De helft van de bevolking heeft tijdens de donkere wintermaanden meer last van lusteloosheid, sombere buien en vermoeidheid dan in het voorjaar of de zomer. Deze zogenaamde 'winterblues' wordt toegeschreven aan een gebrek aan licht.
...

De helft van de bevolking heeft tijdens de donkere wintermaanden meer last van lusteloosheid, sombere buien en vermoeidheid dan in het voorjaar of de zomer. Deze zogenaamde 'winterblues' wordt toegeschreven aan een gebrek aan licht. Het grauwe, donkere weer heeft niet alleen een invloed op ons humeur, ook de werkprestaties lijden eronder. Licht, in de eerste plaats daglicht, bepaalt het menselijk functioneren in sterke mate. Licht beïnvloedt het dag-nachtritme, onze biologische klok en daarmee allerlei processen in ons lichaam, waaronder de aanmaak van hormonen, de lichaamstemperatuur, de hartslag, ons hongergevoel, onze stem-ming en het slaap-waakritme. De biologische klok, die vereenzelvigd wordt met bepaalde hersenstructuren, wordt geactiveerd door het licht dat via de ogen binnenvalt. Lichamelijke processen volgen een 24-uurritme, dat samenvalt met de afwisseling licht-donker. Te weinig licht of licht op de verkeerde momenten ontregelt ons biologisch ritme. Uit onderzoek blijkt dat mensen die in ploegendienst werken meer gezondheidsklachten ontwikkelen dan andere. Daarom wordt in Europa bij ploegendiensten ten hoogste vier tot vijf dagen achtereen in ochtend-, dag- of avonddienst gewerkt en zijn nachtdiensten veelal beperkt tot snelle wisseldiensten. Er zijn namelijk minstens twee tot drie etmalen nodig om het biologische ritme in voldoende mate te verschuiven. Daglicht is belangrijk voor de gezondheid. Naar buiten kunnen kijken, de seizoenen kunnen herkennen, weten op welk tijdstip van de dag we ons bevinden, het weer kunnen inschatten, dat alles is essentieel voor een evenwichtig functioneren. Daglicht neemt daarin een bijzondere plaats in: het is een 'levende' vorm van licht dat niet alleen een breed kleurenspectrum bevat, maar ook veel soorten straling. Het varieert in de loop van de dag onder invloed van de stand van de zon en de weersomstandigheden. Bovendien lijkt daglicht een positieve gevoelswaarde te hebben. In de praktijk is het zelden mogelijk om voldoende daglicht te voorzien op de werkplek. Heel vaak moet het aangevuld worden met kunstlicht, want de werkruimte moet voldoende verlicht zijn. Kunstlicht heeft allerlei nadelen: het is monotoon en vaak niet gelijkmatig. Soms zit er een nauwelijks merkbare flikkering in die vermoeiend is voor de ogen. Men slaagt er wel in om steeds beter kunstlicht te maken, maar het blijft een surrogaat voor daglicht. Een goede verlichting is van groot belang om verschillende werkzaamheden efficiënt, accuraat en veilig te kunnen uitvoeren zonder dat daarbij onnodige vermoeidheid of discomfort optreedt. Bij het creëren van een goede verlichting moet gedacht worden aan zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het kunstlicht. Aan de kwantiteit wordt voldaan wanneer voldoende lampen zijn ingezet om het juiste verlichtingsniveau te behalen, terwijl de kwaliteit wordt bepaald door de wijze waarop het licht de ruimte binnenkomt, de kleurkarakteristieken van de lichtbron en de oppervlakte van de lichtbron. De mate waarin licht prestaties en welzijn beïnvloedt, is afhankelijk van de lichtsterkte, de tijdsduur van de verlichting, waarschijnlijk ook het spectrum van het aangeboden licht en de aard van het werk. Een kantoor waar iedereen achter een pc zit, vraagt een ander soort verlichting dan de bestuurscabine van een metro. Dat daarover goed is nagedacht, bewijzen de normen voor een goede verlichting op de werkplek, opgesteld door de Commission Internationale de l'Eclairage (CIE, www.cie.co.at). Verlichting afgestemd op deze internationaal aanvaarde standaard biedt de beste garanties op een comfortabele werkplek. www.solg.nl (stichting onderzoek licht en gezondheid)Marleen Finoulst