Europa volhardt in de boosheid. Het houdt vast aan de failliete strategie om de Europese schuldencrisis te bedwingen en de eurozone bij elkaar te houden. Die strategie bestaat erin dat de zuiderse eurolanden zich kapot saneren terwijl in ruil de Europese centrale banken en de Europese leiders de vingers in de gaten van de dijk steken.
...

Europa volhardt in de boosheid. Het houdt vast aan de failliete strategie om de Europese schuldencrisis te bedwingen en de eurozone bij elkaar te houden. Die strategie bestaat erin dat de zuiderse eurolanden zich kapot saneren terwijl in ruil de Europese centrale banken en de Europese leiders de vingers in de gaten van de dijk steken. Maar de bressen worden almaar groter, getuige de 100 tot 200 miljard euro die nodig is om het Spaanse banksysteem op de been te houden (zie blz. 30), terwijl de bereidheid om nog meer vingers op te offeren steeds kleiner wordt in de sterkere eurolanden. Een totale dijkbreuk is slechts een kwestie van tijd als Europa niet snel van strategie verandert. Europa moet eindelijk werk maken van een politieke unie die de broodnodige solidariteit van de sterkere eurolanden verenigt met de even noodzakelijke discipline in de zwakkere eurolanden. De tussenweg van pappen en nathouden leidt nergens naar, en de klok tikt. De maatregelen die de Europese leiders uit hun hoed toveren, kopen steeds minder tijd. De ogenschijnlijk gunstige uitslag van de Griekse verkiezingen overleefde zelfs de ochtend niet op de financiële markten, met een forse stijging van de Spaanse rente als exponent van de falende Europese aanpak. De uitkomst van de verkiezingen in Griekenland lijkt Europa echter de kans te geven om door te gaan met zijn failliete aanmodderstrategie. De Nieuwe Democratie van Antonis Samaras won de Griekse verkiezingen nipt op basis van de belofte om voort te besparen en om zo lid te blijven van de euroclub. Om dus uit te voeren wat niet kan werken, om verschillende redenen. Zo gaapt er een brede kloof tussen het winnen van de verkiezingen en het vormen van een regering die de harde besparingen wil uitvoeren. De meest voor de hand liggende coalitiepartner voor Nieuwe Democratie is de eveneens pro-Europese partij Pasok, maar die verbrandde zich de voorbij jaren al zwaar aan een besparingsbeleid en eist daarom een regering van nationale eenheid, waarbij dus iedereen in het besparingsbad getrokken wordt. En zelfs als er op korte termijn een eurogezinde regering gevormd kan worden, is het zeer de vraag hoe lang die het kan uitzingen. De Griekse economie en samenleving zitten gevangen tussen hamer en aanbeeld van besparingen en economische depressie. In deze omstandigheden de begroting nog eens met 7 procent van het bbp bijspijkeren, nodig om de overheidsschuld op termijn te stabiliseren op 120 procent van het bpp, lijkt politiek een onmogelijke opgave. Ook budgettair trouwens, want zolang de economie krimpt, is elke besparingsoefening gedoemd om te mislukken. Europa kan in ruil voor een hernieuwde Griekse belofte van besparingen de strop misschien wat minder strak aanhalen, en de Grieken wat meer tijd geven of een lagere rente op de al toegekende noodleningen, maar veel meer dan uitstel van executie houdt dat niet in. Nog erger is dat het Griekse aanmodderen een grote Europese doorbraak naar een totaaloplossing en de creatie van een politieke unie blokkeert. In Europese kringen rijpt het besef dat een Griekse exit uit de eurozone niet langer "onbespreekbaar en onbetaalbaar" is, maar eerder "waarschijnlijk en wenselijk", niet alleen voor Griekenland zelf (om het land snel opnieuw een groeiperspectief te bieden), maar ook voor Europa. Want een uitstap van Griekenland uit de eurozone is misschien de hefboom die Europa nodig heeft om de koe eindelijk bij de horens te vatten. Een exit van Griekenland kan alleen maar relatief goed aflopen als Europa stevige branddeuren bouwt, wat op het terrein betekent dat er eindelijk werk wordt gemaakt van die politieke unie. Tot nu luidt de consensus dat een Grexit een 'drachmageddon' wordt voor Griekenland en Europa. Griekenland zou afgesneden worden van de kapitaalmarkten, met een gewis faillissement van de overheid en de banksector tot gevolg, en een ongeziene verarming voor de bevolking. Voor Europa zou het besmettingseffect van een Grexit dodelijke proporties kunnen aannemen. Als duidelijk wordt dat een exit uit de eurozone met bijhorende zware devaluatie tot de mogelijkheden behoort, dan kunnen gezinnen, bedrijven en beleggers wijselijk besluiten om hun euro's weg te halen uit de zuidelijke eurolanden en ze te versassen naar sterkere eurolanden. Zo'n kapitaalvlucht, die trouwens al bezig is, zou op grote schaal de hele eurozone destabiliseren. De Europese Centrale Bank redt voorlopig de meubelen, maar schuift intussen al heel wat risico's van dit beleid door naar de diverse nationale banken. Precies deze potentieel catastrofale gevolgen maakt van een Grexit een hefboom om Europa te dwingen om het juiste te doen. Anders gezegd, Europa heeft een Lehman Brothers-moment nodig om zichzelf te redden. De meest voor de hand liggende maatregel om de gevreesde besmetting te vermijden, is de creatie van een bankenunie, waarbij er één Europese depositogarantieregeling komt, één Europees fonds om banken in moeilijkheden te helpen of ordentelijk op te doeken en één Europees toezicht op de banken, wat een enorme overdracht van bevoegdheden impliceert. Daarnaast kan de bankencrisis pas echt verholpen worden als ook de vertrouwenscrisis in de Europese overheidsfinanciën aangepakt wordt. Dat kan door de uitgifte van euro-obligaties en de creatie van een fiscale unie waarbij Duitsland de lakens kan uitdelen in Europa. Het oude continent zou dan kunnen overgaan tot een groeistrategie op zijn Amerikaans, waarbij de budgettaire consolidatie wordt uitgesteld tot de economie voldoende hersteld is. Maar ook de duurzaamheid van zo'n strategie is allesbehalve bewezen. Tegelijk is de aanwezigheid van Griekenland in de eurozone een grote hindernis om tot die oplossingen te komen. Griekenland is te ver heen om nog in een eurocontext gered te kunnen worden. Een politieke unie boven de eurozone bouwen wordt maar mogelijk als de lidstaten economisch voldoende op elkaar afgestemd zijn, of als ze minstens voldoende bereidheid en slagkracht hebben om dat te doen. Zeker Griekenland voldoet niet aan die voorwaarden, en moet er dus uit om de rest van de eurozone een kans op slagen te geven. In ruil moet Europa in staat zijn om Griekenland een ordentelijke exit te garanderen. Een Grieks economisch herstel kan dan relatief snel en krachtig volgen, wat op zich ook een gevaar voor de euro betekent. Als een Griekse exit weldadig blijkt voor het land, dan kan dat tot voorbeeld strekken voor andere landen, zoals Portugal, Italië en Spanje. Om hen aan boord te houden en een verblijf in de euro voldoende aantrekkelijk te houden, is die politieke unie absoluut een must. De financiële markten maken de politici intussen elke dag duidelijk dat ze klaar zijn voor een 'bloed, zweet en tranen'-speech, als Europa eindelijk werk maakt van een politieke unie. Een Griekse exit kan dan een nieuwe start betekenen. Tenzij Europa, in het aanschijn van de ondergang, toch voor de ondergang zou kiezen.DAAN KILLEMAESDe aanwezigheid van Griekenland in de eurozone is een grote hindernis om tot structurele oplossingen te komen.