De groeilanden verliezen niet langer kapitaal. Dat blijkt uit cijfers van het International Institute of Finance (IFF), een internationale belangenvereniging van de financiële sector. Sterker nog: in oktober zagen de opkomende landen voor het eerst weer geld toestromen.

De belabberde zomer voor de groeilanden had hoofdzakelijk te maken met China. De spectaculaire crash van de lokale beurzen, gevolgd door de verrassende devaluatie van de Chinese munt begin augustus, deed beleggers massaal de groeilanden de rug toekeren. "De markt zag de devaluatie van de yuan als een paniekreactie van de Chinese overheid om met een goedkopere munt de export en de groei aan te wakkeren. Dat heeft een kettingreactie veroorzaakt", blikt Kristof Wauters, obligatiespecialist bij BNP Paribas Fortis, terug.

De twijfels over de Chinese economie deden ook de grondstoffenmarkten kelderen. Beleggers stapten daarop massaal uit de munten van landen die sterk afhankelijk zijn van de uitvoer van hun bodemrijkdommen. De Braziliaanse real bijvoorbeeld noteert 16 procent lager dan aan het begin van deze zomer, de Russische roebel en de Zuid-Afrikaanse rand verloren 10 procent. "De hogere rente op obligaties in groeimunten volstond niet meer om de volatiliteit van de munten te compenseren", verklaart Wauters de kapitaalvlucht.

De jongste weken begint zich een voorzichtige kentering af te tekenen, vooral omdat beleggers ervan overtuigd raakten dat de Chinese economie geen harde landing wacht. "De hele heisa rond China was sterk overdreven", zegt Luc Aben, de hoofdstrateeg van Van Lanschot Bankiers. "De vertraging van de groei is gewoon een onderdeel van het streven naar een duurzamer economisch model. De jongste indicatoren tonen trouwens aan dat de vertraging uitbodemt."

Het voorzichtige herstel van het vertrouwen in de groeilanden laat zich duidelijk voelen op de valutamarkt. Sinds begin oktober zijn de real en de roebel bijvoorbeeld met 9 en 7 procent hersteld, de Colombiaanse peso zelfs met 12 procent.

Fragile Five

Dat beleggers de groeilanden opnieuw in hun portefeuille op durven te nemen, bleek ook na de Turkse verkiezingen van begin deze maand. De lira steeg de dag na de stembusslag 3 procent. De rente op tienjaarspapier daalde bijna 50 basispunten naar 9,2 procent. Een daling van de rente betekent omgekeerd een stijging van obligatiekoersen.

Maar meteen klonken ook waarschuwingen. Niet alleen blijft onduidelijk welk economisch pad Turkije onder de alleenheerschappij van de AK-partij en president Recep Tayyip Erdogan zal bewandelen, het land maakt ook nog altijd deel uit van de zogenoemde Fragile Five. De Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley bedacht die naam in 2013 voor het clubje landen met naast Turkije ook Brazilië, India, Zuid-Afrika en Indonesië dat zeer afhankelijk is van buitenlands kapitaal. Als de Amerikaanse centrale bank zoals aangekondigd haar rente optrekt, maakt die afhankelijkheid landen bijzonder kwetsbaar voor de kapitaalstromen die door de hogere rente in de Verenigde Staten ontstaan.

Olifant in de kamer

De olifant in de kamer van de groeilanden is het rentebeleid van de Federal Reserve. Toen de Fed in 2013 voor het eerst sinds de crisis over een renteverhoging sprak, snelden beleggers al eens verschrikt naar de uitgang. De verklaring is simpel: een hogere Amerikaanse rente betekent een sterkere dollar, wat slecht nieuws is voor landen en bedrijven met veel schulden in Amerikaanse munt.

De grote vraag is of de paniekreactie van 2013 zich zal herhalen. Francesc Balcells, fondsbeheerder bij de Amerikaanse obligatiespecialist Pimco, denkt van wel. "In 2013 waren de munten van groeilanden veel te duur en de rentes veel te laag. Ondertussen vond een herwaardering plaats. De rente op een obligatie in lokale munt bedraagt gemiddeld 7 procent. Je wordt dus correct betaald om geduld te oefenen tot er meer duidelijkheid is over het rentebeleid in de Verenigde Staten, de Chinese economie en de grondstoffenmarkten."

Beperkte omvang

Tom Lahous, strateeg bij KBC Asset Management, mijdt groeilanden met een sterke link met China voorlopig nog. Hij tipt op obligaties in Poolse zloty. "De economische fundamenten zitten goed, het land boekt een stabiele groei en het profiteert van het herstel in de eurozone." Het gevaar is wel dat de Poolse centrale bank de Europese Centrale Bank moet volgen als die haar beleid nog versoepelt. "Dat zou wegen op de zloty." Ook Mexico kan Lahous bekoren. "Het land profiteert van de groei in de Verenigde Staten, maar het is wel gevoelig voor de olieprijs."

Balcells gelooft onder meer in de Indiase roepie. Volgens de fondsbeheerder is er veel veranderd sinds het subcontinent twee jaar geleden een weinig benijdenswaardig plaatsje in het clubje 'fragiele' landen kreeg. "De betalingsbalans is duidelijk verbeterd, waardoor het land minder afhankelijk is van buitenlandse investeerders", stipt hij aan. Bovendien heeft het land vooral een interne dynamiek. "India is niet of nauwelijks gebonden aan China, en het profiteert als invoerder van de goedkope grondstoffen. Er is een hoge groei, en die zal nog aantrekken."

Daarnaast spreekt Brazilië hem aan. "Brazilië is een moeilijk verhaal. Het land heeft politieke problemen en een ontspoorde begroting. Maar die problemen zijn in principe wel beheersbaar, in tegenstelling tot de uit zijn lood geslagen betalingsbalans, de bron van de meeste crisissen in de groeilanden."

Ook Wauters zet de deur voorzichtig open voor papier in Braziliaanse real. "De munt is zo zwaar gedaald dat je je uiteraard begint af te vragen of er zich geen kans aandient." De obligatiespecialist ziet een strategische positie weggelegd voor een hoogrentende munt als de real, maar dan wel op lange termijn en voor een beperkte omvang van een portefeuille. "De opkomende markten maken typisch een uitgesproken golfbeweging. Zodra beleggers hun huidige zorgen zijn vergeten, zal de interesse in de regio snel terug opveren. Het groeiverhaal blijft overeind."

Jasper Vekeman

"India is niet of nauwelijks gebonden aan China, en het profiteert als invoerder van de goedkope grondstoffen"