Greenspans voorganger Paul Volcker vatte de taak van een centrale bank zo samen: "We moeten de punchbowl (lage interestvoeten) wegnemen als het feestje (de conjunctuur) uit de hand dreigt te lopen." Maar omgekeerd, als het feestje niet op gang wil komen, organiseert de centrale bank een happy hour om de sfeer erin te krijgen.
...

Greenspans voorganger Paul Volcker vatte de taak van een centrale bank zo samen: "We moeten de punchbowl (lage interestvoeten) wegnemen als het feestje (de conjunctuur) uit de hand dreigt te lopen." Maar omgekeerd, als het feestje niet op gang wil komen, organiseert de centrale bank een happy hour om de sfeer erin te krijgen. De juiste hoeveelheid drank schenken, is geen eenvoudige opdracht. Er dreigt recessie als er te weinig drank is, en er dreigt recessie als er te veel drank is. Het instrumentarium van een centrale bank is uiteindelijk vrij bot en werkt met enige vertraging. Het uiteindelijke effect staat niet eens vast. Volgens wijlen Nobelprijswinnaar Rudi Dornbusch maakte de Fed altijd te vroeg een eind aan het feest: "Geen van de naoorlogs expansiefases is van ouderdom gestorven, ze zijn allemaal vermoord door de Fed." Misschien heeft Greenspan het kortste strafblad van de (Amerikaanse) centrale bankiers. Hij heeft maar één vrij diepe en één milde recessie op zijn geweten. Hij wist de Amerikaanse economie dus goed te navigeren tussen het recessiegevaar door. "Greenspan is de grootste finetuner in de geschiedenis. Hij toonde opnieuw aan dat het mogelijk is om de economie bij de hand te nemen," schrijft Alan Blinder. De Fed wilde onder Greenspan op de eerste plaats de groei maximaliseren, op voorwaarde dat de inflatie niet de kop opstak. De ECB wil eerst prijsstabiliteit garanderen en pas dan de groei een zetje geven. "Greenspan was een inflatieduif, al hadden de markten en de media tien jaar nodig om dat door te hebben," zegt Blinder. "De eerste acht jaar onder Greenspan zat de inflatie boven de doelstelling van de Fed." Opmerkelijk is ook dat Greenspan vooral rekening houdt met de kerninflatie - dus zonder volatiele elementen als de olieprijs - terwijl de ECB vooral naar de totale inflatie kijkt. Volgens Greenspan is de kerninflatie een betere voorspeller van de toekomstige inflatie dan de huidige inflatie. Slechts één keer lijkt Greenspan in de fout gegaan te zijn. In 1990-1991 reageerde hij te laat toen de economie al stoom verloor en nog eens fel stijgende olieprijzen te verteren kreeg. De economie dook in een vrij diepe recessie. Wat toen misschien meegespeeld heeft, is dat de regering-Bush de Fed onder druk zette om de rente te verlagen, wat een contraproductieve strategie gebleken is. Om hun onafhankelijkheid te onderstrepen, doen centrale bankiers net niet, of soms het omgekeerde wat politici vragen - laat het een les zijn voor Europese politici die de ECB onder druk zetten om de rente te verlagen. De foute inschatting van Greenspan en de recessie in 1990-1991 kostte in elk geval vader Bush zijn job. Bill Clinton versloeg hem in 1992 met de slogan It's the economy, stupid. Greenspan heeft zoon Bush minder in de weg gelegd en trok sinds 2000 alle registers open op de economie op toerental te houden.