H arley-Davidson spreekt tot de verbeelding. Het honderd jaar oude merk heeft connotaties met vrijheid, met rebelleren tegen de gevestigde orde, met Easy Rider, met Hell's Angels, met de Zwaantjes van toen. Toch bedraagt het marktaandeel in ons land amper 5 %. Dat staat in schril contrast met het imago en de merkbekendheid.
...

H arley-Davidson spreekt tot de verbeelding. Het honderd jaar oude merk heeft connotaties met vrijheid, met rebelleren tegen de gevestigde orde, met Easy Rider, met Hell's Angels, met de Zwaantjes van toen. Toch bedraagt het marktaandeel in ons land amper 5 %. Dat staat in schril contrast met het imago en de merkbekendheid. Is een Harley-Davidson dan niet geliefd? Ja en nee. Ja, vanwege het imago. Nee, vanwege de techniek. Goed, de motoren zijn al een stuk beter dan pakweg in de jaren zeventig en tachtig, toen de Amerikaanse producten niet echt betrouwbaar waren en liters olie lekten. Die zaken zijn inmiddels verholpen. Wat lang bleef, waren de trillingen die de imposante V-twin heeft. De trillingen maakten bijvoorbeeld van de Sportster 883 (in 2003 opgenomen in het gamma) een afknapper. Op de snelweg kwam je amper boven de 100 kilometer per uur uit. De motor kon wel harder, maar de berijder was niet gemaakt voor de trillingen die dat met zich bracht... Vandaar ook de scepsis waarmee ik de Sportster XL1200 Roadster tegemoet trad. Als ik de motor start, schudt het gevaarte zwaar heen en weer. Alles trilt vrolijk mee op de klappen van het motorblok: het stuur, de richtingaanwijzers, de spiegels, de kilometerteller de toerenteller, jezelf... Maar - grote verrassing - zodra de motor rijdt, is er van die vibraties niets meer te merken. Ook niet als je op de snelweg meer dan 120 kilometer per uur rijdt. De Sportster is bovendien een mooie motor met een vleugje retro, onder andere door de 'two-tone'-kleurstelling en het vele chroom. Met het redelijk brede stuur en de smalle tank lijkt die op de motoren die in de Harley-advertenties van de jaren vijftig, begin zestig figureerden. De Sportster is heel basic: een frame, tank, zadel, blok en wielen. Meer moet dat niet zijn. Tierelantijntjes als een dagteller of een benzinemeter zijn achterwege gebleven. Vergeleken met de ontwerpen die tegenwoordig uit Japan, Duitsland en Italië komen (zeer scherp gelijnde, bijna hoekige motoren met veel kunststof) is de Sportster een verademing. Zijn er minpunten aan deze Sportster? Jawel, enkele. De tank oogt misschien wel mooi, maar is veel te smal. Leg je er je knieën tegen, dat zit het deksel van de luchtinlaat hinderlijk tegen je kuit. Je moet dus steeds met de knieën enigszins naar buiten rijden. In het voorwiel huist tegenwoordig een dubbele schijfrem. Die doet zijn werk goed, maar mag toch wat agressiever. De achtervering op betonwegen was hard en kort. En bij het schakelen moet je hard trappen. Tussen één en twee knalt de versnellingsbak behoorlijk. Ten slotte is de koppeling wat zwaar te bedienen. De XL1200 staat met een prijskaartje van 11.435 euro in de showroom. Alternatieven bij andere merken zijn er niet zo direct. De enige motoren die een beetje vergelijkbaar zijn, zijn de retromodellen van Kawasaki (de W650, prijs 7898 euro) en Triumph (de Bonneville T100, prijs 8300 euro). Ad van Poppel