Bozar opent deze week zijn langverwachte soloshow rond Keith Haring (1958-1990), de Amerikaanse popkunstenaar wiens cartooneske werk de wereld veroverde vanaf het einde van de jaren 70.

Haring trok toen naar New York, waar zijn expliciete beschilderde muren in metrostations al snel werden opgepikt. In 1982 brak hij internationaal door dankzij zijn eerste galerijshow bij Tony Shafrazi Gallery. Toen al doken de protagonisten van zijn universum op: stralende baby's, blaffende honden, referenties aan aids, homoseksualiteit en fantasiedieren. Haring wou kunst uit zijn elitaire hok halen. In de jaren 80 kon je letterlijk niet naast Haring kijken.

Tijdens zijn vele omzwervingen kwam hij ook meermaals in België terecht. Aan het begin van de jaren 80 had hij al enkele baanbrekende tentoonstellingen in Antwerpen. Maar toen hij in de zomer van 1987 naar België kwam, had hij grote plannen: hij zou eerst een grote muurschildering aanbrengen in de cafetaria van het MuHKA en daarna doorreizen naar Knokke, om in het casino te exposeren. Dat had een lange traditie van tentoonstellingen van grote namen uit de kunstwereld. Toen Haring aankwam in Knokke, zo'n tien dagen voor de show, had hij nog geen enkel werk gemaakt. Dus moest hij als een gek beginnen te werken. Tegelijk voelde hij zich op vakantie en mengde hij zich in het strand- en uitgangsleven. Veel Belgen herinneren hem als een artiest die continu andermans zwemshort, surfplank of jeansvest zat vol te tekenen.

Keith Haring, 6 december tot 19 april in Bozar.