Ons land telt in verhouding lang niet zoveel windmolens als bijvoorbeeld Nederland, en toch is de belangstelling groot, ook bij bedrijven. "Ondernemingen kunnen op verschillende manieren investeren in windenergie", vertelt Wim Buelens van de Cel Milieuvriendelijke Energieproductie van het Vlaams Energieagentschap. "Er is de onrechtstreekse manier, vooral populair bij banken bijvoorbeeld, door te participeren in een windenergieproject in binnen- of buitenland. Daarnaast is er natuurlijk de rechtstreekse manier: bedrijven die zelf windmolens plaatsen op hun terreinen. Voor dat laatste is er steeds meer interesse."
...

Ons land telt in verhouding lang niet zoveel windmolens als bijvoorbeeld Nederland, en toch is de belangstelling groot, ook bij bedrijven. "Ondernemingen kunnen op verschillende manieren investeren in windenergie", vertelt Wim Buelens van de Cel Milieuvriendelijke Energieproductie van het Vlaams Energieagentschap. "Er is de onrechtstreekse manier, vooral populair bij banken bijvoorbeeld, door te participeren in een windenergieproject in binnen- of buitenland. Daarnaast is er natuurlijk de rechtstreekse manier: bedrijven die zelf windmolens plaatsen op hun terreinen. Voor dat laatste is er steeds meer interesse." Wat ook almaar vaker gebeurt, is dat een bedrijf (een deel van) zijn terrein in concessie geeft, of verhuurt, voor de productie van windenergie. Ook dan zijn er verschillende formules mogelijk. De opgewekte stroom moet bijvoorbeeld niet noodzakelijk door het bedrijf zelf gebruikt worden, maar kan door de beheerder van het windmolenpark verkocht worden aan de energieleveranciers. Die moeten kunnen aantonen dat 3,75 % van hun stroom opgewekt werd uit hernieuwbare energiebronnen, en zijn dus vragende partij. Dat percentage wordt bovendien jaarlijks opgetrokken, tot 6 % in 2010. Ook als de opgewekte elektriciteit rechtstreeks op het interne net van het bedrijf terechtkomt, kunnen overschotten naar het publieke net gaan. "Maar een windmolenproject is winstgevender als het bedrijf de opgewekte stroom zoveel mogelijk zelf gebruikt", zegt Wim Buelens. "Het bedrag dat je kunt verdienen door de stroomoverschotten op het publieke net te zetten, is kleiner dan wat dat je kunt uitsparen door zoveel mogelijk stroom te gebruiken die je zelf opwekt - aangezien je daardoor minder elektriciteit van het net moet kopen." Dat laatste is belangrijk, want windmolens vergen een aanzienlijke investering. Een exemplaar van twee megawatt, met een ashoogte tussen 90 en 100 meter, kost ongeveer twee miljoen euro. De elektriciteit die zo'n windmolen genereert, komt dan wel overeen met het verbruik van 1000 gezinnen per jaar. Voor bedrijven die zich een windmolen kunnen permitteren, is de rentabiliteit dus verzekerd. Toch zijn er enkele aandachtspunten. De nodige vergunningen verkrijgen is bijvoorbeeld een teer punt. Vlaams minister voor Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (Open Vld) beloofde onlangs wel beterschap, met een nieuw decreet dat voorziet in een soepel en eenvoudig kader voor hernieuwbare energie. Maar tot nader order is het aanvragen van windmolenvergunningen een tijdrovende en omslachtige procedure. Vooral kleine kmo-terreinen in landelijke gebieden kunnen problemen opleveren. Andere aandachtspunten zijn de leveringsperiode, die door de sterk stijgende vraag kan oplopen tot anderhalf jaar, en de aansluiting van de installatie op het elektriciteitsnet. Dat laatste kan een probleem vormen in streken waar het net zwak is, zoals in afgelegen landbouwgebieden. Alles is mogelijk, maar het vergt allemaal extra kosten. Een nieuwe trend zijn kleine windmolens, die vaak op het dak van bedrijven geplaatst worden. Daarvoor moet de gemeente een vergunning afleveren. Het lokale beleid is zeer uiteenlopend, dus steek eerst uw licht op bij uw gemeentebestuur. Kleine windmolens vangen bovendien minder wind op, zodat hun rendement erg afhankelijk is van hun locatie, en de manier waarop ze werden opgesteld. Die lopen grotendeels gelijk met die voor zonne-energie. Een belangrijk verschil is er in het systeem van de groenestroomcertificaten. Ook hier geldt: één certificaat per 1000 kilowattuur elektriciteit die werd opgewekt, maar de opbrengst per certificaat is 110 euro in plaats van 450 euro, en ze is afhankelijk van de marktwaarde van de certificaten. Toch is er een gegarandeerde minimumprijs van 80 euro, en dat tien jaar lang vanaf de ingebruikname van de windmolen(s).> via het gratis infonummer 1700 van de Vlaamse overheid > www.energiesparen.be: de website van het Vlaams Energieagentschap, dat ook bereikbaar is op het nummer 02 553 46 00 > www.vreg.be: de web-site van de Vlaamse energieregulator > www.ecologiepremie.be: alles over de Vlaamse ecologiepremie > www.belpv.be: de web-site van de sectorfederatie die werd opgericht om de toepassing van zonne-energie te bevorderen. Zie ook: www.belsolar.be, www.ode.be > meer informatie over de aansluiting op het net: www.synergrid.be. Onder de link 'Publicaties' vindt u het hoofdstukje 'Technische Vereisten Elektriciteit', en daarin klikt u op C10/11 voor een volledig overzicht. De tekst is momenteel echter aan herziening toe. Een nieuwe ontwerptekst vindt u op www.vreg.be, onder de link 'Consultatie'.