Met het individuele pensioensparen, dat behoort tot de derde pijler van het pensioensysteem, kunt u zelf sparen voor een aanvulling op uw wettelijke pensioen. Er zijn twee formules: de pensioenspaarverzekering bij een verzekeraar en het pensioenspaarfonds bij een bank. Een pensioenspaarverzekering is een tak21-levensverzekering met een kapitaalgarantie die een vast rendement opbrengt, eventueel aangevuld met een winstdeelneming. Een pensioenspaarfonds daarentegen belegt in obligaties en aandelen. Dat betekent dat u op voorhand niet kunt inschatten hoeveel uw premies zullen opbrengen; u kunt zich alleen baseren op prestaties uit het verleden.
...

Met het individuele pensioensparen, dat behoort tot de derde pijler van het pensioensysteem, kunt u zelf sparen voor een aanvulling op uw wettelijke pensioen. Er zijn twee formules: de pensioenspaarverzekering bij een verzekeraar en het pensioenspaarfonds bij een bank. Een pensioenspaarverzekering is een tak21-levensverzekering met een kapitaalgarantie die een vast rendement opbrengt, eventueel aangevuld met een winstdeelneming. Een pensioenspaarfonds daarentegen belegt in obligaties en aandelen. Dat betekent dat u op voorhand niet kunt inschatten hoeveel uw premies zullen opbrengen; u kunt zich alleen baseren op prestaties uit het verleden. In goede beursjaren haalt een fonds een hoger rendement dan een pensioenspaarverzekering. Op lange termijn worden de slechte beursjaren gecompenseerd door goede beursjaren. Als u een beleggingshorizon van meer dan tien jaar hebt en niet wakker ligt van koersschommelingen, is een pensioenspaarfonds voor u de meest geschikte formule, die doorgaans ook het hoogste rendement haalt. Pensioenspaarfondsen bieden geen kapitaalgarantie. De premies van het individuele pensioensparen geven recht op een fiscaal voordeel tot een maximum van 940 euro per jaar (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2013). Minder storten mag ook, maar dan profiteert u niet optimaal van het belastingvoordeel. Via uw belastingaangifte recupereert u 30 procent van de gestorte premies, plus de uitgespaarde gemeentebelasting. Fiscaaltechnisch gaat het om een 'belastingvermindering'. Dat betekent dat u belastingen moet betalen om de vermindering te kunnen krijgen. Hebt u een te laag inkomen -- u hebt bijvoorbeeld een vervangingsinkomen zoals een ziekte- of een werkloosheidsuitkering -- dan loopt u het risico dat u geen voordeel krijgt. Aan een pensioenspaarfonds en een pensioenspaarverzekering zijn kosten verbonden. U betaalt ook een eindbelasting op het kapitaal. Let op de instapkostenBelangrijk is dat u kijkt naar de instapkosten die u betaalt op elke premie. Vooral bij pensioenspaarverzekeringen kunnen die hoog oplopen; instapkosten van 6 procent en meer zijn geen uitzondering. Onderhandel dus met uw verzekeringsagent of -makelaar om die kosten te beperken. Houd rekening met een belasting op uw 60steIn ruil voor het jaarlijkse fiscale voordeel van 30 procent op de premies betaalt u op de dag dat u 60 wordt een eenmalige belasting van 10 procent op de gekapitaliseerde premies van het fonds of de verzekering; voor de premies die u voor 1993 hebt betaald, bedraagt de belasting 16,5 procent. Heeft een pensioenspaarverzekering bijvoorbeeld 2,25 procent per jaar opgeleverd, dan wordt de belasting toegepast op de betaalde premies verhoogd met een rente van 2,25 procent. De winstdeelnemingen die de verzekeraar heeft uitgekeerd, zijn belastingvrij. Bij pensioenspaarfondsen gaat de fiscus ervan uit dat het fonds een rendement van minstens 4,75 procent per jaar heeft opgebracht, en zelfs van 6,25 procent per jaar voor de premies die werden gestort vóór 1993. De werkelijke opbrengst speelt daarbij geen rol. Heeft het fonds over de hele periode minder goed gepresteerd dan 4,75 of 6,25 procent per jaar, dan betaalt u toch belasting op dat hogere rendement. Betaal premies tot uw 64steNa uw 60ste kunt u nog vijf premies betalen waarvoor u een fiscaal voordeel krijgt. U betaalt daar geen cent belasting meer op. U kunt de eindbelasting op uw 60ste verminderen door de premie dat jaar na uw 60ste verjaardag te betalen. Wordt u bijvoorbeeld 60 op 12 mei 2014, betaal de premie dan na die datum. Op die manier vermijdt u dat u 10 procent belasting betaalt op dat deel van het kapitaal. Let op met vervroegde opvragingenU doet er verstandig aan tot uw 60ste te wachten voordat u het kapitaal opvraagt. Doet u dat toch vóór uw 60ste, dan betaalt u een eindbelasting van 33 procent. Bent u na uw 55ste gestart met pensioensparen en hebt u al minstens vijf stortingen gedaan, dan wordt het gespaarde kapitaal niet belast op uw 60ste verjaardag, maar op de tiende verjaardag van de eerste storting. Vraagt u het kapitaal vroeger op, dan betaalt u eveneens een eindbelasting van 33 procent. Werk met een doorlopende spaaropdrachtU betaalt de premies het beste via een geïndexeerde, maandelijkse spaaropdracht, behalve in het jaar dat u 60 wordt. Zo zorgt u ervoor dat uw spaarbedrag elk jaar automatisch wordt aangepast aan het geïndexeerde fiscale maximum. Bovendien verdeelt u uw spaarinspanning over een volledig jaar, waardoor die minder op uw budget weegt. Hebt u een pensioenspaarfonds, dan verkleint een maandelijkse storting uw beleggingsrisico. U vermijdt daarmee dat het hele bedrag wordt belegd tegen de hoogste koers van dat jaar. Door de premies gespreid te storten, belegt u elk jaar tegen een gemiddelde koers. Pensioenspaarverzekeringen brengen momenteel tussen 1,50 en 2,50 procent per jaar op. Of dat vaste rendement wordt aangevuld met een winstdeelneming, wordt beslist wanneer de verzekeraars hun prestaties van het afgelopen jaar kennen. De winstdeelnemingen over 2013 worden begin 2014 bekendgemaakt. Goed om te weten is dat er ook zogenoemde 0 procentcontracten zijn. Die bieden geen vaste opbrengst. Het rendement bestaat enkel uit een winstdeelneming, die in principe hoger is dan bij verzekeringen met een vast rendement van 1,50 à 2,50 per jaar. Een overzicht van de prestaties van de verzekeraars vindt u op www.bankshopper.be, klik op 'Verzekeren'. De beheerders van pensioenspaarfondsen moeten zich houden aan wettelijke beleggingsregels. Binnen bepaalde marges mogen ze hun strategie aanpassen door bijvoorbeeld meer in obligaties te beleggen in tijden dat aandelen klappen krijgen. De voorbije jaren kwamen naast de traditionele dynamische pensioenspaarfondsen ook defensieve en neutrale fondsen op de markt. Defensieve fondsen beleggen het grootste deel van de premies in obligaties en een minderheid in aandelen. Neutrale fondsen verdelen hun beleggingen fiftyfifty tussen aandelen en obligaties. Welk soort fonds u het beste kiest, hangt af van uw leeftijd en van het risico dat u wilt lopen. Bent u meer dan tien jaar verwijderd van uw pensioen, dan is het raadzaam te kiezen voor een dynamisch fonds. Een goede strategie is dat u vanaf uw 55ste of iets later overschakelt naar een neutraal of een defensief pensioenspaarfonds. U loopt dat niet het risico dat het kapitaal plots slinkt door een beursdip. Zo'n overstap is mogelijk zonder dat u uitstap- of instapkosten betaalt, maar hij is alleen belastingvrij als u het volledige opgebouwde kapitaal overdraagt naar het nieuwe fonds. Een gedeeltelijke overdracht kost u 33 procent belasting. Over het algemeen was 2013 een uitstekend jaar voor de dynamische fondsen, met rendementen tussen 7,69 en 15,3 procent. Vergeleken met de Bel-20, die tussen 1 januari en 25 november met 14,75 procent is gestegen, is dat een prima prestatie, aangezien alle pensioenspaarfondsen een deel van hun portefeuille beleggen in obligaties. Ondanks de beurscrisissen halen alle fondsen positieve resultaten over de jongste drie, vijf en tien jaar. De neutrale fondsen presteren iets minder goed dan de dynamische, maar scoren met rendementen van iets meer dan 11 procent zeker niet slecht. De defensieve pensioenspaarfondsen deden het minder goed, met rendementen van iets meer dan 7 procent. Houd er rekening mee dat die cijfers momentopnames zijn. Deze prestaties bieden dus helemaal geen zekerheid voor de toekomst. Naarmate u de pensioenleeftijd nadert, kunt u een pensioenspaarfonds combineren met een veiligere pensioenspaarverzekering. U betaalt dan geen premies meer voor het pensioenspaarfonds -- zonder dat u het gespaarde kapitaal opvraagt -- en spaart voort met de nieuwe pensioenspaarverzekering. Het is niet verstandig het gespaarde kapitaal van een pensioenspaarfonds over te dragen naar een pensioenspaarverzekering, of omgekeerd, want dan betaalt u 33 procent belasting. Bent u niet tevreden over de prestaties van uw pensioenspaarfonds, dan hebt u twee mogelijkheden. De eerste is dat u een nieuw pensioenspaarfonds afsluit en het oude houdt, zonder er nog premies voor te betalen. De tweede mogelijkheid is het oude pensioenspaarfonds stop te zetten en het gespaarde kapitaal over te zetten naar een nieuw fonds. Hoe langer uw beleggingshorizon is, hoe meer voordeel u hebt met een pensioenspaarfonds.