders sociale onrust dreigt. De bovenstaande argumenten doen ons besluiten dat we momenteel een genuanceerde visie moeten geven wat de toekomstige prijsevolutie van de grondstoffen betreft. Beide kampen hebben argumenten die steek houden, maar ook los van de conjuncturele evolutie zijn er elementen om rekening mee te houden. Zo is er de beslissing van de monetaire overheden om de geldkraan wijd te laten openstaan. Het recente grootschalige reddingsplan van de ECB en het IMF is daar opnieuw een illustratie van. Er is geen andere keuze dan het stimulerende beleid voort te zetten en daarom geloven we op korte termijn niet in een ineenstorting van de vraag. Verder is ook de specifieke vraag- en aanbodsituatie van elke grondstof afzonderlijk van belang. Zo worden de prijzen op de energiemarkten in grote mate bepaald door het aanbod. Met dat aanbod kunnen de producenten flexibel omspringen indien ze van mening zijn dat de prijs te laag is. We verwijzen hierbij naar de productieverlagingen van de OPEC in 2008 en 2009. Het tijdperk van goedkope olie is definitief voorbij en het dalingsrisico van de olieprijs is dan ook beperkt. De vraag naar basismetalen is traditioneel sterk afhankelijk van de conjunctuur, maar ook hier zijn er nog andere factoren. Verschillende metalen kampen chronisch met problemen aan de aanbodzijde. Koper bevindt zich in die situatie door een combinatie van sociale onrust in een aantal grote kopermijnen en diverse operationele en technische problemen. Metalen als aluminium en zink zijn door de fors gestegen voorraden fundamenteel een stuk kwetsbaarder. Edelmetalen als zilver, platina en palladium kunnen we over dezelfde kam scheren als de basismetalen, omdat industriële toepassingen het grootste stuk van de vraag uitmaken. Bij platina is het neerwaartse risico beperkter door de sterke opmars van de investeringsvraag en het krappe aanbod. Goud beschouwen we niet als een grondstof, maar als het nieuwe toekomstige monetaire anker dat de plaats van de Amerikaanse dollar als internationale reserve currency zal innemen. Daarom is een toekomstige prijsstijging van het gele metaal gegarandeerd. De argumenten daarvoor hebben we recent nog uit de doeken gedaan in Cash van 15 april. Bij granen en landbouwgrondstoffen vormen de klimatologische omstandigheden elk jaar een belangrijke on-bekende parameter. Toch is er een consensus dat er wat granen betreft dit jaar geen schaarste dreigt. In het geval van tarwe is er zelfs sprake van een tijdelijk overaanbod, terwijl ook de maïs- en sojaoogsten in 2010 zullen toenemen in vergelijking met vorig oogstjaar. Tegenwoordig zit dat nieuws al grotendeels in de granenprijzen verrekend, zodat een positieve verrassing bij het niet halen van de vooropgestelde oogstprognoses niet uitgesloten is. Suiker is het beste voorbeeld van hoe snel de situatie kan keren bij de landbouwgrondstoffen. Begin februari bereikte de suikerprijs nog het hoogste niveau sinds 1981, om daarna in nauwelijks drie maanden tijd ruim te halveren. Een overdreven afstraffing, die de komende maanden opnieuw gedeeltelijk kan worden rechtgezet. (C) Door Koen LauwersGoud beschouwen we als het nieuwe toekomstige monetaire anker dat de plaats van de Amerikaanse dollar als internationale reserve currency zal innemen.