Elk cijfer op de beurspagina's vertelt zijn eigen verhaal. Achter sommige getallen schuilt een financiële thriller. Volkskrant-journalist Peter de Waard legt uit wat de tabellen verbergen. Hij schreef evenwel niet het zoveelste gortdroge verklarend beursboek. In De wereld van het grote geld verpakt hij de informatie in vlotte verhalen.
...

Elk cijfer op de beurspagina's vertelt zijn eigen verhaal. Achter sommige getallen schuilt een financiële thriller. Volkskrant-journalist Peter de Waard legt uit wat de tabellen verbergen. Hij schreef evenwel niet het zoveelste gortdroge verklarend beursboek. In De wereld van het grote geld verpakt hij de informatie in vlotte verhalen. Zelfs symbolen passeren de revue. Neem nu de beer ( bear), die voor dalende koersen staat, terwijl de stier ( bull) een stijgende trend aangeeft. Optimisten zijn bullish over de markt, pessimisten bearish. "De symboliek van stieren en beren is afkomstig uit de Verenigde Staten. Het verhaal gaat dat de beer het symbool is voor een dalende markt, omdat het beest vijanden aanvalt door met de klauwen naar beneden te slaan. De stier neemt zijn tegenstanders op de hoorns en werpt ze omhoog." CNN-CRASH.De Waard maakt er zich niet vanaf met deze bekende verklaring. Hij ontdekte dat de symbolen stammen uit het Wilde Westen: "Handelaren van berenhuiden verkochten in de vorige eeuw vaak op voorhand de huiden van beren die nog gevangen moesten worden. Deze verkooptechniek, short selling genoemd, leverde een meevaller op als de prijs van een berenhuid na de vangst van het roofdier was gedaald." Op de beurs werd de tegenpartij van de beren stieren genoemd. De beursvloer werd immers gezien als een arena. In die tijd waren stierengevechten ook in de VS populair. "In Europa spreekt men liever deftig van haussiers (stieren) en baissiers (beren). Haussiers heten in gewoon Nederlands vast gestemd en baissiers flauw gestemd." De Waard vergeet ook de actualiteit niet. Zelfs de CNN-crash van deze nazomer behandelt hij nog. Tv-nieuwszender CNN geeft het beursnieuws tussen de andere berichten. Op 31 augustus viel er zoveel beursgevoelige rampspoed te melden (escalatie van de financiële crisis in Rusland, het grootste naoorlogse faillissement in Japan, Latijns-Amerikaanse munten onder druk, overstromingen in China en de Amerikaane president Clinton verwikkeld in een seksaffaire), dat het leek of het nieuws de koers van de beurs torpedeerde. Na de CNN-oorlog (de Golfoorlog van 1991 in Irak, waarover CNN spectaculair verslag uitbracht), is er sindsdien ook een CNN-crash. Ondanks de turbulentie op de beurs, geloven bullish-analisten in het Goudlokje-scenario. Deze new age-economen zien de economie nog een lange periode met 2,5% per jaar groeien (met lage inflatie door de toenemende mondiale concurrentie, lage rente door de dalende overheidstekorten en een sterke euro). Kortom, de economie is niet te koud en niet te warm, zoals in het sprookje van Goudlokje. Zij stapt het hol van de beren binnen, probeert enkele bedden en maaltijden, en alles komt steevast in orde. Toch wijzen pessimisten erop dat de beren terugkeren. DOW JONES.De Dow Jones, de index die een indicatie geeft van de koersevolutie van de Amerikaanse aandelen die genoteerd staan op de New York Stock Exchange, ontleent zijn naam aan de journalisten Charles Dow en Edward Jones, tevens de uitgevers van de nieuwsbrief Customers' Afternoon Letter. In 1884 plaatste Dow als lokkertje een graadmeter van de beurs op Wall Street in de nieuwsbrief. Het was een index van spoorwegaandelen. Veel andere ondernemingen stonden toen nog niet op de beurs. Dat veranderde echter vrij snel. Op 26 mei 1896 voegde Dow er dan ook een aparte index voor schoorsteenfondsen aan toe met de koers van grote basisindustrieconcerns als American Sugar, US Rubber en Tennessee Coal & Iron. Dow en Jones zochten een ruimer medium voor hun indexen. Daarom richtten ze drie jaar later hun eigen krant op, The Wall Street Journal. De Big Mac-index is veel jonger. In 1986 introduceerde het zakenblad The Economist een graadmeter om de juiste koers van een valuta uit te drukken. De index is gebaseerd op het concept van de koopkrachtpariteit. Als uitgangspunt fungeert de Big Mac, het hamburgerbroodje van snelhapketen McDonald's, dat in 110 landen van de wereld volgens exact hetzelfde recept bereid wordt. Op 6 april 1998 kostte het broodje 1,20 dollar in China (het goedkoopste), 2,87 dollar in België en 3,87 dollar in Zwitserland (het duurste). In de Big Mac-index wordt de koopkrachtpariteit berekend door de lokale prijs te delen door de Amerikaanse. Voor België kwam dat neer op 42,58 frank. Dat was de koopkracht van de dollar. De wisselkoers gaf echter 38 aan. De frank was dus toen 12% overgewaardeerd ten opzichte van de dollar. De Nederlandse gulden bleek die dag slechts 3% overgewaardeerd. Helemaal perfect is deze graadmeter niet, omdat ook belastingen, concurrentie en huurprijzen een rol spelen. Diverse studies wijzen echter uit dat de Big Mac op lange termijn een nuttige leidraad is. Smakelijk.Peter de Waard, De wereld van het grote geld. Nieuwezijds, 303 blz., 790 fr. ISBN 90 5712 046 1.LUC DE DECKER