M oto Guzzi is niet het grootste, maar wel het oudste Italiaanse motormerk. In 1920 al werden de eerste motoren onder die merknaam gebouwd. De fabriek maakte vooral ééncilindermotoren. Maar in 1957 fabriceerden de Italianen een V8 500 cc racemotor. Met die exotische achtcilinderracer is overigens nooit een wereldtitel behaald: eind 1957 trok Guzzi zich uit de racerij terug. In 1960 produceerde het Italiaanse merk een wat minder exotisch V-blok: een 754 cc metende twin die in een militaire driewieler werd gemonteerd. Vier jaar later paste...

M oto Guzzi is niet het grootste, maar wel het oudste Italiaanse motormerk. In 1920 al werden de eerste motoren onder die merknaam gebouwd. De fabriek maakte vooral ééncilindermotoren. Maar in 1957 fabriceerden de Italianen een V8 500 cc racemotor. Met die exotische achtcilinderracer is overigens nooit een wereldtitel behaald: eind 1957 trok Guzzi zich uit de racerij terug. In 1960 produceerde het Italiaanse merk een wat minder exotisch V-blok: een 754 cc metende twin die in een militaire driewieler werd gemonteerd. Vier jaar later paste Guzzi het blok aan voor gebruik in een tweewieler, eveneens voor legertoepassingen. De Guzzi-mensen zagen ook wel iets in een burgermotorfiets met die krachtbron, en in 1967 ging de eerste V7 in productie. Het V-blok vormt sindsdien de basis voor nagenoeg alle Guzzi's. In 1973, toen de fabriek onder leiding stond van de Argentijnse autobouwer Alejandro de Tomaso, was er een zijsprongetje naar viercilinders van 250, 350 en 500 cc en naar een tweetakt 250 cc twin. Maar het grote succes bleef uit en Guzzi plooide zich eind de jaren zeventig terug op het V-concept. De fabriek borduurde daarop voort zonder veel potten te breken. Sterker nog: het ging van kwaad naar erger en in 2000 kwam het noodlijdende merk in handen van Aprilia. Dat stopte weer geld in Guzzi en het resultaat is onder meer de Breva 750. De Breva is geen spectaculaire motorfiets. Verwacht er geen enorme pk-aantallen van, net zomin als een adembenemende acceleratie. De luchtgekoelde V-twin heeft een cilinderinhoud van 744 cc, is uitgerust met twee kleppen per cilinder en staat te boek voor slechts 48 pk bij 6800 toeren per minuut. Het is met andere woorden een basismodel. Ter vergelijking: de supersport Guzzi MGS/01, een 992 cc'er met vier kleppen per cilinder, brengt 102 pk op de weg bij 8400 toeren per minuut. De Breva ziet er compact uit en is een motor zonder veel tierelantijntjes. Betekent dit dat de Breva geen fijne motor is? Verre van. De motor stuurt met zijn slechts 182 kilo verrassend licht en makkelijk. Je krijgt al bij de eerste meters een heel vertrouwd gevoel. De Breva rijdt heel vloeiend en biedt op bochtige wegen puur plezier. De versnellingsbak schakelt precies, de koppeling is licht te bedienen, de zitpositie voelt aangenaam, in fileverkeer laveer je dankzij de smalle bouw eenvoudig tussen de rijen auto's door. Toegegeven: echt hard ga je er niet mee, maar je bent er wel heel ontspannen mee onderweg. Kortom: een heel fijne motorfiets, en dat voor nog geen 7500 euro. Is er dan geen kritiek? Toch wel. De tank is van kunststof en een - moderne - tanktas met magneten is waardeloos. Ook een ouderwets alternatief, met riemen onder de tank, werkt niet: daarvoor nemen de luchtkanalen en het benzine-injectiesysteem alle ruimte weg. Ad van Poppel