Parijs maakt zijn reputatie als kunststad weer waar met een rist blockbusterexpo's. Gisteren opende in het Grand Palais een grote tentoonstelling over het achttiende-eeuwse Venetië. In die periode floreerden in de Italiaanse stad alle kunstvormen: van schilderkunst tot beeldhouwkunst, opera, muziek en decoratieve kunsten met klinkende namen als Canaletto, Tiepolo en Vivaldi. Ze werd ook een vaste halte op de grand tour, de culturele rondreis door Italië of Europa die in zwang was bij de elitaire jongeren in die tijd.

De Fondation Vuitton doet het Grand Palais concurrentie aan met soloshows van Egon Schiele en Jean-Michel Basquiat, twee zwaargewichten in de kunstgeschiedenis en op de kunstmarkt, die beiden op hun 28ste stierven. Van de Weense expressionist toont het privémuseum 120 schilderijen, tekeningen en gouaches. Ook van Basquiat zijn meer dan honderd werken te zien. Ze bestrijken zijn volledige carrière, van 1980 tot 1988, en zijn gegroepeerd in thema's, waaronder het straatleven en heroïsche figuren.

Eblouissante Venise, tot 21 januari in het Grand Palais in Parijs

Egon Schiele en Jean-Michel Basquiat, van 3 oktober tot 14 januari in Fondation Vuitton in Parijs