KARIKATUUR.
...

KARIKATUUR.Het zakenimperium van Albert Frère is, na het netwerk van de Generale Maatschappij, de tweede grootste financiële groep in België.Groep Brussel Lambert (GBL), formeel voorgezeten door Gérald Frère maar feitelijk geleid door vader Albert, heeft een portefeuille van 70 miljard frank. GBL participeert voor 12 % in Bank Brussel Lambert, dat het samen met verzekeraar Royale Belge (12,2 %) en het Gemeentekrediet (12 %) kontroleert.Royale Belge zelf is in handen van het Franse UAP, dat zijn Belgische poot kontroleert via Royale Vendôme (UAP : 74,9 % ; GBL : 25,1 %). De belangrijkste tak van Frères holding situeert zich in de media-aktiviteiten van CLT (RTL) dat wordt gekontroleerd door Audiofina, waarin GBL en het Franse Havas resp. voor 60 % en 40 % participeren.Vermelden we nog de erg belangrijke participatie in Electrafina (GBL : 41 % ; Royale Belge : 7,4 %), de houdstermaatschappij van zijn Petrofina- en Tractebel-aandelen. De andere aandeelhouder in beide ondernemingen is de Generale Maatschappij, die 37 % van Tractebel kontroleert. Rechtstreeks en via Tractebel steunt de Generale de positie van Frère in Petrofina met een aandelenpakket van 13,5 %.Voorts heeft GBL/Frère, onder meer via Parfinance en de Nationale Portefeuillemaatschappij (NPM), nog 40 % in de vastgoeddochter Bernheim Comofi en minderheidspakketten in Paribas (7 %) en de Luxemburgse bancaire poot BIL. Het Gemeentekrediet (ook voor 12 % aandeelhouder van BBL) heeft met 51 % de meerderheid in BIL.Wie het netwerk rond Albert Frère wil onderzoeken, stuit op een wirwar van kruisparticipaties, tussenholdings en allianties. Vanaf de start van zijn imperium had hij een voorkeur voor "voortdurende manipulaties, " schreef Trends op 12 mei 1983. "Om de haverklap richten Frère en de zijnen bedrijven op, veranderen ze van naam, likwideren ze weer, fuseren en splitsen, verhogen of verlagen kapitalen en keren daar waar het de moeite loont niet onaardige dividenden aan zichzelf uit, " schreven we toen. GBL is, aldus de Financial Times "de karikatuur van een kontinentale holding. "Deze struktuur leidt ertoe dat GBL "partners en vaak vrienden" (dixit Frère) heeft over heel de wereld. De zakenman citeert in dat verband zelf UAP, Paribas, Générale des Eaux, Havas, Bertelsmann, "zonder de Generale Maatschappij van België, noch Power Corporation te vergeten".Al deze ondernemingen brengen geld aan voor de tussenvennootschappen in de cascadestruktuur van Frères zakenimperium (zie grafiek). Helemaal bovenaan de ketting staat Frère-Bourgeois, dat voor iets meer dan de helft participeert in Erbe (Paribas brengt de rest aan). Door steeds iets meer dan de helft van de dochters, kleindochters, achterkleindochters,... te kontroleren, behoudt Frère de macht. Vandaar ook dat Frère nooit tevreden zal zijn met een minderheidspositie in een bedrijf (tenzij het kadert in een andere, belangrijke, overeenkomst). Meer dan eens liet hij zich ontvallen : "Petit minoritaire, petit con. Grand minoritaire, grand con. "Omdat we niet over de vereiste informatie beschikken wie juist waar participeert (al is het maar omdat dit voortdurend verandert door de beursbewegingen), is het eigenlijk onmogelijk exact te bepalen welke partijen het meeste kapitaal aandragen. We trachten toch enig licht in de duisternis te brengen aan de hand van een vereenvoudigd schema. Onder alle voorbehoud komen we tot het volgende resultaat. Het imperium rond Albert Frère wordt via Groep Brussel Lambert qua stemrecht gekontroleerd door de groep Frère-Bourgeois en het Canadese Power Corp (familie Desmarais), maar de grootste kapitaalverschaffer is het Franse Paribas (9,8 % van het totale verrekende kapitaal). De tweede grootste kapitaalverschaffer van het "imperium Frère" is Power Corp (9,4 %), gevolgd door UAP (6,7 %) en de familieholding van Albert Frère, Frère-Bourgeois (4,1 %). Met andere woorden : voor elke frank die Albert Frère in zijn groep steekt, kontroleert hij er 25. De kunst : investeerders vinden die er de andere 24 frank naast willen leggen.GROEP BRUSSEL LAMBERT Sterk vereenvoudigd schema. (Bron : "200 Jaar Filiaal", Davidsfonds, 1995)