Midden volgende week begint een langverwachte veldproef met genetisch gewijzigde populieren in het Technologiepark in Zwijnaarde, het kloppende hart van de Vlaamse biotechindustrie. Hopelijk blijft het die dag rustig op het open bedrijventerrein, maar er mag worden gevreesd dat de miniboompjes bij anti-ggo-actievoerders zullen werken als een rode lap op een stier, en dat het experiment wordt verstoord. Het zou een regelrechte schande zijn, en kan het definitieve einde betekenen voor ggo-veldproeven in ons land. En dat terwijl het gaat over één simpele proef, op basis van onderzoek aan...

Midden volgende week begint een langverwachte veldproef met genetisch gewijzigde populieren in het Technologiepark in Zwijnaarde, het kloppende hart van de Vlaamse biotechindustrie. Hopelijk blijft het die dag rustig op het open bedrijventerrein, maar er mag worden gevreesd dat de miniboompjes bij anti-ggo-actievoerders zullen werken als een rode lap op een stier, en dat het experiment wordt verstoord. Het zou een regelrechte schande zijn, en kan het definitieve einde betekenen voor ggo-veldproeven in ons land. En dat terwijl het gaat over één simpele proef, op basis van onderzoek aan het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), die kan bijdragen tot het oplossen van energieproblemen. Vooruitgang heet zoiets. De populieren zijn genetisch zo gewijzigd dat zij tot de helft meer biobrandstof kunnen opleveren. Het populierenhout wordt daarbij vermalen tot houtbiomassa die via de bioraffinaderij wordt omgezet in biobrandstof. De veldproef moet nagaan of de populieren ook bruikbaar hout opleveren als ze groeien in realistische omstandigheden, zeg maar in weer en wind. Als de proef tot een goed einde wordt gebracht, zal er een diepe zucht van opluchting door de Gentse plantenbiotechsector gaan. Die is, voor alle duidelijkheid, wereldvermaard, maar kan dankzij dit soort veldproeven enkel maar aan belang en prestige winnen. Onze bezorgdheid is terecht, want tot aan de start van dit millennium werden allerlei soorten veldproeven in ons land nog systematisch vernietigd door actiegroepen. Vaak lekten overheden toen zelfs informatie naar actiegroepen. Belangrijke spelers als Bayer Bioscience, dat in een vroeger leven nog Plant Genetic Systems heette, weigerden mede daardoor nog langer veldproeven in ons land aan te vragen. Die vernielingen waren de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen, want ze kwamen bovenop het bijzonder strakke vergunningsbeleid in ons land. Actiegroepen mogen dit laatste gerust twee keer lezen, want ze moeten zich goed realiseren dat bij de toelating van veldproeven niet over één nacht ijs wordt gegaan. Het zou natuurlijk naïef zijn om te geloven dat iedere actievoerder zich kan vinden in die redenering. De symbolische plant-een-boomactie door voogdijminister Patricia Ceysens volgende week kan dus voor sommigen de ideale gelegenheid zijn om megafoon en spandoeken van onder het stof te halen. Als het daarbij blijft, valt daar nog mee te leven. Maar zelfs de beste veiligheidscamera's en hekkens zullen het radicalere soort actievoerder niet afschrikken. Tegen zinloze vernielingen moet dus kordaat worden ingegrepen, want het belang is te groot en er is al te veel tijd verloren gegaan. De politieke wereld - lees Franstalige ministers - heeft onnodig lang dwars gelegen om de verkeerde redenen, namelijk de plat electorale overweging dat groene kiezers politici die het testen van ggo's tolereren, zullen afstraffen op 7 juni. (T) Focus. Plant eens een popuulier, blz. 38Door Bert Lauwers