Juni 2007. Henry 'Hank' Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën, dineert met een aantal topbankiers van Wall Street. Ze beklagen zich erover dat ze allerlei leningen moeten verstrekken waar ze zich eigenlijk niet goed bij voelen. "Kan je niets doen om ons te verbieden al die risico's te nemen", vraagt Citigroup-topman Chuck Prince aan Henry Paulson. De scène staat beschreven in On the Brink, de langverwachte memoires van Paulson.
...

Juni 2007. Henry 'Hank' Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën, dineert met een aantal topbankiers van Wall Street. Ze beklagen zich erover dat ze allerlei leningen moeten verstrekken waar ze zich eigenlijk niet goed bij voelen. "Kan je niets doen om ons te verbieden al die risico's te nemen", vraagt Citigroup-topman Chuck Prince aan Henry Paulson. De scène staat beschreven in On the Brink, de langverwachte memoires van Paulson. Vanuit het oogpunt van de minister van Financiën vertelt het boek op een gedetailleerde manier hoe de Amerikaanse financiële instellingen aan een chicken game bezig waren. De spanning bij zo'n spel komt van de vraag wie het eerst opgeeft bij het aangaan van een gevaarlijke uitdaging. Wie het eerst opgeeft is een chicken, een angsthaas. Geen van de Amerikaanse banken wou toegeven en stoppen met het verlenen van onverantwoorde kredieten en verpatsen van complexe financiële producten. Uiteindelijk stortte zo het hele systeem ineen. Paulson redde instellingen als Bear Stearns, maar liet Lehman Brothers vallen. Hij benadrukt in het boek dat hij wel degelijk van plan was om die laatste te redden. Dat dit niet gelukt is, is volgens Paulson voor een deel te wijten aan Lehman-baas Dick Fuld, die te veel bezig was met het behoud van de waarde van zijn bank. Paulson slaat ook mea culpa: Barclays leek hem een valabele overnamekandidaat voor Lehman, maar hij en de Federal Reserve onderschatten de terughoudendheid van de Britse regering voor de deal. Hij onderschatte ook de impact die het faillissement van Lehman Brothers zou hebben op de internationale markten. Paulson voelde zich als fervente voorstander van de vrijemarktwerking ongemakkelijk toen hij moest wijzen op de noodzaak van een grote reddingsoperatie van de banken door de overheid. On the brink is een van de beste kronieken van het uitbreken van de financiële crisis, maar het boek van Paulson is ook zeer interessant omdat het bulkt van de anekdotes. George W. Bush verschijnt in het boek als figuur die wat graag verantwoordelijkheden delegeert. Barack Obama - in de herfst van 2008 in volle verkiezingscampagne - pleegt regelmatig overleg met Paulson. De telefoontjes naar de minister van Financiën stoppen vreemd genoeg de dag dat Obama verkozen wordt. Uit het boek blijkt ook dat Paulson in die moeilijke herfst van 2008 tegen 200 kilometer per uur leeft. Paulson beseft zelf dat hij in die periode roofbouw pleegt op zijn lichaam. De verleiding is groot om zijn toevlucht te nemen tot pillen. Paulson doet het echter niet, want hij is een overtuigde Christian Scientist. Deze kerk - niet te verwarren met Scientology - gaat ervan uit dat een ziekte niet kan worden genezen door medicijnen te nemen. Het gevolg is wel dat Paulson stilaan uitgeput raakt. Dat leidt soms tot pijnlijke situaties. Op een nacht werd hij gewekt door een rinkelende telefoon. "Hank, it's Warren", sprak de stem aan de andere kant van de lijn. Aanvankelijk dacht Paulson dat het de klusjesman van zijn moeder was die hem opbelde. Tot hij plots besefte dat het om topinvesteerder Warren Buffett ging. HENRY PAULSON, ON THE BRINK: INSIDE THE RACE TO STOP THE COLLAPSE OF THE GLOBAL FINANCE SYSTEM, HEADLINE BUSINESS, 2010, 459 BLZ, 20 EURO A.M.