Heimwee naar de tijd van dokter Paul helpt niet. Hoe bijzonder zijn onderzoeksaanpak ook was, in de mature farmasector van vandaag is de vervaldatum ervan verstreken. Dat 688 werknemers bij Janssen Pharmaceutica in België hun baan zullen verliezen, is eigenlijk geen verrassing. De economische realiteit zet het businessmodel van de geneesmiddelenindustrie immers onder zware druk. België beschouwt farma desondanks als een belangrijke sector voor de toekomst. De jongste jaren steeg de werkgelegenheid in de sector tot ongeveer 28.000 werknemers. Ook bij Janssen Pharmaceutica zullen na de reorganisatie meer mense...

Heimwee naar de tijd van dokter Paul helpt niet. Hoe bijzonder zijn onderzoeksaanpak ook was, in de mature farmasector van vandaag is de vervaldatum ervan verstreken. Dat 688 werknemers bij Janssen Pharmaceutica in België hun baan zullen verliezen, is eigenlijk geen verrassing. De economische realiteit zet het businessmodel van de geneesmiddelenindustrie immers onder zware druk. België beschouwt farma desondanks als een belangrijke sector voor de toekomst. De jongste jaren steeg de werkgelegenheid in de sector tot ongeveer 28.000 werknemers. Ook bij Janssen Pharmaceutica zullen na de reorganisatie meer mensen werken dan 10 jaar geleden. Het is daarbij wel een interessante vraag welke farmasector we hier willen. Het wonderrecept van de laatste jaren: hoogwaardig onderzoek hier houden en de ondersteunende diensten uitbesteden. Het staat goed om te pronken met de onderzoekscentra van multinationals in ons land, maar de vraag is of zo'n schema op termijn wel houdbaar is. De groeimarkten liggen immers elders. De geneesmiddelenindustrie moet zich bezinnen. We leven in Europa langer dan ooit, tot op hoge leeftijd moeten we zelfs niet al te veel inboeten aan levenskwaliteit. De jaren van gemakkelijke groei in de sector zijn echter voorbij. Gulzige aandeelhouders zien hun tweecijferige winst bedreigd, terwijl onderzoeksgedreven farmabedrijven hun kosten zien stijgen. De kortetermijnoplossing luidt dan: knippen in de personeelskosten, zoals nu bij Janssen Pharmaceutica. Duurzaam is dat niet. Uiteindelijk richten de farmagroepen hun onderzoek allemaal op steeds moeilijker te vinden kaskrakers. Het wordt steeds duurder om een kleine vooruitgang te boeken, en toch moet dat ergens terugverdiend worden. Dus worden de geneesmiddelen duurder. Verzekeraars en regeringen proberen daarentegen het budget beheersbaar te houden en onder druk van de generische geneesmiddelen stijgen de promotiekosten. Ondertussen blijft meer dan de helft van de wereldbevolking buiten beeld. De primaire gezondheidsbehoeften zijn er immens en vooral onbeantwoord. Dààr ligt de echte groeimarkt. We hebben het dan niet over gratis geneesmiddelen voor ontwikkelingshulp. Er is een groep consumenten opgestaan in groeilanden als India, Brazilië of Rusland. Ze bezitten geen fortuinen, maar willen waar voor hun geld. Als de geneesmiddelenindustrie op zoek gaat naar blockbusters, kan ze misschien beter onderzoek verrichten naar een ander soort kaskrakers: pillen die geen fortuin kosten, maar voor minder kapitaalkrachtige (derde)wereldburgers bereikbaar zijn. Eigenlijk is dat een terugkeer naar de basis van het geneesmiddelenonderzoek: bied mensen een medicijn dat ze nodig hebben en kunnen betalen. Indiërs en Brazilianen hebben het ondertussen al begrepen. Lokale bedrijven worden er groot dankzij kopieën en nemen het met de octrooiwetten niet altijd zo nauw. Maar: ze groeien wel sneller dan wie ook. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Janssen Pharmaceutica in ons land krimpt, terwijl het Indiase Ranbaxy in Antwerpen de bouw van een distributiecentrum plant. Roeland Byl