PETER DE KEYZER
...

PETER DE KEYZERDe auteur is hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis.Toen de Club van Rome in 1972 schreef over de grenzen aan de groei, deed ze dat vanuit een malthusiaanse insteek: er waren volgens hen onvoldoende grondstoffen om de hele planeet een westerse levensstandaard te kunnen gunnen. Onlangs kwam uit heel andere hoek een vraag over de houdbaarheid van onze groei. De Amerikaanse professor economie Robert Gordon stelde dat de spectaculaire westerse groei van de economie en de levensstandaard van de afgelopen anderhalve eeuw wel eens een eenmalig feit zouden kunnen blijken. Niet omdat we op de malthusiaanse grenzen van onze planeet zullen stuiten, maar omdat we alles hebben uitgevonden wat er uit te vinden valt. Hij stelt vast dat de groei van het inkomen per hoofd van de bevolking - zeg maar, de welvaart - tot en met het midden van de achttiende eeuw een constante was: nul. Vervolgens waren er drie grote industriële revoluties die elk afzonderlijk de groei fors de hoogte in hebben geduwd. De eerste indus-triële revolutie dateert hij tussen 1750 en 1830. De belangrijkste uitvindingen waren mechanische weefgetouwen, stoomtreinen en stoomboten. Die uitvindingen en hun verbeteringen hebben zowat 150 jaar lang de groei positief beïnvloed. Het was bijvoorbeeld pas tussen 1850 en 1900 dat de spoorwegen hun grootste effect hadden op de ontsluiting en de industrialisering van de Verenigde Staten. De tweede industriële revolutie was veel korter. De belangrijkste uitvindingen tussen 1870 en 1900 waren elektrisch licht, de verbrandingsmotor, de telefoon, een netwerk van stromend drinkbaar water,... Hoewel die zaken vandaag vanzelfsprekend lijken, hadden ze stuk voor stuk een gigantische impact op zowel de levensverwachting als de levensstandaard van de westerse bevolking. Voor er zomaar water uit de kraan beschikbaar was, moest een gemiddelde vrouw uit North Carolina in 1885 per jaar ongeveer 220 kilometer lopen, om in totaal 35 ton water voor het huishouden te verslepen. De invloed van die uitvindingen zou nog duren tot de jaren zeventig en kan dan ook nauwelijks worden overschat. De derde - en volgens professor Gordon de laatste - industriële revolutie is de informatierevolutie die in de jaren zeventig begon. Aanvankelijk waren de arbeidsbesparende productiviteitswinsten in de verwerking, verzending en opslag van gegevens bijzonder groot. Het toenemende vermogen van processoren maakte almaar meer complexe processen mogelijk en kon heel wat fysieke rekenarbeid vervangen. Die eerste fase was er dan ook een van arbeidsbesparende productiviteitsverbeteringen. Vandaag lijkt vooral het entertainmentaspect van de informatierevolutie de bovenhand te halen. Hoe leuk of nuttig Twitter, Facebook, Google of onlinegamen ook is, het zal nooit even grote productiviteitswinsten opleveren als de eerste twee revoluties. Een groot stuk van die toepassingen zijn dan ook op vermaak en consumptie gericht, veeleer dan ze het inkomen per hoofd van de bevolking fors zouden verhogen. Niet overtuigd? Wat zou je het makkelijkst kunnen missen? Toegang tot stromend water of de toegang tot Facebook? De vaststelling van Gordon is dan ook dat the next big thing eigenlijk al uitgevonden is en dat het daarom almaar moeilijker wordt om te komen met nieuwe innovaties die de productiviteit structureel opdrijven. Innovaties die leuk of handig zijn, zullen altijd wel blijven komen. Innovaties vinden die de levenskwaliteit, de levensverwachting en het inkomen per westers hoofd substantieel verhogen, wordt wellicht veel moeilijker. Was de afgelopen anderhalve eeuw dan echt een uitzondering in de menselijke geschiedenis? Een aberratie waarbij een opeenvolging van baanbrekende uitvindingen ons een eenmalige spurt in groei, welvaart en levensverwachting heeft laten trekken? Zijn we werkelijk aan het einde van ons innovatieve Latijn? Zo erg zal het wellicht niet zijn. We zullen altijd blijven innoveren en ontdekken, maar voorlopig lijkt het grote vet toch van de innovatiesoep. Bijgevolg moeten we rekening houden met een structureel zwakkere groei in het Westen. Tenzij we natuurlijk plots interplanetair beginnen te reizen tegen warpspeed, koude kernfusie operationaliseren of teleportatie ontdekken. Beam me up, Scotty.We zullen altijd blijven innoveren en ontdekken, maar voorlopig lijkt het grote vet toch van de innovatiesoep.