De voorbije parlements-verkiezingen benadrukten het lappendekenaspekt van de Russische politieke kaart. Toch blijft Richard Layard gematigd optimistisch over de toekomst van Rusland. Trends kreeg van deze Britse topekonoom, die nu al vier jaar de Russische regering advizeert, inzage van zijn te verschijnen boek. Meer markt, minder demokratie, zo stelt Layard in het vooruitzicht.
...

De voorbije parlements-verkiezingen benadrukten het lappendekenaspekt van de Russische politieke kaart. Toch blijft Richard Layard gematigd optimistisch over de toekomst van Rusland. Trends kreeg van deze Britse topekonoom, die nu al vier jaar de Russische regering advizeert, inzage van zijn te verschijnen boek. Meer markt, minder demokratie, zo stelt Layard in het vooruitzicht.Londen."Telkens ik een tijdje terug ben, word ik wellicht onder invloed van de westerse berichtgeving terzake pessimistisch over de toekomst van Rusland. Eens weer ter plekke merk ik echter dat voortdurend vooruitgang wordt geboekt. Al blijven de problemen natuurlijk enorm groot," zegt Richard Layard, direkteur van het Centre for Economic Performance van de London School of Economics (LSE) en een ekonoom met een indrukwekkend palmares (zie kader : Bezige Bij). Richard Layard weet waarover hij praat, wanneer hij het over Rusland heeft. Sedert november 1991 fungeert hij immers als één der westerse advizeurs van de Russische regering (zie kader : Slecht nieuws). Deze ervaring in de frontlinie van de gigantische omschakelingsproblematiek van het kommunistisch systeem naar een vrije-marktekonomie schreef Layard nu neer samen met John Parker, de Moskou-korrespondent van The Economist sinds 1989. Als werktitel ligt ter tafel : "Russia Reborn ? The Vital Question of Our Time".Trends kreeg alvast het manuskript mee en besprak de inhoud ervan met Richard Layard. TSAAR YEGOR.Over de redenen waarom het sovjetimperium van de kaart werd geveegd, is Layard kort : "Het strakke planningssysteem kreunde onder de inefficiëntie en de biezonder zware kosten van de bewapeningswedloop. Daar bovenop kwam Gorbatsjov met zijn perestroika (ekonomische herstrukturering) en glasnost (politieke openheid). Het eerste maakte het moeilijk voor de centrale overheid om nog belastingen te innen bij de bedrijven en het tweede om de transfers vanuit de deelrepublieken gaande te houden. Het tekort aan middelen in Moskou werd opgevangen door de schepping van vers geld. Dit leidde tot hyperinflatie, de coup van augustus 1991 en de implosie van de Sovjet-Unie." Boris Jeltsin werd de eerste president van het zelfstandige Rusland en als ekonomische tsaar koos hij de jonge ekonoom Yegor Gaidar. Op 2 januari 1992 voerde deze Gaidar door wat Layard bestempelt als één der moedigste beslissingen ooit door een regering genomen. Richard Layard : "Toen Rusland onafhankelijk werd, was hét grote probleem het tekort aan zowat alles. Mensen schoven eindeloos aan bij de winkels en dit leidde tot steeds gewelddadiger rellen. Na rijp overleg werd beslist de prijzen in één ruk volledig vrij te maken. Op 2 januari 1991 lagen de prijzen gemiddeld 3,5-maal hoger dan op 31 december 1990. De verarming, die toen optrad, was onvermijdelijk geworden maar tegelijk werd de basis van een gezonde marktekonomie gelegd." De krimp welke de Russische ekonomie in het zog van deze shocktherapie onderging, was, zoals blijkt uit grafiek 1 (De Vrije Val), gigantisch. Richard Layard nuanceert die terugval van de ekonomische aktiviteit echter onmiddellijk : "In het kommunistische regime hadden managers van bedrijven er alle belang bij om de produktiecijfers die ze aan Moskou doorgaven ver boven de reële produktie te stellen. In het nieuwe regime ontstond een volledig omgekeerde incentive : o.m. om belastingen te ontduiken, zocht (en zoekt) men voortdurend naar wegen om de aangegeven omzetten beneden de effektief gerealizeerde te brengen. Dat Rusland toch nog een fellere produktieterugval dan b.v. Polen ondervond, heeft in belangrijke mate te maken met de enorme defensie-industrie die de Sovjets vooral in Rusland opbouwden. In 1992 draaide de Russische regering de aankoop van materialen voor het leger met zo maar eventjes 85 % terug." HET INFLATIESPOOK.Hét grote verschil tussen enerzijds Rusland en anderzijds Polen dat samen met Tsjechië dé suksesstory is inzake omschakeling van het ekonomisch systeem betreft de beteugeling van de inflatie. De Russische inflatie ligt vandaag nog altijd een stuk hoger dan de Poolse zes maanden na de vrijmaking van de prijzen. Richard Layard ziet daarvoor in essentie drie oorzaken : "De eerste betreft de vaststelling dat de overkreatie aan geld in de Sovjet-Unie veel groter was dan in kommunistisch Polen waar de prijzen na de liberalizering dan ook maar met 80 % omhoogschoten. De tweede oorzaak ligt in het Westen, dat in de jaren 1991-'94 veel te lang aarzelde om een belangrijke dollarlening ter beschikking te stellen, naar analogie met wat men in Polen deed. Via zo'n lening had men immers het overschot aan roebels sneller uit het systeem kunnen wegzuigen. Vooral van Amerikaanse zijde werd nog steeds met grote argwaan naar oude vijand Rusland gekeken." De derde oorzaak van het aanhoudende inflatieprobleem ligt bij de herontsporing van het Russische begrotingstekort in 1993-'94, en dit onder impuls van de subsidiehonger van de militaire, industriële en landbouwlobby's. In de ontwerpbegroting voor 1995 werd het deficit weliswaar teruggeschroefd tot 5 % van het BBP maar de vraag is of men die 5 % effektief haalt, iets waarvoor ook Layard zijn hand niet in het vuur steekt. Hadden de hervormers niet moeten opstappen toen bleek dat de oude lobby's opnieuw hun subsidieslag thuishaalden ? "Neen," zo stelt Layard kategoriek, "want dan hadden zij hun privatizeringsoperatie niet kunnen uitvoeren."Layard noemt de privatizeringsoperatie die vooral Anatoly Chubais doorvoerde, een groot sukses : "Tegen midden 1994 had Rusland 80 % van zijn industriële bedrijven geprivatizeerd tegenover b.v. 28 % in Polen en 42 % in Hongarije. Gemiddeld zijn nu in Rusland van de aandelen van een onderneming 17 % in de handen van de managers, 43 % in die van de werknemers en de resterende 31 % in extern bezit. Dit gegeven, samen met de vrijgemaakte prijzen, geeft de marktekonomie in Rusland een soliedere basis dan men in het Westen vaak denkt." MAFFIAMACHT TIJDELIJK.In al zijn optimisme is de LSE-ekonoom toch ook niet blind voor de vele zwakheden die er vandaag nog aan het Russische model kleven. Richard Layard : "Er is de inflatie en de mogelijkheid op politieke instabiliteit maar veel meer nog is er de juridische onzekerheid. Eigendomsrechten zijn vaag, juridische procedures verwarrend of zelfs onbestaande, enzovoort. Dit is de hoofdreden waarom de Russen zelf ruim 40 miljard dollar in het buitenland aanhouden i.p.v. het in hun land met zijn enorme mogelijkheden te investeren. Het verklaart ook waarom er in 1994 slechts voor 4 miljard dollar aan buitenlandse investeringen binnensijpelden." Rechtsonzekerheid, daarmee zitten we meteen bij wat in de westerse publieke opinie steeds meer als het kankergezwel bij uitstek van het kapitalistische Rusland wordt aangewezen : de maffia. Alhoewel Layard toegeeft dat die maffia vandaag remmend tot zelfs echt verlammend werkt op de ontwikkeling van de Russische ekonomie, ziet hij toch tekenen van beterschap : "De Russische politie wint heel geleidelijk terug aan mogelijkheden en prestige. Voor steeds meer mensen vormt zij wederom een bron van bescherming in plaats van bedreiging. Ook neemt het belang van de zwarte markt, die vooral onder de perestroika van Gorbatsjov hoogtij vierde, af. Op die zwarte markt geldt enkel de regel van de sterkste of brutaalste en dat is zonder diskussie de maffia."MOET KUNNEN.Op basis van zijn ervaring de voorbije vier jaar in Moskou zet Richard Layard samen met co-auteur John Parker in de laatste hoofdstukken van het boek de diverse mogelijke scenario's voor de toekomstige evolutie van Rusland op een rijtje. Zowel een terugkeer naar een geplande ekonomie als het verder uit elkaar vallen van het land achten beiden zo goed als onmogelijk. Grafiek 2 (Meer markt, minder demokratie) geeft weer wat Layard en Parker als het meest waarschijnlijke scenario inschatten. Op grafiek 2 gaan we op de horizontale as van een planekonomie met strikt gekontroleerde prijzen (uiterst links) naar een marktekonomie met volledig vrije prijsvorming. Op de vertikale as loopt de lijn van diktatuur onderaan naar demokratie bovenaan. Als referentiepunten zijn de VS, Frankrijk en China aangebracht. Rusland liep volgens deze grafiek in de periode 1985-'91 sterk weg van het diktatoriale model terwijl pas in 1991 de sprong in de richting van de vrije-marktekonomie werd aangevat. Vanaf 1992 ziet Richard Layard een lichte verslapping van de tendens tot demokratizering. Richard Layard : "Het is onmiskenbaar zo dat het presidentiële regime een meer autokratisch trekje is gaan vertonen. De vuile oorlog is Tsjetsjenië vormt daar het zuiverste bewijs van, want een overgrote meerderheid van de Russen was vierkant tegen die oorlog. Ik vrees wel dat na de presidentsverkiezingen van volgend jaar die tendens tot meer autokratie zich zal voortzetten, wie die verkiezingen ook wint. Nu Jeltsin definitief schijnt te moeten afhaken, lijkt de huidige eerste minister Chernomyrdin de gedoodverfde kandidaat-winnaar."Johan Van OvertveldtRICHARD LAYARD, ADVIZEUR VAN DE RUSSISCHE REGERING In Rusland zelf word ik telkens terug wat optimistischer. MARKTEKONOMIE IN RUSLAND Yegor Gaidar, de ekonomische godfather van Jeltsin, nam één der moedigste beslissingen ooit door een regering genomen : het vrijmaken van de prijzen betekende een enorme verarming maar legde de basis voor een gezonde marktekonomie.Op 2 januari 1991 lagen de prijzen gemiddeld 3,5 maal hoger dan op 31 december 1990. Het volledig vrijmaken van de prijzen was een shockterapie, die leidde tot enorme verarming en krimp van de Russische ekonomie, maar tegelijk de basis legde voor een gezoDe verwachtingen van Layard en Parker voor Rusland. Zowel een terugkeer naar een geplande ekonomie als het verder uit elkaar vallen van het land achten beiden zo goed als onmogelijk. Wel zien ze de autokratische tendens sterker worden.