DE KEUZE VAN DE sociale partners om het SWT of brugpensioen minder snel dan gepland te verstrengen, krijgt terecht veel kritiek. Net als de neiging bij de banken om de 55-plussers onder hun medewerkers betaald thuis te laten zitten. Arbeidskrachten worden in de inactiviteit geduwd terwijl er in België al 1,6 miljoen inactieven zijn, mensen die zich gewoon niet aanbieden op de arbeidsmarkt. Dat is onaanvaardbaar in een periode dat de schaarste op de arbeidsmarkt blijft aanhouden en vacatures almaar moeilijker ingevuld raken.

Die wanverhouding moet dringend worden weggewerkt. De verschillende regeringen moeten streven naar een halvering van het aantal inactieven, nu 22 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd. Daarmee zou België aansluiting vinden met referentielanden als Nederland (15% inactieven) of Zweden (14%).

Hoe kan dat gebeuren? De arbeidsbemiddelingsdiensten moeten een tandje bijsteken. Het activeringsbeleid focust te sterk op werklozen die sowieso snel de weg naar de arbeidsmarkt vinden. Daarnaast zijn maatregelen nodig die het grote reservoir van inactieven in beweging brengen. Dat kan in eerste instantie door de nog altijd bestaande werkloosheidsvallen weg te werken.

Een verdere verlaging van de lasten op arbeid en een verlaging van de personenbelasting moeten daarbij helpen. Dat stimuleert zowel de vraag als het aanbod en is efficiënter dan hogere minimumlonen.

Daarnaast moet de verloning flexibeler worden, met een minder hechte band tussen loon en anciënniteit. Dat versterkt de positie van de 50-plussers op de arbeidsmarkt. De bijsturing van de anciënniteitsverloning stond in het regeerakkoord van 2014 en werd vermeld in het jongste zomerakkoord. Maar het blijft wachten op concrete maatregelen. Hopelijk maken de volgende regeringen er werk van.