'Hasselt, hoofdstad van de (goede) smaak.' De trotse slogan van de Limburgse stad wordt waargemaakt in de Kapelstraat, de thuisbasis van Huis Jeurissen: in de modieuze winkelstraat staat de ene trendy winkel tegen de andere chique kledingzaak aangeschurkt. "Maar dat was ooit anders. Toen wij er ons na de Tweede Wereldoorlog vestigden, waren er niet meer dan een handvol zaken en was de concurrentie onbestaande," vertelt zaakvoerder Christophe Jeurissen (46). "We hebben een hele evolutie doorgemaakt, zoals je ook kan zien op de tentoonstelling: het oudste stuk is er een van Dior, een kledingstuk dat nog is gedragen door mijn grootmoeder. In die tijd kocht ze patronen bij Dior, Givenchy, Balmain en Fath, die ze vervolgens liet maken in Brussel."
...

'Hasselt, hoofdstad van de (goede) smaak.' De trotse slogan van de Limburgse stad wordt waargemaakt in de Kapelstraat, de thuisbasis van Huis Jeurissen: in de modieuze winkelstraat staat de ene trendy winkel tegen de andere chique kledingzaak aangeschurkt. "Maar dat was ooit anders. Toen wij er ons na de Tweede Wereldoorlog vestigden, waren er niet meer dan een handvol zaken en was de concurrentie onbestaande," vertelt zaakvoerder Christophe Jeurissen (46). "We hebben een hele evolutie doorgemaakt, zoals je ook kan zien op de tentoonstelling: het oudste stuk is er een van Dior, een kledingstuk dat nog is gedragen door mijn grootmoeder. In die tijd kocht ze patronen bij Dior, Givenchy, Balmain en Fath, die ze vervolgens liet maken in Brussel."In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw veranderde die werkwijze en beleefden de Jeurissens opwindende tijden: het was de pionierstijd van de prêt-à-porter en Maurice en Brigitte kochten de stukken van toen nog onbekende ontwerpers als Thierry Mugler en Azzedine Alaia. "Gouden tijden, want het grote publiek begon zich voor mode te interesseren. Er waren in die tijd veel jonge ontwerpers met gewaagde stukken," weet Christophe Jeurissen. Voor velen was een blik in de etalage van Huis Jeurissen de allereerste kennismaking met de nieuwste modecollecties van Milaan en Parijs, met creaties van ronkende namen als Cavalli, Lagerfeld, Montana, Versace en Gaultier. Van Martin Margiela is bekend dat hij bij Jeurissen kwam gluren naar de nieuwste bedenksels van de buitenlandse ontwerpers. De familie Jeurissen ontmoette vele ontwerpers ook persoonlijk. Zo dineerden ze bij Jean-Louis Scherrer in Parijs en werden ze bij Roberto Cavalli thuis uitgenodigd in Florence ("Hij maakte de beste spaghetti," herinnert Brigitte Jeurissen zich). Maar de voorspoedige tijden bleven helaas niet duren. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de kentering: Versace besloot toen zijn eigen winkels te openen en bovendien nam de concurrentie van andere winkels toe. "Ik besloot eerst om de zaak van mijn ouders niet voort te zetten," vertelt Christophe Jeurissen. "Mode zei me niets. Ik had heel andere interesses. Ik was wetenschappelijk georiënteerd, volgde een opleiding biologie. Mijn ouders hebben me niet gepusht om de zaak over te nemen, omdat het toen zo slecht ging. Ik studeerde af en werkte enkele jaren bij Eurogenetics, een biotechnologiebedrijf in Tessenderlo. Maar zestien jaar geleden vroegen mijn ouders me toch of ik geen zin had om de zaak over te nemen. Omdat ik in de biotechnologie zo goed als onmogelijk een zelfstandige job kon vinden, heb ik 'ja' gezegd. Zo ben ik erin gerold. Eerst was ik vooral bezig met de boekhoudkundige en administratieve kant, maar intussen ben ik gepassioneerd door mode. Net als mijn vrouw Patricia, die deeltijds bij een biotechnologisch bedrijf werkt en deeltijds helpt met de winkel."Christophe Jeurissen hield de winkel veertien jaar lang samen met zijn ouders open, maar sinds twee jaar doen hij en zijn vrouw het alleen. "We gaan samen naar Parijs en Milaan om de aankopen te doen, het opwindendste deel van ons werk: de collecties kiezen en af en toe eens met een beginnende ontwerper van gedachten wisselen. Het is een geweldige wereld. We proberen altijd enkele jongere ontwerpers in ons aanbod te stoppen. Op dit moment hebben we bijvoorbeeld Antonio Berardi en Joseph Thimister, een zeer goede, jonge Belgische ontwerper met een mooi CV. Hij heeft nu de licentie overgenomen van een merk dat Andy Warhol heet en deel uitmaakt van de groep Donaldson. Of er veel veranderd is met vroeger? Mijn ouders kochten kleding met hun hart, zoals ze kunstwerken zouden kopen. Nu is het veel zakelijker geworden. We kopen nog altijd kledij die we graag zien, maar nemen minder risico's. Mijn ouders konden zich meer permitteren, omdat er minder concurrentie was. Nu moeten we veel voorzichtiger zijn. Wat we niet verkopen, moeten we zelf betalen en stockeren. Inschattingsfoutjes kan je nooit helemaal uitsluiten, maar komen maar heel zelden voor."Inschattingsfouten komen misschien niet veel voor, maar sommige stukken raken niet verkocht. En precies die vormen de basis van de tentoonstelling die nu in het Hasseltse Modemuseum loopt. "De meeste stukken die er te zien zijn, raakten inderdaad niet verkocht, maar waren te mooi om weg te doen. Daarnaast zitten er stukken bij die mijn moeder voor zichzelf hield en bewaarde in haar kleerkast. Het Modemuseum polste mijn moeder vorig jaar met de vraag of ze niets bijhield. José Enrique Ona Selfa ( nvdr - de Belgisch-Spaanse ontwerper in dienst van het Spaanse luxemerk Loewe) is hier eens langs geweest en stond te kijken van de stukken die we hadden. Hij is erg geïnteresseerd in vintage. Zo is de idee ontstaan om een tentoonstelling te organiseren. Onze collectie bestaat uit zowat 250 stuks; in het Modemuseum zijn er daarvan een honderdtal te zien." De tentoonstelling in het Modemuseum geeft een unieke blik op de naoorlogse modegeschiedenis. De geselecteerde stukken worden tentoongesteld in etalages. Het idee om de expositie zo vorm te geven, komt van Dimitri, de broer van Christophe Jeurissen en ontwerper bij het Brusselse bureau Base. Maar blikvangers zijn uiteraard de kledingstukken zelf, waaronder de eerste stukken van Miyake, van Lagerfeld voor Chloé, van Tarlazzi en van Ter et Bantine, jaren-zeventigjurkjes van Courrèges... "Een van de meest speciale stukken is een haute-couturestuk van Vivienne Westwood. Dat kledingstuk is nooit in productie geraakt, maar de klant wou het absoluut hebben. Ze hebben het speciaal voor haar gemaakt. Er bestaan maar twee exemplaren van: het prototype en dit stuk. Er zijn ook speciale stukken van Ozbeck, Mugler en Gaultier. Na de tentoonstelling gaan ze normaal gezien weer de zolder op, maar misschien kunnen we er nog een paar verkopen. Vintage doet het tegenwoordig goed ( lacht)." Modologie - 50 jaar modegeschiedenis uit de privécollectie Jeurissen loopt nog tot 7 januari 2007 in het Modemuseum van Hasselt, Gasthuisstraat 11, 3500 Hasselt. Info: tel. 011 23 96 21, http://modemuseum.hasselt.beDominique Soenens