Rellen in de straten van Lissabon, universiteitsmuren die beklad zijn met oproepen tot algemene stakingen. Portugal, het land van de weemoedige fado, portowijnen en Hendrik De Zeevaarder, lijdt zwaar onder de economische crisis. Maar het had nog erger kunnen zijn, weet Eduardo de Oliveira Fernandes, professor engineering aan de Universiteit van Porto, als het land nog meer dure fossiele energie had moeten importeren.
...

Rellen in de straten van Lissabon, universiteitsmuren die beklad zijn met oproepen tot algemene stakingen. Portugal, het land van de weemoedige fado, portowijnen en Hendrik De Zeevaarder, lijdt zwaar onder de economische crisis. Maar het had nog erger kunnen zijn, weet Eduardo de Oliveira Fernandes, professor engineering aan de Universiteit van Porto, als het land nog meer dure fossiele energie had moeten importeren. Portugal heeft de jongste jaren verbluffende resultaten neergezet. Tussen 2005 en 2008 verdrievoudigde het de productie van elektriciteit uit waterkracht, gebruikmakend van rivieren als de Douro en de Taag. Windmolens op land zijn nu goed voor 4310 megawatt stroomproductiecapaciteit, zeg maar vier kerncentrales. Al is dat equivalent slecht gekozen, want na drie pogingen lijkt kernenergie in Portugal definitief van het menu geschrapt. Meer dan 40 procent van het elektriciteitsverbruik werd vorig jaar gedekt door hernieuwbare bronnen. Dat percentage bedroeg in 2010 - toen er veel regen viel - zelfs meer dan de helft. Daarmee is het Iberische land goed op weg om de Europese klimaatdoelstellingen te halen (60 % stroom uit hernieuwbare energie en 31 % groene energie van het totale energieverbruik), die in 2008 werden gelanceerd. Met die nuance dat Portugal zijn energiehuishouding op orde begon te brengen lang voor Europa zijn klimaatplan lanceerde. Met enige zin voor overdrijving beweert Oliveira Fernandes dat die 4 gigawatt windmolens "van hem" zijn. De professor werd een klein decennium geleden in de Portugese regering geparachuteerd als staatssecretaris voor Energie. Hij lanceerde midden 2001 zijn E4-programma: Energy Efficiency and Endogenous Energies. "Gezien Portugal geen gas of olie produceert, bedoelde ik met endogene energie uiteraard hernieuwbare energie, maar E4 klonk nu eenmaal beter", lacht de grijzende academicus. Natuurlijk zijn de resultaten van het Portugese energiebeleid niet zomaar op België over te planten. "Er is geen Europees energiesysteem", weet Andreas Görgen, hoofd van de energiesector bij Siemens voor Zuid-West-Europa. "Duitsland en Italië zetten in op groene energie, met gas als ruggengraat. In het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk bouwen ze verder op kernenergie, aangevuld met wind- en andere hernieuwbare energie. Polen en Turkije mikken op kolen en nucleaire reactoren, terwijl de Scandinavische landen vooral gebruikmaken van hydro- en windenergie. Dus dé uitdaging voor de komende jaren wordt het integreren van die verschillende energiesystemen, zonder daarbij de prijs te laten exploderen." Ook in Portugal steeg de elektriciteitsprijs, maar de stijging bleef al bij al beperkt: zowat 15 procent tussen 2005 en 2010. Het Zuid-Europese land teerde lang op hydro-energiecentrales, maar de meeste waren al van enkele decennia oud. De dunbevolkte heuvels rond de rivieren waren dan weer ideaal voor windproductie. Ook de zon schijnt er een pak meer dan in België. "Toch was mijn eerste vraag - voor we naar andere, nieuwe energie zouden kijken - of we wel meer energie nodig hadden", vertelt Oliveira Fernandes. Want de gemiddelde Amerikaan verbruikt de helft meer energie dan een Europeaan. Te vrezen viel dat het verbruik nog fors zou stijgen. En elektriciteit importeren, is geen makkelijke oplossing. Portugal is, in tegenstelling tot België, in energie een eiland. De enige buur is Spanje en de verbindingen van het Iberische schiereiland met Frankrijk zijn beperkt. "Dus moesten we mikken op efficiëntie en aanvullen met hernieuwbare energie." Maar efficiëntie is zeer moeilijk te promoten, besefte Oliveira Fernandes. Je moet de optie hebben minder te verbruiken, de technologie om dat mogelijk te maken en het proces, het systeem, moet het toelaten, oreert de professor. "Wat ben je met een efficiëntere auto als die drie uur vaststaat in de file? Je efficiëntiewinst is dan quasi nihil." Toch stelt de wetenschapper vast dat het verbruik nu al enkele jaren daalt, sinds 2005 met gemiddeld 1,3 procent. "Al vrees ik dat dat gedwongen efficiëntie is, vooral veroorzaakt door de economische crisis. Terwijl onze energie zo efficiënt mogelijk gebruiken echt wel de grootste uitdaging is. Niet alleen door minder energie te verbruiken, maar vooral door minder energieverlies te lijden tussen productie en verbruik. Nu wordt amper 38 procent van de primaire energie nuttig gebruikt. Dat moet beter kunnen." Oliveira Fernandes is vooral blij met de respons op zijn zoektocht naar hernieuwbare energie, die volgens het Internationaal Energie Agentschap tot nu toe ook amper woog op de amechtige begroting van het land. Portugal lokte de investeerders met langetermijncontracten, waarbij de hoogte van de subsidie afhangt van de technologie én regelmatig wordt herbekeken. "We hebben de financiële markten geactiveerd om 6 miljard euro te pompen in ons project. Op de aanbesteding die we uitschreven voor windenergieprojecten, kregen we voor 7000 megawatt aan projecten binnen." Hoewel in zijn plannen ook ruimte was voor zonne-energie, was die energiebron zeker niet primordiaal. "Van in het begin was het onze bedoeling die technologie zachtjes te brengen, tot de prijs zou dalen. Want zonne-energie was toen nog geen mature sector." Dat zonne-energie tegen 2100 voor 50 tot 70 procent van de energie kan instaan, acht de academicus zeker niet onmogelijk. Ondanks de grote kust lijken offshorewind- en golfenergie in Portugal moeilijker te liggen. De oceaan is vrij diep. Het grootste struikelblok is de energie aan land krijgen, iets dat bij de minder diepe Noordzee technisch makkelijker is. Het Portugese model wordt ook gestut door een stevige juridische zekerheid voor de investeerders. Die komen lang niet alleen uit Portugal. De netbeheerder RNE, die zowel het hoogspanningsnet als het gastransport voor zijn rekening neemt, is bijvoorbeeld voor 25 procent in handen van State Grid of China, en voor 15 procent van Oman Oil. Zij willen springen mee op de kar voor de expansieplannen die het bedrijf heeft in de voormalige kolonies Angola en Brazilië. Ook Portugal zelf profiteert. Netto heeft de overgang naar meer hernieuwbare energie amper gewogen op het overheidsbudget, omdat de privésector het leeuwendeel van de nodige miljarden op tafel legt. Behalve de nieuwe jobs en de vermeden olie-import, verdient de staat er nog een extra zakcentje aan. Ten eerste omdat het land Europese CO2-emissiecertificaten kan verkopen, zoals België die ooit kocht van Hongarije. En, in mindere mate, ook uit een andere, onverwachte bron: in 2009 exporteerde Portugal voor het eerst in zijn geschiedenis energie naar Spanje. LUC HUYSMANSPortugal begon zijn energiehuishouding op orde te brengen lang voor Europa zijn klimaatplan lanceerde.