De auteur is financieel correspondent van The Economist.
...

De auteur is financieel correspondent van The Economist.Het uiterst nauwkeurige toezicht waaraan de financiële sector onderworpen wordt, zal in 2004 een hiaat vertonen. De regelgevers zullen inzien dat ze, door steeds ingewikkelder of draconischer regels uit te vaardigen, er de financiële ondernemingen niet van kunnen weerhouden om catastrofale risico's te nemen of gebruik te maken van vertrouwelijke informatie om klanten te bedriegen. Die twee gevaren zijn inherent aan de financiële handel en wandel en kunnen niet zomaar weggetoverd worden. Met een beetje geluk maken we in 2004 mee dat de regelgevers het over een andere boeg gooien en de ingewikkelde regels over het kapitaal van de banken, bekend als Basel 2, beginnen te vereenvoudigen. Men moet gaan inzien dat steeds dieper graven in de wijze waarop financiële bedrijven handelen nooit helder water zal opleveren, gewoon omdat dat niet te vinden is. De ware uitdaging voor de banken is de gedragsverandering die hen opgedrongen wordt. Technische vooruitgang bundelt steeds meer bankactiviteiten in wisselkantoren en elektronische verrekenkantoren. De banken hebben steeds minder met elkaar te maken als correspondent of agentuurbank en behandelen hun collega-banken als eender welke klant. Op de interbankenmarkt voor leningen, ooit een clubje waar instellingen elkaars integriteit blindelings aannamen, vragen de banken nu waarborgen en andere borgtochten. Het krediet wordt - onder druk van de regelgevers en de ratingbureaus - opnieuw geprijsd en dat heeft verregaande gevolgen voor ondernemingen die ontlenen en misschien zelfs voor de economie in haar geheel. Over het algemeen wordt lenen duurder voor iedereen, behalve de meest kredietwaardige entiteiten. Het was eind 2003 nog knokken om een EU-versie van Basel 2 in een finale vorm te gieten. Als die einddatum gemist werd, zou het hele project immers verwikkeld raken in de Europese parlementsverkiezingen in juni 2004 en was de kans zelfs groot dat het helemaal de dieperik zou ingaan. De Amerikaanse regelgevers weigerden zich echter door dat strikte Europese schema te laten opjutten, waardoor de kans steeg dat Basel 2 toch nog zou ontsporen. Dat zou frustrerend zijn voor degenen die er zo lang aan gewerkt hebben, maar misschien is dat nog de beste uitweg. Banken, regelgevers en investeerders hebben in de voorbije jaren door hun werk aan Basel 2 enorm veel geleerd over de financiële risico's die hun beroep meebrengt. Vijf jaar geleden bestond er nog grote bezorgdheid over de kwetsbaarheid van het financiële systeem voor schokgolven, maar nu lijkt het systeem stevig te staan. De dreiging dat er nieuwe, ingewikkelde kapitaalregels voor de banken zouden komen, heeft die laatste er intussen toe gebracht om voorzichtiger te zijn. De meeste financiële instellingen, die in 2002 nog gebukt gingen onder slechte leningen en afbrokkelende aandelenkoersen, konden zich in 2003 enigszins herpakken. Het grootste deel van het besparings- en snoeiwerk was toen al gebeurd. Het ziet ernaar uit dat er in 2004 een verder herstel zal volgen en er nog meer consolidatie onder banken, verzekeringsmaatschappijen, wissel- en verrekenkantoren zal plaatsvinden om tot nog meer schaalvoordelen te komen. Consolidatie brengt evenwel zo haar eigen kopzorgen mee. Het handjevol wereldwijd actieve banken stelt vast dat ze veruit het meest blootgesteld zijn aan elkaar. Omdat er zoveel transacties plaatsvinden tussen zo weinig banken, bestaat het gevaar dat ze te veel greep krijgen op prijszetting en liquiditeit. De kosten om gesofisticeerde informatiesystemen aan te kopen en te runnen, leidt ertoe dat de financiële diensten naar steeds grotere schaalvoordelen evolueren. Het resultaat is de ontwikkeling van een aantal zeer sterke financiële instellingen, maar de sector zal wellicht op minder doeltreffende wijze kapitaal in de economie pompen. De zwaar gereglementeerde financiële instellingen moeten ofwel uit dat keurslijf breken of toezien hoe hun zaken verschuiven naar lichter gereglementeerde concurrenten, zoals hedgefondsen, leasingmaatschappijen en privé-aandelenpartnerships. David Shirreff