Hij voldoet aan zowat alle stereotypen die andere Europeanen graag hanteren omtrent basiskaraktertrekken van "Duitsers" : stuurs uitzicht, nors in de omgang, quasi onmanoeuvreerbaar in onderhandelingen en eerder bullebak-achtig in de omgang met ondergeschikten, maar tegelijkertijd in de benadering van zakelijke belangen uiterst gründlich.
...

Hij voldoet aan zowat alle stereotypen die andere Europeanen graag hanteren omtrent basiskaraktertrekken van "Duitsers" : stuurs uitzicht, nors in de omgang, quasi onmanoeuvreerbaar in onderhandelingen en eerder bullebak-achtig in de omgang met ondergeschikten, maar tegelijkertijd in de benadering van zakelijke belangen uiterst gründlich. "Hij" is Hans Tietmeyer, de man die sinds oktober 1993 de Duitse centrale bank, de Bundesbank, leidt. Als president van de Bundesbank staat Tietmeyer zowel aan het hoofd van het zevenkoppige directiecomité dat de dagelijkse leiding in handen heeft, als aan het hoofd van de monetaire raad, de zestien mensen die om de veertien dagen de monetaire politiek van de Bundesbank vastleggen. Hans Tietmeyer zwijgt voor niemand en luistert ook nauwelijks naar de onverlaten die iets tegen zijn stellingen durven in te brengen. Op deze regel bestaat één grote uitzondering : Alan Greenspan, de voorzitter van de Federal Reserve Board (FED), de Amerikaanse centrale bank. Zelfs Tietmeyer kan moeilijk voorbij aan het feit dat de dollar de wereldmunt nummer één blijft en dat, als het er echt op aan komt, Greenspan en de FED toch nog altijd over iets meer macht en monetaire vuurkracht beschikken dan Tietmeyer en de Bundesbank. Dat Tietmeyer enige neiging tot vermorzeling van tegenstanders vertoont, mocht ook de Duitse minister van Financiën Theo Waigel de voorbije weken ondervinden. Hans Tietmeyer reduceerde de Beier Waigel, nochtans ook allesbehalve een doetje, tot een wat zielig koorknaapje in de heftige discussie rond de herwaardering van het Duitse goud. Wie de cosmetica afschraapt van de ronkende verklaringen in de media achteraf, ziet onmiddellijk dat hier inderdaad helemaal geen sprake is van een voor beide partijen eerbaar compromis. Waigel wou via de herwaardering van de goudvoorraad van de erg onafhankelijke Bundesbank, het gat toefietsen dat gaapte tussen de Duitse begroting van dit jaar en de voor de toetreding tot de Europese Monetaire Unie (EMU) noodzakelijke 3 %. Nein, zei Tietmeyer daarop van in den beginne en in de "onderhandelingen" week hij daar geen millimeter van af. Er zal nu in 1998 "iets" met de goudvoorraad gebeuren, maar wat precies hangt bijna compleet in de lucht. Waigel kon dus ophoepelen. De huidige Bundesbank-president, geboren in 1931 in Meten in het deelgebied Westfalen, komt uit een gezin van 11 kinderen. Zijn opvoeding was rigoureus katholiek en erg ascetisch. Als jonge universitair studeerde hij trouwens theologie, maar al snel wipte Hans Tietmeyer over op economie aan de universiteiten van Keulen en Bonn. Zijn doctoraat legde hij, met succes, af onder de supervisie van Alfred Müller-Armack die één der naaste adviseurs was van Ludwig Erhard, de architect van het naoorlogse Wirtschaftswunder in West-Duitsland. In 1962 vervoegde Tietmeyer de rangen van de christendemocratische CDU en kwam al vrij snel als jong ambtenaar terecht in het ministerie van Economische Zaken. Vanuit die positie bouwde hij zich een reputatie van degelijkheid, doortastendheid en grote dossierkennis op. Politici uit andere hoeken van het politieke spectrum vroegen, ondanks zijn ondubbelzinnige CDU- roots, geregeld om zijn diensten. Zo kreeg hij in de periode tussen 1973 en 1981 diverse adviseurstaken toegespeeld vanwege minister van Economische Zaken Karl Schiller en bondskanselier Helmut Schmidt. Zowel Schiller als Schmidt behoren tot de sociaaldemocratische SPD. Tietmeyer was een aandachtig toeschouwer toen in de herfst van 1982 de Bundesbank halsstarrig bleef weigeren om in het zog van de tweede oliecrisis het monetaire beleid te versoepelen en op die manier Helmut Schmidt tot ontslag dwong. In december 1982 nam de nieuwe bondskanselier, Helmut Kohl, Tietmeyer mee naar de kanselarij en gaf hem de uiterst belangrijke functie van staatssecretaris voor Financiën. Zeker inzake de internationale besprekingen (G7, IMF, schulden Derde Wereld...) steunde Kohl toen volledig op de schouders van Tietmeyer. In september 1988 ontsnapte Tietmeyer op weg naar de vergadering van het Internationaal Monetair Fonds in Berlijn, als bij wonder aan een met mitrailleurvuur uitgevoerde aanslag door linkse terroristen. En wie nog mocht twijfelen aan de uitzonderlijke kracht van zijn persoonlijkheid : uit diverse getuigenissen blijkt dat deze aanslag nauwelijks enige emotionele of mentale sporen naliet bij deze super-Pruis. Hoewel hij in 1987 reeds even in de schijnwerpers kwam als mogelijke president van de Bundesbank, wisselde Tietmeyer pas in 1990 Bonn voor Frankfurt. Tietmeyer werd vice-president van de Bundesbank. Drie maanden na de overstap riep Kohl Tietmeyer echter al terug naar de kanselarij als zijn persoonlijk adviseur inzake de Duitse eenmaking. Vanuit die positie manoeuvreerde Tietmeyer de toenmalige Bundesbank-president, Karl-Otto Pöhl, in een onmogelijke positie door tegen de wil in van Pöhl toch de conversie van 1 Oostmark = 1 Westmark door te drukken. Tietmeyer ging dan weer aan de zijde van Pöhls opvolger, Helmut Schlesinger, staan toen die in de zomer van 1993 van geen rentedalingen in Duitsland wilde horen. Die halsstarrigheid van Schlesinger vormde een belangrijk element in de uiteenspatting kort nadien van de uitgebeide versie van het Europees Monetair Systeem (EMS). In oktober '93 werd Tietmeyer dan president van de Bundesbank. Sedert de aanvang van zijn presidentschap trachtte hij inzake de EMU voortdurend het compromis te zoeken tussen de politieke realiteit enerzijds en de monetaire orthodoxie anderzijds. Behoudens oprispingen dat de Maastrichtnormen strikt dienden geïnterpreteerd te worden en dat een land als Italië er toch onmogelijk van bij de aanvang kon bij zijn, hield Tietmeyer, conform de traditie van de Bundesbank, zich publiekelijk behoorlijk gedeisd. Met de goudhistorie is dat dus compleet anders komen te liggen.Hans Tietmeyer zette met zijn goud-njet ook bondskanselier Helmut Kohl behoorlijk in zijn hemd. Zeker naar de maatstaven die gehanteerd worden in de Belgische politiek is dit zo goed als ondenkbaar. Tietmeyer verhuisde immers, zoals al gezegd, in 1990 van het kabinet van Kohl naar de Bundesbank. Hij heeft dus de hand van zijn politieke beschermheer zwaar gebeten. Is een soortgelijke houding denkbaar vanwege Fons Verplaetse, de gouverneur van onze Nationale Bank, ten aanzien van zijn politiek alter ego, premier Jean-Luc Dehaene ? Neen : in België sluit men deals, over alles. JOHAN VAN OVERTVELDT