In januari 1999, niet lang nadat de euro tot stand was gekomen, werd Duitsland nog afgeschilderd als de zieke man van Europa, wiens economische gezondheidstoestand in scherp contrast stond met die van de snel groeiende landen aan de rand van de nieuwe muntzone. Een goede tien jaar later zijn de kansen volledig gekeerd.
...

In januari 1999, niet lang nadat de euro tot stand was gekomen, werd Duitsland nog afgeschilderd als de zieke man van Europa, wiens economische gezondheidstoestand in scherp contrast stond met die van de snel groeiende landen aan de rand van de nieuwe muntzone. Een goede tien jaar later zijn de kansen volledig gekeerd. Terwijl de perifere economieën van Spanje, Griekenland en Ierland blijven spartelen, wordt 2011 het jaar waarin Duitsland een stevige stempel drukt op de eurozone. Die invloed komt tot uiting in drie verwante domeinen: in de herwonnen sterkte van de Duitse economie, in zijn drang naar meer rechtlijnigheid in de openbare financiën en in zijn toenemende invloed op de Europese Centrale Bank (ECB). De Europese economie gaat in 2011 een vertraging tegemoet naarmate de regeringen de gapende begrotingstekorten aanpakken. In het rijkere deel van de muntzone - die vanaf januari, na de toetreding van Estland, zeventien leden telt - kent Duitsland een sneller dan gemiddelde groei van het bbp. Duitsland gaat minder gebukt onder de schuldenlast van de huishoudens en het heeft ook een kleiner begrotingsdeficit dan de andere lidstaten. Het heeft er dan ook minder behoefte aan om de belastingen te verhogen of te beknibbelen op de overheidsuitgaven. Het land is ook beter geplaatst om profijt te halen uit de boom in de opkomende markten. Duitslands exportgerichte ondernemingen zijn het snelgroeiende Azië en Latijns-Amerika binnengedrongen. China en Brazilië zijn gewaardeerde klanten geworden van grote bedrijven die uitrusting leveren voor krachtcentrales en andere infrastructuurprojecten. Er blijft ook nadrukkelijk vraag naar de producten van de kleine en gespecialiseerde Duitse producenten van kapitaalgoederen. En de nieuwe rijken onder de consumenten in de opkomende markten zetten hun zinnen op luxeauto's van Duitse makelij. Ook de rest van de eurozone kan baat vinden bij een oplevende Duitse economie, toch als het land erin slaagt om over te schakelen van exportafhankelijkheid naar een groei die uitgebalanceerd wordt door een grotere binnenlandse vraag. Waarschijnlijk wordt wel enige vooruitgang geboekt. Door de opleving van de Duitse export hebben heel wat bedrijven voldoende vertrouwen om te durven denken aan investeren en aanwerven. Het grotere aanbod aan arbeidsplaatsen en het feit dat de bedrijven kampen met een tekort aan geschoolde arbeidskrachten, drijven de lonen op. Dat leidt uiteindelijk tot meer consumptiebestedingen, al maakt de gebruikelijke spaarzaamheid van de Duitsers een boom onwaarschijnlijk. Meer evenwicht in de Duitse economie is niet voldoende om sommige landen van de eurozone een moeilijk jaar te besparen. Gezamenlijke inspanningen om orde op zaken te stellen in de openbare financiën wegen in de meeste landen op de groei van het bbp, ook in Duitsland, waar - deels als een voorbeeld voor andere landen - de regering van plan is om de begroting terug te schroeven met zowat 0,5 procent van het bbp. Vergeleken bij die maatregel is, als reactie op de druk vanuit de obligatiemarkt, het budgettaire beleid in Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje veel minder restrictief. Dat viertal lijdt onder een tekort aan concurrentiekracht op de exportmarkt, dat het gevolg is van jarenlange aangroei van de lonen boven het gemiddelde van de eurozone, en meer bepaald van Duitsland. Een zwakkere euro zou deze en andere armlastige landen kunnen helpen om zichzelf in de wereldmarken te prijzen. Maar op een zwakkere munt moet niet gerekend worden als de Duitse invloed op het monetaire beleid van de ECB toeneemt. Een verschuiving behoort tot de mogelijkheden omdat Jean-Claude Trichet eind oktober, na een volle ambtstermijn van acht jaar, aftreedt als voorzitter van de ECB. Bovenaan de lijst van de kandidaat-opvolgers staan twee economen die als hoofd van de centrale bank van hun land al zitting hadden in het rentecomité van de ECB. Een van hen is Mario Draghi, de voorzitter van de Banco d'Italia. De andere pretendent is Axel Weber, een voormalige academicus die sinds 2004 aan het hoofd staat van de Duitse Bundesbank. Weber maakt het meeste kans. Zijn kansen zijn trouwens toegenomen nadat Vítor Constâncio in juni bevorderd werd tot vicevoorzitter van de ECB. Constâncio, die eerder aan het hoofd stond van de Portugese centrale bank, wordt beschouwd als een duif, iemand die minder geneigd is om de inflatie terug te dringen als daardoor het gevaar op een recessie zou toenemen. Weber staat bekend als een hardliner als het over inflatie gaat. Hij was in juli 2008 betrokken bij de beslissing van de ECB om de intresten op te trekken, enkele weken voor de economie in een recessie verzeilde. Hij kan bij de ECB een tegenwicht vormen voor Constâncio. Een van de taken van de voorzitter van de ECB bestaat erin een consensus te vinden onder de 22 leden van de vaak versnipperde raad van bestuur. Webers karakteristieke botheid zou dan ook in zijn nadeel kunnen werken. Draghi zou dan een betere keuze zijn omdat hij beschikt over een bredere beleidservaring en meer koelbloedigheid. Hij staat echter voor een formidabele barrière: het gevoel dat het nu Duitslands beurt is om een grote eurotaak aan te vatten. Als de figuur van Weber meer stootkracht krijgt, heeft dat implicaties voor de wisselkoers van de euro. De valutamarkt gaat ervan uit dat, met een havik aan het roer van de ECB, het monetaire beleid waarschijnlijk meer restrictief en minder onorthodox wordt dan elders, en ze drijft bijgevolg de euro omhoog. De Duitse exporteurs zullen er wellicht niets op tegen hebben dat een Duitse centrale bankier de teugels in handen heeft: de vraag naar hun kapitaalgoederen en luxewagens is redelijk prijsongevoelig. Maar voor exporteurs aan de rand van de eurozone maakt een sterke euro de al sombere economische vooruitzichten er alleen maar erger op. De auteur is correspondent economie van The Economist.JOHN O'SULLIVAN, ILLUSTRATIE JENS CLAESSENSHet is nu Duitslands beurt om een grote eurotaak aan te vatten.