Een F-Type testen is zien hoeveel hoofden zich omkeren als je voorbij rijdt. De tweede generatie oogt nog eens verfijnder dan de eerste, met nog altijd die heel elegante lijn. De krachtigste versie met de V8 met 575 ...

Een F-Type testen is zien hoeveel hoofden zich omkeren als je voorbij rijdt. De tweede generatie oogt nog eens verfijnder dan de eerste, met nog altijd die heel elegante lijn. De krachtigste versie met de V8 met 575 paarden is duur, zeker in de dakloze versie (van elke versie is er een cabrio): 134.140 euro. Maar de P300 met zijn viercilinder is al verkrijgbaar voor 65.100 euro (72.220 euro voor de cabrio). Dat is een best schappelijke prijs om met een exclusieve sportwagen te rijden. De goedkoopste Porsche 911, die altijd in één adem wordt genoemd met auto's zoals de F-Type, kost net geen 108.000 euro. In vergelijking met de eerste generatie is de nieuwe F-Type niet ingrijpend veranderd. Het neemt niet weg dat er aspecten zijn waar de ingenieurs van het huis zich serieus over hebben gebogen. Zo merkten we al snel dat de F-Type veel beter is afgeveerd. De eerste generatie van 2012 voelde stug aan zodra hij door een put of over een bult reed. Het comfort bij een rustige rijstijl gaat dan ook een stap vooruit. Perfect om met zijn tweetjes op weekend te gaan, in stijl.