Belgische eenzaamheid
...

Belgische eenzaamheidDe media van de buurlanden keken gretig toe, toen België de jonge slachtoffers van het Onnoembare Kwaad begroef. Ten noorden en ten zuiden van de taalgrens hoorden ze dezelfde roep om gerechtigheid, niet om wraak. Ze zagen mensen, jong en oud, tot in het merg geraakt door een snerpende pijn. Ze zagen hoe bloemen werden aangedragen en ballonnen opgelaten, zonder dat ergens een organiserende kern zichtbaar was. Ze zagen dat de burgers van dit land, Walen en Vlamingen, een waardigheid kunnen opbrengen die geen politieke prominenten behoeft. De media, die soms over dit land berichten alsof hier een burgeroorlog woedt, konden vaststellen hoe de eucharistische vredeskus geen taalgrens kent.Dit alles is ook een illustratie van wat ik al jaren lees in de studies van pater Jan Kerkhofs S.J., wanneer hij de West-Europese burgers met elkander vergelijkt aan de hand van de waardenschalen die ze hanteren in hun sociologisch doen en laten : in hun behuizing, hun landschaps- en milieucultuur, hun eetgewoonten en alle andere uitingen van hun "zijn". In hun manier van doen, ook in hun civisme, in hun mening over de overheid, in hun politiek gedrag, lijken Walen en Vlamingen meer op elkaar dan dat er overeenkomsten zijn met de Franse zuider- of de Nederlandse noorderburen. VERSCHILLEN.Vlamingen en Nederlanders ? Ludo Simons, hoofdbibliothecaris van Ufsia, schreef een boekje dat de kloof tussen Essen en Roosendaal beschrijft. Eén taal, ja maar nog steeds twee culturen. Ook al is het voor Vlaanderen nu veel beter zakendoen met de regering van Wim Kok dan met die van Ruud Lubbers ; ook al kijkt Noord-Nederland geleidelijk minder neerbuigend naar Zuid-Nederland en met groeiende belangstelling naar Vlaanderen ; toch blijven de verschillen nog heel groot, en toch speelt te midden van de groeiende toenadering van de jongste 25 jaar vrijwel niemand met de idee van een Nederlands-Vlaamse statenbond. Walen en Fransen ? Vlak voor de parlementaire vakantie riep PS-fractievoorzitter Claude Eerdekens uit dat de grens tussen Vlaanderen en Frankrijk wel eens vlakbij Brussel zou kunnen komen te liggen. Hij had beter vooraf even gepraat met Guy Spitaels. Toen deze Waals minister-president was, stond hij erop in het Elysée met presidentiële eer ontvangen te worden. Tijdens dat onderhoud kreeg Spitaels van François Mitterrand de duidelijke boodschap mee : "L'Europe a besoin d'une Belgique forte et unie." Dezelfde zin kwam later bijna woord voor woord terug toen Robert Collignon, de opvolger van Spitaels, bij dezelfde Franse president op bezoek was. Het rattachisme van wijlen Lucien Outers valt bij de Walen zeker niet breder uit dan de afmetingen van het Vlaams Blok binnen de Vlaamse Beweging. REALISME.De al decennia durende Vlaams-Waalse confrontatie over de onderlinge machtsverhoudingen vindt wel aandachtige toeschouwers bij onze noorder- en zuiderburen, maar totnogtoe denken zij er niet aan te fungeren als "opkopers" van wat overblijft na het faillissement. Dat noem ik "de eenzaamheid van de Belgen" : ze moeten zelf hun oplossingen vinden, zonder dat er opnieuw een generaal Belliard uit het zuiden of een prins van Oranje uit het noorden komt. Deze vaststelling moet niet aangevoeld worden als een tranerige aftandse belgitude. Ook in een staatkundige evolutie houdt realisme ons op het rechte pad. België is wat het is, namelijk het tegenovergestelde van wat op zijn wapenschild prijkt : tweedracht baart onmacht. In die tweedracht zit echter ook een onmiskenbare dynamiek. In het Nationaal Congres (1830-'31) zei Charles Rogier : "La Belgique sera latine ou ne sera pas." Welnu, er kwam een ontwikkeling op gang die niemand nog tot staan kan brengen. Ondanks duizend jaar gemeenschappelijke geschiedenis met de Walen, is Vlaanderen steeds meer Vlaams en steeds minder Latijns geworden. Het België van Rogier is daardoor aan verwaseming toe ; mede omdat welvaart, macht en groei zich de jongste halve eeuw in België van het zuiden naar het noorden hebben verplaatst. GESPREK.Als Luc Van den Brande, gedragen door een Vlaamse legitimiteit en een Vlaamse meerderheid, aanstuurt op een nieuw constitutioneel gesprek in 1999, zal uiteindelijk niemand hem dat kunnen weigeren. Degenen die nu nog zeggen dat daarvan geen sprake kan zijn, zullen zien dat tegen dat wassende water geen dijken bestand zijn. Omdat er geen vluchtroutes naar de buren lopen, zullen Walen en Vlamingen in hun "Belgische eenzaamheid" wel verplicht zijn met elkaar te overleggen. Daarom is voor mij de vraag niet of dat gesprek er al dan niet komt, maar wel hoe het er komt en hoe het door de deelnemers wordt voorbereid. Ik pleit daarbij voor een historisch perspectief. Naarmate de taalgrens meer staatsgrens wordt, zullen de binnen-Belgische verschillen langs die lijn toenemen. Dat hoeft niet noodzakelijk ervaren te worden als een kwaad of als een reden tot angst. Het kan even goed en zelfs beter langs wegen van geleidelijkheid om Vondel te citeren : "met de langzaamheid die grote dingen past". Het ruw en nutteloos verscheuren van eeuwenlang vervlochten weefsels heeft geen zin. In een tijd dat zelfs de Duits-Franse verzoening een feit werd, moet elk gescheurd West-Europees weefsel later toch weer aaneengenaaid worden onder een Europese verdragskoepel. Ook degenen die voor onafhankelijkheid pleiten, moeten weten dat geen van de West-Europese landen nog echt onafhankelijk is : ze hebben politieke, militaire en economische bevoegdheden afgestaan aan supranationale niveaus en zullen dat in de toekomst steeds meer gaan doen.Ten zuiden van de Vlaamse staatsgrens zullen buren wonen met wie men zal moeten samenwerken. Wat waar is binnen de groeiende Europese federatie, is even waar binnen de Belgische confederatie. Een goede buur blijft ook nu veel belangrijker dan een verre vriend. Bovendien is het voor elke democraat belangrijk dat het gesprek verloopt zoals het hoort : met woord en wederwoord, hoffelijk en stijlvol, zonder kwetsuren wanneer die te vermijden zijn. Dat sluit standvastigheid niet uit.JAN HENDRICKX Jan Hendrickx was ambassadeur en kabinetschef bij Buitenlandse Zaken.