Het aandeel van de internationale goudgroep Gold Fields (GFI) schoot na de publicatie van de cijfers over het derde kwartaal meer dan 20 % hoger. Het was de sterkste klim op dagbasis sinds 1999. De reden was de beter dan verwachte prestatie van South Deep, na de splitsing de enige overgebleven Zuid-Afrikaanse mijn van de groep. South Deep was er, samen uiteraard met de lagere goudprijs, de vorige kwartalen nog de oorzaak van dat het aandeel op elk kwartaalrapport negatief reageerde. Na een beloftevolle start was South Deep gedegradeerd tot zorgenkind van de groep. Een troef waar niemand omheen kan, zijn de omvangrijke reserves van South Deep, die op 3...

Het aandeel van de internationale goudgroep Gold Fields (GFI) schoot na de publicatie van de cijfers over het derde kwartaal meer dan 20 % hoger. Het was de sterkste klim op dagbasis sinds 1999. De reden was de beter dan verwachte prestatie van South Deep, na de splitsing de enige overgebleven Zuid-Afrikaanse mijn van de groep. South Deep was er, samen uiteraard met de lagere goudprijs, de vorige kwartalen nog de oorzaak van dat het aandeel op elk kwartaalrapport negatief reageerde. Na een beloftevolle start was South Deep gedegradeerd tot zorgenkind van de groep. Een troef waar niemand omheen kan, zijn de omvangrijke reserves van South Deep, die op 38 miljoen ounce worden geschat. Een van de pijnpunten die prioritair werd aangepast, is de productiemethode waarmee GFI weinig ervaring had. Dit lijkt al meteen vruchten af te werpen, want het derde kwartaal was een onverwachte meevaller voor South Deep. Er werd bijna 30 % meer ertsen gedolven en de opbrengsten stegen met 13 %. Daardoor klom de output van de mijn met 42 %, tot 55.000 ounce. Belangrijker nog was dat ook de productiekosten flink zakten. Die daalden naar 1404 USD tegenover nog 1985 USD in het tweede kwartaal. GFI maakte zich eerder dit jaar sterk dat South Deep tegen het einde van 2016 break-even (winst, noch verlies) zou zijn. In het huidige tempo zal dit wellicht iets sneller gaan. De productiekosten daalden trouwens ook op groepsniveau met 8 %, tot 948 USD per ounce op AISC-basis. Dit zijn de kosten om de productie op het huidige peil te handhaven. De totale productiekosten of AIC, die onder meer ook exploratiekosten en kosten voor vergunningen meerekent, daalden naar 961 USD. Op groepsniveau steeg de output met 4 % op kwartaalbasis, tot bijna 557.000 ounce. GFI stelt voor het volledige boekjaar een productiecijfer in de buurt van 2,2 miljoen ounce voorop. Daarnaast profiteren de mijnbedrijven ook van een lagere olieprijs. In het geval van GFI spelen ook de goedkopere grondstoffenmunten in de kaart. De Zuid-Afrikaanse rand (ZAR) en de Australische dollar (AUD) verzwakten in het voorbije kwartaal met respectievelijk 7 % en 6 % tegenover de USD, de munt waarin de inkomsten worden geboekt. Dat voordeel is er niet in Ghana, waar de lokale munt gekoppeld is aan de USD en de lagere goudprijs in USD dus volledig wordt doorgerekend. Om die reden bekijkt GFI de opties voor de Damang-mijn. Mogelijk wordt de productie tijdelijk gestopt. Begin 2016 wordt hierover een beslissing genomen. GFI is operationeel dus winstgevend en kon ook een nettowinst van 18 miljoen USD voorleggen, tegenover 12 miljoen USD in het tweede kwartaal. De vrije kasstroom steeg naar 75 miljoen USD, tegenover 30 miljoen USD in het tweede kwartaal. Daardoor kon de nettoschuld met 50 miljoen USD worden gereduceerd, tot 1,43 miljard USD of iets meer dan 1,4 keer de bedrijfskasstroom (ebitda). Het blijft de bedoeling om die af te bouwen naar 1 keer de ebitda. Pas dan kan opnieuw aan een hoger dividend worden gedacht. Dank zij de lage kostenstructuur is Gold Fields een van de weinige gouddelvers die een nettowinst kan voorleggen en positieve vrije kasstromen genereert, waardoor de schulden kunnen worden afgebouwd. Tegen 0,6 keer de boekwaarde blijft het aandeel erg goedkoop. Advies: koopwaardig Risico: hoog Rating: 1C