Grenzeloze groei?

Internationale handel is nog belangrijker dan gedacht. Wie zijn grenzen opengooit, haalt immers technologische kennis binnen en groeit. Toch is niet iedereen daarvan overtuigd. People’s Global Action, een wereldwijde organisatie die mensenrechten hoog in het vaandel draagt, voert volgende week voor het eerst actie tegen globalisatie.

Weg met organisaties als de Europese Unie. Weg met vrijhandelsverdragen als Nafta (Noord-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst), Mercosur (de gemeenschappelijke Zuid-Amerikaanse markt) of de Apec ( Asia-Pacific Economic Cooperation). Stuur vooral de WTO ( World Trade Organisation) naar huis, de instelling die de multilaterale wereldhandel tracht te bevorderen.

Tenminste, dat is het droombeeld van People’s Global Action ( PGA), een bont amalgaam van basisorganisaties en mensenrechtengroepen uit de hele wereld. Hun bindmiddel: het verzet tegen de liberalisering van de wereldhandel. Volgende week vangt hun eerste internationale campagne tegen vrijhandel en globalisatie aan. Woordvoerder Olivier de Marcellus verklaart: “Globalisering heeft nefaste sociale en ecologische gevolgen. Het is een manier van het transnationale kapitaal om zijn wereldheerschappij te vestigen.”

Tot zover de slogantaal, die ergens wel begrijpelijk is. De jongste jaren steeg de werkloosheid en ook de internationale handel nam een serieuze uitbreiding. Een oorzakelijk verband leggen tussen beide ligt bijna voor de hand. Maar globalisatie is een te gemakkelijke boeman. Het omgekeerde blijkt immers waar: vrijhandel is hét middel bij uitstek om wereldwijd het inkomen op te krikken én dus sociale wantoestanden de wereld uit te helpen. Want – intussen is dat een onweerlegbaar feit – vrijhandel is naast technologische vooruitgang de motor van economische en sociale vooruitgang. Researchers uit verschillende hoeken kwamen de jongste maanden steeds weer tot deze conclusie. Ze vinden zelfs dat vrijhandel een nog belangrijker rol vervult dan voorheen werd gedacht.

Elhanan Helpman, Harvard-professor internationale economie, die een studie publiceerde omtrent deze problematiek, legt uit: “In moderne economieën is technologische innovatie een drijvende kracht achter een stijgend inkomen. Maar omdat investeringen in Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) bijna uitsluitend in een handvol grote industrielanden plaatsvinden, lijkt de inkomensachterstand van de minder ontwikkelde landen op te lopen. Toch is dat niet zo. Het is precies de internationale handel die de beschikbare technologie verspreidt. Invoer maakt het mogelijk de vruchten te plukken van investeringen in O&O in het buitenland. Hoe opener het land, hoe meer dat ook gebeurt.”

Sebastian Edwards, econoom aan de UCLA-universiteit Los Angeles, komt tot dezelfde conclusie: “Productietechnieken en organisatiemethodes kunnen in het normale zakendoen worden aangeleerd. Het kost een land geld, maar het is een efficiënte manier om zich de technologie eigen te maken. Imiteren is trouwens een pak goedkoper dan de technologie zelf te ontwikkelen. Landen die dit begrepen hebben, groeien het snelst.” Edwards onderzocht een dataset van 93 landen. Zijn besluit: landen die zich open opstellen, groeien sneller. Een wetmatigheid die niet beïnvloed wordt door politieke of macro-economische instabiliteit.

Ook Dan Ben-David en Michael Loewy, beide economen verbonden aan de universiteit van Tel Aviv, onderstrepen in hun studiewerk het belang van vrijhandel. Zelfs wanneer de handelspartners de grenzen dichthouden is het verstandig de eigen handelsbarrières eenzijdig op te heffen. Wie dat doet, kan rijkere landen inhalen én voorbijsteken. Een eenzijdige verlaging van tarieven is bovendien voldoende om het groeitempo in alle landen te verhogen – uiteraard hebben multilaterale verlagingen een groter effect. Meer internationale handel leidt dus tot meer groei en een gelijkschakeling van het nationale inkomen zonder dat dit ten koste gaat van de meer welvarende handelspartners.

Globalisatie is dus een opportuniteit en O&O in de industrielanden is uiteindelijk ook voor de ontwikkelingslanden een goeie zaak. En naarmate het inkomen stijgt, neemt ook de vraag naar sociale rechten toe. Ook daar is de literatuur het over eens. Ook het omgekeerde is waar, een degelijk sociaal beleid bevordert de groei. De uitbuiting van een grote groep mensen is op lange termijn nefast voor de ontwikkeling van een land. Een voordeel op de handelspartners bekomen door een beleid van lage lonen rendeert alleen op korte termijn. Op lange termijn heb je technologie nodig, die je vrij makkelijk verzamelt door de grenzen open te gooien.

Het ACW maakt een kanttekening. Rudy Delarue is verbonden met de studiedienst: “Vrijhandel, ja, maar het sociale kader komt er niet vanzelf. In verschillende vrijhandelsverdragen komt het bovendien nog te weinig aan bod. Je kan sommige ontwikkelende landen ook niet zomaar voor de leeuwen gooien. Je moet de weg van de geleidelijkheid volgen.” Helpman van de Harvard-universiteit merkt op dat minder ontwikkelde landen de neiging vertonen beschermende handelsbelemmeringen op te trekken. Dat is echter contraproductief, want zo blokkeren ze de aanvoer van broodnodige kennis. De inkomenskloof dichten zolang handelsbelemmeringen bestaan is een heel moeilijke opgave, besluiten Dan Ben-David en Michael Loewy. Hoe stelde People’s Global Action het ook weer?

KDA

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content