Biobest werd in 1987 in Westerlo opgericht door de mediaschuwe veearts Roland De Jonghe. In zijn garage startte hij toen als eerste met de teelt van hommels voor biologische gewasbestuiving. Ruim twintig jaar later heeft Biobest productievestigingen in vijf landen en verdeelt het zijn producten in 55 landen.
...

Biobest werd in 1987 in Westerlo opgericht door de mediaschuwe veearts Roland De Jonghe. In zijn garage startte hij toen als eerste met de teelt van hommels voor biologische gewasbestuiving. Ruim twintig jaar later heeft Biobest productievestigingen in vijf landen en verdeelt het zijn producten in 55 landen. "De Jonghe is een van die zeldzame mensen die echt voor veranderingen hebben gezorgd. Puur Belgische bedrijven die leider zijn in hun sector lopen niet bepaald dik", zegt Christian Van Osselaer, voormalig CEO en voorzitter van Biobest. "De Jonghes bedrijf is nu een hoofdrolspeler in een markt van 250 miljoen euro die oplossingen aanreikt voor de problemen van de tuinbouw", zegt Van Osselaer. Nochtans doet de naam Biobest in eigen land weinig belletjes rinkelen. "Hij was heel discreet, een beetje te veel." Biobest telt 450 werknemers, onder wie 135 in Westerlo. De Jonghe is sinds drie jaar uit het bedrijf verdwenen, mede omdat zijn kinderen de fakkel niet wilden overnemen en omdat de vele jaren zonder vakantie hun tol eisten. ING begeleidde de verkoop, ook van het belang van Creafund. Dat investeringsfonds uit Roeselare had in 1999 een belang van 45 procent verworven in Biobest. Het bedrijf werd gekocht door de beursgenoteerde holdings Floridienne en Bois Sauvage, en Jean-Marie Delwart, toen nog de topman van Floridienne. Delwart werd later na een conflict uitgekocht. Van Osselaer werd na de overname CEO, maar werd in de herfst van vorig jaar opgevolgd door Jean-Marc Vandoorne. De voormalige topman van Laundry Systems Group (intussen omgedoopt in Jensen Group) werd aangetrokken om Biobest verder te professionaliseren. Het topduo van Biobest koestert steile ambities. "We willen de omzet de komende jaren minstens verdubbelen", zegt Van Osselaer, die ook stichter en CEO is van Biofirst, waarin Floridienne en Bois Sauvage hun participaties in groene activiteiten hebben geparkeerd. Die groei moet vooral ook komen van de verkoop van nuttige insecten. Zo'n terminator-insecten, zoals lieveheersbeestjes, sluipwespen of roofmijten, worden vaak in pop- of larvevorm in zakjes gehangen aan de gewassen, maar kunnen ook via automatische distributiesystemen worden verspreid in serres. In de natuur zijn er honderden nuttige insecten en mijten, waarvan Biobest er een twintigtal kweekt. Die nuttige insecten vertegenwoordigen al 55 procent van de omzet. Hommels, in de startfase van Biobest het enige product, vertegenwoordigen nog 35 procent. Die daling is deels het gevolg van een sterke druk op de prijzen. "Hommels zijn door de sterke concurrentie nu echt een commodity geworden", zegt Van Osselaer. De resterende 10 procent van de omzet komt uit aanverwante producten. Biobest heeft sinds de overname in 2007 zijn tweede adem gevonden. Zo werd de productiecapaciteit van nuttige insecten verdriedubbeld in Marokko en de productie van hommels verdubbeld in Turkije. In Mexico werd eind 2009 een nieuwe productievestiging voor hommels geopend. Bovendien werd een eigen onderzoeksafdeling geopend en kwamen er zes nieuwe exportmarkten bij. "En bovenal is er een nieuwe mentaliteit. We zijn geen volger meer, maar zijn erg proactief." Hommels blijven het uithangbord en het sterproduct van Biobest. Het productieproces van een nest hommels duurt twaalf weken. Zo'n nest kan dan twaalf weken ingezet worden door de teler. Nadelen hebben hommels niet. Zelfs na lang nadenken kunnen Vandoorne en Van Osselaer niets bedenken. "Ze werken zolang het licht is en ze hebben geen vakbonden", grijnst Van Osselaer. "Bovendien zijn ze minder kwetsbaar als ze bijvoorbeeld tegen het glas van serres knallen en in tegenstelling tot bijen zijn ze niet agressief." Toch niet in onze contreien, want de ene hommel is de andere niet. Zo blijkt het type dat in Zuid-Amerika voorkomt wel een vrij agressief beestje te zijn. Biobest moet in zijn pogingen om nieuwe markten te veroveren wel opboksen tegen lokale reglementen die ruiken naar protectionisme. "Israël mag wel zijn beestjes naar hier brengen, maar omgekeerd kan bijna niet", zegt Vandoorne. Ook de Russische markt is sterk afgeschermd. "Voor iedere levering moet een onafhankelijke veearts komen certificeren. Maar dat kunnen ze moeilijk blijven volhouden." Waar het tweetal geen moeite mee heeft, zijn de strenge eisen van Europa. "Vroeger waren er nauwelijks registratieprocedures en is er een aantal dingen misgelopen", vertelt Van Osselaer. "Vandaag kan je geen enkel nuttig insect vanuit zeg maar Brazilië importeren als je niet kan bewijzen dat het sterft tijdens de winter. Ook voor ons is dat goed, want het maakt dat nieuwe concurrenten, die niet zo'n breed gamma en netwerk hebben, niet zomaar op de markt kunnen komen." Ook de technologie en patenten vormen voor nieuwkomers lastige obstakels. "Innovatie wordt steeds belangrijker", zegt Vandoorne. Biobest werkt daarvoor ook samen met universiteiten. Ook de benoeming van de Nederlandse insectendeskundige Felix Wäckers als hoofd O&O is een stap vooruit. "Hij is echt een naam in onze sector. Dat opent vele deuren." Biobest profiteert natuurlijk van de stijgende vraag van consumenten naar onbespoten voedingsproducten. Toch schiet Van Osselaer de chemische concurrentie niet af. "Wij hebben ook geen oplossing voor alle problemen. We spuwen niet op chemie. Ons leidmotief is biology when possible, chemistry when necessary." De chemische gewasbestrijdingssector krijgt ook meer oog voor de business van Biobest. "Telers willen van deze chemieproducenten weten wat het effect is van hun producten op hommels of nuttige insecten", zegt Vandoorne. Het is ook niet toevallig dat een chemiegrootheid als het Zwitserse Syngenta zich ook op de markt van de nuttige insecten waagt. Meer zelfs, Syngenta vormt samen met het Nederlandse Koppert en Biobest de top drie wereldwijd. Koppert heeft 45 procent van de markt, tegen 20 procent voor Biobest en 9 procent voor Syngenta. Ondanks de voortdurende expansie heeft Biobest geen nood aan vers kapitaal. Van Osselaer sluit niet uit dat Biobest ooit naar de beurs gaat. "Maar vandaag zien we het nut er niet van in. We zijn cash positive en hebben een structuur om snel te reageren op groei." Door bert lauwers, fotografie thomas de boever