Tijden veranderen. Midden jaren negentig was Booth Gardner hoofd van de Amerikaanse delegatie bij de Wereldhandelsorganisatie ( WTO) in Genève. "Nooit van mijn leven zoveel geslapen als toen," herinnert Gardner zich die jaren.
...

Tijden veranderen. Midden jaren negentig was Booth Gardner hoofd van de Amerikaanse delegatie bij de Wereldhandelsorganisatie ( WTO) in Genève. "Nooit van mijn leven zoveel geslapen als toen," herinnert Gardner zich die jaren. Mike Moore, sinds 1 september de nieuwe directeur-generaal van de organisatie die waakt over de internationale vrijhandel, heeft andere ervaringen. De gewezen premier van Nieuw-Zeeland streed negen maanden om de vacature, en ruïneerde zijn bioritme: "De langste nachtrust de voorbije maanden was vijf uur slapen in een vliegtuig." Bovendien krijgt Moore de volgende drie jaar geen formele macht, en leidt hij urenlange vergaderingen waar 135 leden-lidstaten, die elk angstvallig hun soevereiniteit willen bewaren, over oersaaie paragrafen touwtrekken. Waarom dan toch vechten om de job van directeur-generaal? Een jaarsalaris van 1 miljoen VS-dollar en een wereldwijde VIP-behandeling voor de 51-jarige Mike Moore verlichten het drinken van de bittere kelk enigszins. Maar vooral het prestige maakt de functie begeerd. De directeur-generaal is het gezicht van de wereldwijde vrijhandel, die met de toenemende globalisering aan belang wint. De directeur-generaal van de WTO kan, als handig diplomaat, de wereldhandel een krachtige stimulans bezorgen. Zo lijkt het althans voor de buitenwereld. Maar de eigenlijke macht van de Wereldhandelsorganisatie schuilt bij de lidstaten. Niet bij de Derde Wereld, die drie kwart van de 135 leden-lidstaten levert. Wél bij de zeven rijkste landen, die ook de helft van de 3 miljard frank zware begroting van de WTO leveren. In het hoofdkwartier in Genève zijn het dus de Europese Unie, de Verenigde Staten en Japan die de lakens uitdelen. De rol van de directeur-generaal, die een secretariaat van 500 ambtenaren leidt, beperkt zich in de feiten tot een ondersteunende functie. De 500 werknemers - onder meer 160 economen en juristen - verzamelen objectieve en neutrale informatie, en ondersteunen de delegaties van de lidstaten. Naast het ambtelijke secretariaatis er immers de diplomatieke structuur van de WTO. Vandaar ook de sleutelrol van de ministeriële conferentie, van 30 november tot 4 december in Seattle. Het is de derde in haar soort sinds de oprichting van de WTO begin 1995. De Wereldhandelsorganisatie is de opvolger van de General Agreement on Tariffs and Trade ( GATT), en werd gecreëerd als gevolg van de Uruguay-ronde, een reeks van onderhandelingen over de vrijmaking van de wereldhandel (1986-1993). Op zo'n ministeriële conferentie, die om de twee jaar plaatsvindt, verzamelen de ministers van Buitenlandse Handel van de lidstaten. In Seattle wordt meteen het startschot gegeven voor een nieuwe reeks onderhandelingen over de vrijmaking van de wereldhandel. De discussies gaan door het leven als de Millenniumronde. De ministeriële conferentie bepaalt dus de agenda van de Wereldhandelsorganisatie. De belangrijkste organen van de WTO hangen rechtstreeks af van de ministeriële conferentie. Het zijn de algemene raad, het toetsingscomité voor het handelsbeleid, en het geschillenregelingsorgaan. De algemene raad is de plenaire vergadering, die gemiddeld één keer per maand bijeenkomt. In theorie verzamelen dan alle ambassadeurs bij de WTO, voorgezeten door de Tanzaniaan Ali Mchumo. Het toetsingscomité komt twee tot drie keer per maand samen. Ook hier is er ruimte voor alle delegaties om deel te nemen, maar in de praktijk vergaderen zo'n honderd diplomaten. Het toetsingscomité onderzoekt in hoeverre lidstaten beantwoorden aan de regels van de internationale vrijhandel. Hun voorzitter is de Belgische ambassadeur in Genève Jean-Marie Noirfalisse. De 52-jarige specialist in internationale handel sprokkelde de nodige ervaring in Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten. Het bekendste orgaan van de WTO is het geschillenregelingsorgaan. Het is de instantie die bijvoorbeeld de sancties oplegde tijdens de bananen- en hormonengeschillen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Voor elke twist stelt het geschillenregelingsorgaan een nieuw panel samen: vandaag heeft de WTO al 160 panels. In eerste aanleg bestaat zo'n panel uit drie personen, meestal leden van de 135 delegaties bij de WTO. Als de zaak in beroep gaat, komt er een nieuw panel van meestal zeven leden. Dat zijn onafhankelijke experts, meestal juristen, die door het secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie worden aangesteld. De uitspraak van het panel is dwingend voor het veroordeelde land. Maar de WTO kan niet eisen dat de wetgeving wordt veranderd: de instelling kan alleen sancties opleggen, of compensaties vragen via invoerheffingen op andere producten. Naast die drie belangrijkste organen, zijn er nog een rits comités die van de algemene raad afhangen. Die comités vergaderen onder meer over landbouw, (fyto)sanitaire maatregelen, (industriële) goederen, intellectueel eigendom, of nog antidumpheffingen. Vergadertijgers komen dus aan hun trekken in het WTO-hoofdkwartier aan het Geneefse Lac Léman. "Noem het een permanente stroom van gedachtewisselingen," analyseert de Belgische ambassadeur Jean-Marie Noirfalisse, die in Genève wordt bijgestaan door de diplomaten Thomas Antoine en Simon Legrand. Dat is ook een noodzaak, want alle beslissingen van de Wereldhandelsorganisatie moeten per consensus worden genomen. Als één van de 135 lidstaten niet akkoord gaat, ligt de hele werking lam. "Die consensusregel vormt een probleem, maar is ook een bewijs van de democratische werking van de WTO," weerlegt Jean-Marie Noirfalisse de kritiek van sommige drukkingsgroepen. "Bovendien hebben de parlementen van de lidstaten de besluiten van de Uruguay-ronde geratificeerd. Maar het probleem is natuurlijk dat de WTO uiterst complexe materies behandelt. Probeer die beslissingen maar eens eenvoudig uit te leggen. Je vernauwt het debat als je de WTO alleen associeert met het opleggen van sancties." WOLFGANG RIEPL